Uitgelicht

Natte broek ervaringen

 

I, Tonya en Magnolia, in beide films zit een scène waar je het op plasgebied Spaans benauwd van krijgt. In Magnolia doet het wonderkind Stanley Spector mee aan de televisiequiz What Do Kids Know? In de live uitzending verprutst hij het, omdat hij vooraf niet naar de wc mocht. Hij plast in zijn broek. Als kijker voel je de paniek, de schaamte en de natte broek. Je begrijpt waarom hij niet voor de camera wil komen. Na acht weken van gewonnen afleveringen is daarmee zijn kans op een spectaculaire recordverbetering verkeken. Hoe pijnlijk kan je het krijgen.

Ook in I, Tonya verbiedt de knetter ambitieuze moeder haar dochter om naar de wc te gaan. Ze heeft ervoor betaald dat haar dochter op de ijsbaan staat, niet om eraf te gaan om naar de plee te gaan. Na een moeilijke oefening plast Tonya in haar mooie kunstschaatspakje. Tragisch. Het liefst zou je ter plekke samen met de jonge Tonya door het ijs willen zakken.

I, Tonya

Mijn meest gênante ervaring met een natte broek was op de kleuterschool bij de nonnen. Als je naar de wc moest, stak je je vinger op en dan kreeg je een ketting om van grote houten kralen – als een soort Hawaïse bloemenkrans. Er was maar één ketting, en dat zorgde er voor dat iedereen netjes om de beurt naar de wc ging, maar ook dat het vaak dringen was met al die behoeftige kleuters. Ik had vast te laat mijn vinger opgestoken. Toen ik eindelijk de houten kralenketting bemachtigde, was die gang met aan weerzijden al die jashaakjes veel te lang. Voordat ik de wc kon bereiken, plaste ik halverwege in mijn broek.

Houten wc-ketting

Hoe jong ook – 4 of 5 jaar – ik wist dat terugkeren naar de klas met een natte broek geen optie was. Die vernedering zou me niet overkomen. Ik zag het al voor me; de strenge, meewarige blik van zuster Theresa en klasgenootjes die joelend zouden wijzen op mijn natte broek: Lordje heeft in zijn broek geplast. Lordje heeft een natte broeeeek. Nee, dat nooit. Kinderen en nonnen kunnen zo gemeen zijn. Vooral kleine meisjes, en vooral de verschrikkelijke tweeling Ingrid en Wiesje van Haasteren en hun vriendin Margot van der Plas.

Had ik toen maar het autobiografisch werk van de Britse schrijfster Hilary Mantel gelezen. Zij schrijft over meisjes die haar uitlachten op de kloosterschool: ‘Men zegt dat meisjes wreed kunnen zijn, maar met een flinke klap in het gezicht maak je daar snel een eind aan.’

Het enige wat ik kon bedenken was zo snel mogelijk er tussen uit knijpen naar huis, voor een droge onderbroek.

 

Bron foto jongetje met wc-ketting: Tijdschrift van de Algemene Onderwijsbond. Hoe vermijd ik ongewenst wc-gedrag?   

 

 

Uitgelicht

Wij van Lordstoiletblogs adviseren Lordstoiletblogs

Duitse Biedermeier stijl

Promotie is herhalen en herhalen. Net zoals in de reclame: Wij van WC-eend adviseren WC-eend. Dat intrigerende zinnetje waarde door mijn gedachten toen ik zocht naar een titel voor mijn allereerste blog. Misschien vanwege de waterdichte circelredenering a = a, waar geen speld tussen te krijgen is.
Nog onvoldoende ervan overtuigd dat ik de lezer iets te bieden had, benijdde ik de vanzelfsprekendheid en het zelfbewustzijn waarmee zij van WC-eend WC-eend adviseerden. Maar om het eigen product op die manier te verkopen – Ik, Lord de toiletblogger adviseer Lordstoiletblogs – is nu ook weer zo wat.

Tja, waarom moet u mijn blogs eigenlijk lezen? Wil ik dit wel lezen, vroeg vriendin T. zich hardop af. Too much information, riep oud-collega K. altijd als iemand een intimiteit wilde delen. Vriendin M. vergelijkt mijn bespiegelingen met rouwadvertensies: niemand geeft het toe, maar iedereen leest ze. Nou, ik zal u eerlijk zeggen, het maakt mij helemaal niks uit of u mijn blogs leest of niet. Vindt u het geneuzel, ijdeltuiterij, zelfbevrediging, flauwekul. Dat geeft niks. Ik heb er plezier in, ik vaar er wel bij. Het is mijn manier om de wereld terug te brengen naar hanteerbare proporties.

Net als een Agatha Christi die de wereld bezag vanuit haar dorp St. Mary Mead en alles daaraan relateerde, zo is de wc voor mij het vertrekpunt om de wereld te bekijken, te overdenken, in te zoomen en uit te zoomen. Van klein naar groot, van detail naar verre horizonten, en niks geen recht pad, want het zijn juist de zijwegen, hoeken en rafelranden die het leven bijzonder maken.

En zo loop ik soms tegen een fraai exemplaar aan waar ook nog eens muziek in zit.

Lees ook over mijn blogs. 

Uitgelicht

Humor verdrijft spruitjeslucht

Jeroen Henneman, Stilleven (Royal Flush), 1979

In Nice, New York, in Porto, nergens had ik zin in een expositie over 50 jaar na 1968. Het was de schone was die buiten hing bij het Stedelijk die me het museum in dreef. Onder de noemer ‘Amsterdam Magisch Centrum’ werd me daar een nieuw licht op Amsterdam beloofd. Geen historische tentoonstelling, hier de protestkunstenaar uit de jaren ’60 aan het woord – of beter gezegd in beeld. Amsterdam als centrum van radicale vernieuwingen in kunst en maatschappij. Nieuw licht, verklaringen, magie, inzichten, vernieuwingen. Wat wil je nog meer, dat prikkelt de nieuwsgierigheid.

‘Kunst en tegencultuur 1967-1970’, luidt de ondertitel van de tentoonstelling. Nieuwe stromingen veranderen in de jaren ’60 de blik op kunst radicaal. Het idee, het concept was minstens even belangrijk als het kunstwerk zelf.
Het meest bizarre voorbeeld van conceptuele kunst leverde overigens Piero Manzoni. Hij vulde 90 blikjes met zijn eigen ontlasting. Ieder blik kreeg in 4 talen (Engels, Frans, Duits, Italiaans) het opschrift: Poep van de Kunstenaar. Inhoud: 30 gram netto, vers bewaard, geproduceerd en ingeblikt in mei 1961. Een blik werd verkocht voor de goudprijs van dat moment.

Fountain - Marcel DuchampOok Marcel Duchamp – wiens uitspraak ‘Er is schoonheid te ontdekken in alles wat ons omringt’  nog steeds inspiratie biedt voor mijn blogs – kwam in de jaren ’60 opnieuw in de belangstelling. Zijn originele tentoongestelde pissoir uit 1917 was verdwenen en in de jaren ’60 liet hij – als een echte conceptuele kunstenaar – reproducties er van maken. Overigens bleek recent dat de ware schepper van de Fountain de Duitse Dada-dichteres Elsa von Freytag-Loringhoven is. Duchamp heeft haar pispot gejat. De boef. Hij zal hebben gezegd dat het hem niet ging om die pispot, maar om het idee erachter.

Terug naar Amsterdam en die magische jaren ’60. Na de naoorlogse soberheid kwam dan wel steeds meer welvaart, het bleef droef gesteld met onze culturele vrijheid. Dus de beer moest los. En ging het protest elders in de wereld gepaard met geweld, hier werd ironie en humor ingezet als wapen in de strijd. De bekrompen burgerlijke Hollandse samenleving werd bekritiseerd om zijn ‘spruitjeslucht’. Kunstenaars liepen te hoop tegen Kunst met een grote K. Ludiek en vol ironie werd de truttigheid en de Goede Smaak op de hak genomen. Zij omarmden de nieuwe lulligheid en gebruikten fragmenten uit het Hollandse interieur in hun werk. Jeroen Henneman met zijn toiletstortbak (zie foto hierboven), Ger van Elk met de plint, Pieter Engels deed dat met een ladder en Marinus Boezem hangt het beddengoed uit de ramen. Met een flinke dosis humor eigenden zij zich elementen uit het dagelijks leven toe.

Maar ook al moest er nog heel wat spruitjeslucht worden verdreven en heilige huisjes worden afgebroken, die hippiekunstenaars gaven ons wel wat mee. Ze leerden ons opnieuw kijken naar de wereld en vertelden ons dat kunst niet alleen in musea hangt, maar ook op andere podia te zien is, op straat, in tijdschriften, films, op tv en – jawel – zelfs op de wc.

Ja echt. Dat is pas magisch.

 

Uitgelicht

Van een treurige schoonheid

foto pleerol Jörg SasseDe foto hierboven van Jörg Sasse hangt in Huis Marseille aan de Keizersgracht. Je moet er twee keer naar kijken; eerst zijn er die blauwe kleurvlakken en dan is daar het besef van dat lege rolletje. In zijn werk isoleert Sasse een deel van de werkelijkheid en brengt dat terug tot een verstild beeld. Haast een schilderij.

Zijn foto’s roepen gevoelens op waarvan je je afvraagt waar ze vandaan komen en die niet altijd even snel te duiden zijn. Misschien is het de eenzaamheid die er uit spreekt, de vergane glorie. Misschien raakt het een diep verdriet en doet het denken aan onze eigen vergankelijkheid. In ieder geval zijn al de foto’s van Sasse van een treurige schoonheid.

foto wastafel Jörg SasseMaar word je overmeesterd bij het zien van zulke droevige beelden: adem dan in, adem uit en put uit de stoïcijnse levenskunst. Die leert ons dat we vaak geen invloed uit kunnen oefenen op een vervelend voorval, zoals een leeg wc-rolletje. Dat is een feit waaraan we weinig veranderen. Waar je wel macht over kan hebben is de houding tegenover het voorval en de betekenis die je er aan geeft.foto Jörg Sasse
Dus mocht je overmand worden door zo’n triest gevoel, denk dan snel aan de schoonheid van dat eenzame lege wc-rolletje.

Uitgelicht

Overdag een plantenbak en ’s avonds een urinoir

Greenpee Schapensteeg

Het klinkt als een carnavalskraker ‘Weet je wat ik wel zou willen zijn, een bloemetjesgordijn’, maar dat is het niet. Vanaf vorige week is de GreenPee – plantenbak annex urinoir – een Amsterdamse werkelijkheid.

De eerste groene urinoirs staan vlakbij het Rembrandtplein, in de Schapensteeg. Tijdens een telling bleek dat in de steeg iedere nacht 45 keer geplast wordt. Met het experiment van de GreenPee hoop de gemeente wildplassen te verminderen, zonder dat plaskruizen het straatbeeld ontsieren. Overdag kijk je aan tegen een miniplantsoen met bodembedekkers, siergrassen, hortensia’s en geraniums, en tijdens uitgaansnachten staat de bak open als urinoir. Mannen kunnen er hun plas doen, zonder een boete van 140 euro voor wildplassen te riskeren.

Duurzaam en circulair 
Het groene circulaire urinoir is bedacht door Urban Senses. Er kunnen 300 plasbeurten in worden opgevangen. De belofte van een duurzaam ‘circulair urinoir’ doet vermoeden dat de planten groeien op het geloosde vocht, maar dat is (nog) niet het geval. Regenwater zorgt voor de planten. De urine wordt opgevangen in een bak met (geurabsorberende) hennepvezels die na compostering inzetbaar is als  meststof voor het groen in de buurt. Dus ‘circulair’ met een ruime bocht.

Dames
Voor vrouwen met hoge nood wordt een andere oplossing gezocht. Volgens onderzoek is dat hooguit 5 procent van de illegale plasbeurten. U denkt dan vast – net zoals ik: hoe is dat onderzocht? Ik weet dat onderzoek onder Amsterdammers uitwijst dat maar 8% van de vrouwelijke respondenten weleens een toilet in de openbare ruimte gebruikt, tegenover 42% van de heren. Maar onderzoek naar illegale plasbeurten van dames? Het is vast maar een klein percentage dames dat betrapt is, zoals Geerte Piening. En stel je bent bevrijd van je plas op illegale wijze, dan wil je daar niet meer aan worden herinnerd, laat staan dat je een diepte-interview afgeeft voor onderzoek.

Uitschieters
Het onderzoek ‘Wildplas-experimenten in de Schapensteeg’ vanuit Universiteit Twente geeft uitsluitsel. Naast het verzamelen van kwalitatieve data zijn camerabeelden gebruikt om het gedrag van wildplassers te observeren. Het onderzoek richtte zich op de grootste overlastveroorzakers: mannelijke wildplassers. Het aantal vrouwelijke wildplassers is niet goed bijgehouden. Uiteindelijk is ingeschat dat er  1 tot 3 vrouwen per avond wildplassen, met af en toe uitschieters van 4-5 vrouwen per avond.

Greenpee Schapensteeg

Toekomst
Binnenkort – zo kondigt de gemeente aan – komt er een volautomatisch en zelfreinigend toilet voor iedereen op het Rembrandtplein. Gaat het dan toch nog lukken met Amsterdam en de openbare toiletvoorzieningen?
Okee, er is ons nooit een rozentuin beloofd. Maar met deze plantenbak annex urinoir gaan we de goede kant op. Het klinkt in ieder geval hoopvol.
De komst van de nieuwe burgemeester Femke Halsema versterkt dat gevoel. En ik ben niet de enige die er vertrouwen in heeft. Julia Wouters, auteur van De zijkant van de macht, over vrouwen in de politiek, merkt in Het Parool op: ‘Ik weet niet of de burgemeester er over gaat, maar hopelijk gaat ze ervoor zorgen dat er ook openbare toiletten voor vrouwen komen. Ze zal in elk geval niet, zoals een rechter deed, zeggen dat vrouwen maar in een plaskrul moeten gaan’.
Misschien moet Femke haar ambtenaren binnenkort toch eens laten praten met Marian Loth, dé Nederlandse toiletonderzoeker en industrieel ontwerper aan de TU Delft. Want een groene versie van haar damespissoir Lady P. is helemaal geen slecht idee!

Lees meer over het succes en de neergang van het damespissoir. 

Meten is weten. Zie ook de case study naar het beïnvloeden van specifiek probleemgedrag in een uitgaansgebied van Randy Bloeme, ‘Wildplas-experimenten in de Schapensteeg’ (2016) masterscriptie onderzoek vanuit DSP/Universiteit Twente. 

En meer weten over de mogelijke GreenPee’s zie Urban Senses.

Uitgelicht

Discriminatie op het toilet: bevestig je het vooroordeel of niet?

Toilet aanwijzing
Op het publieke sanitaire front wordt flink gediscrimineerd. Thuis valt er meestal niets te kiezen. Maar in de wereld van het openbare toilet – met uitzondering van de genderneutrale wc – wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen dames en heren. Stereotypen en clichés worden daarbij niet geschuwd.

Niet bekeken
Ook wel begrijpelijk. Want vrouwen willen graag droog zitten, niet gestoord door mannen die naast de pot pissen en de wc smerig achterlaten. En mannen gaan – als er dan toch wat te kiezen valt – voor de ‘heren’. Want een urinoir is gemakkelijker en sneller. Bovendien zijn er heel wat die de voorkeur geven aan een afgesloten ruimte. Ze willen niet bekeken worden. Niet door dames, laat staan door andere heren.

Kiezen
Maar als er wat te kiezen valt, moet wel duidelijk zijn waartussen.

Ladies, gents, hombres, mujeres, dames, heren, M of W. De meeste tekstbordjes laten niets te raden over. Die maken de keuze gemakkelijker. De icoontjes van mannetjes en vrouwtjes vragen al wat meer van de gebruiker. Want kiezen betekent uitsluiten en afstrepen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Hoge hak
Ga je voor de een of kies je voor de ander? Stereotypen over mannelijkheid en vrouwelijkheid helpen daarbij. Dames dragen een rok en meneer een broek. Mannen zijn macho’s met brede schouders en vrouwen frêle met wespentailles en pronte boezems. Alle clichés komen voorbij. Waarbij de een wat meer tot de verbeelding spreekt dan de ander. De poes en de haan. De pijp tegenover de schoen met hoge hak. De potloodventer met regenjas en hoed en de dame bewapend met paraplu. De roodgeverfde mond en de snor. Of een tekstballonnetje met weinig tekst en een waar een heel kippenhok achter schuil gaat. Wat doe je dan? Bevestig je het vooroordeel of ga je er dwars tegenin?

Uitgelicht

Lentekriebels, gooi de luiken open en geef je wc een kleur!

workshop wc verven

Tussen alle nare berichten over trollenlegers, nepnieuws en alternatieve feiten speur ik naar positieve geluiden. ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, luidt immers de bekende regel uit het gedicht Mei van Gorter.

Hoop
Het is even zoeken, maar een paar berichtjes van afgelopen week zijn goed voor nieuwe energie. Er stroomt weer water door de Boerenwetering, de Noord-Zuidlijn rijdt (bijna) en de eerste plasticvrije supermarkt opent in Amsterdam. De kunstenaarssociëteit Sexyland organiseert een rustgevende workshop wc verven. En de nieuwe collectie van modeontwerper Bas Koster gaat over hoop. Na de dood van zijn ouders heeft hij daar behoefte aan. Volgens hem is er ook in de samenleving hang naar hoop. Ik denk dat hij daar wel eens gelijk in zou kunnen hebben. O ja, en Femke Halsema wil de verbeelding weer aan de macht. Dat lijkt me sowieso een goed idee.

Pimpelpaars
Dus vooruit, niet zeuren, gooi open die luiken. Laat de wind er doorheen waaien, lucht door die tent. Volg een workshop en verf je wc pimpelpaars of in alle kleuren van de regenboog. Doe een dansje rond de pot, gooi je haar los of scheer het af. Het is lente, tijd voor een nieuw geluid.

Lo with a view

Lees meer over Sexyland en de workshop wc verven in Het Parool.

En heb je nog meer inspiratie nodig? Laaf je dan aan het liedje Zeur niet van Annie M.G. Schmidt.

 

Uitgelicht

De watervallen van New York

Wc New York

Een vriend vertelde dat hij als 17-jarige er een sport van maakte om in Frankrijk cafés waar je Coca-Cola kon drinken te bezoeken. Dat was in zijn tijd nog niet overal het geval. Jaren later deed ik hetzelfde, maar dan op zoek naar wijn. Tegenwoordig is mijn rode draad het toilet. Geboren met een zwakke blaas, te veel wijn gedronken, wie zal het zeggen, maak ik van de nood een deugd.

Water
Tijdens mijn recente bezoek aan New York zag ik heel wat wc’s voorbijkomen. Wat het meest op viel waren de gigantische spoelinstalaties. Haal de hendel omlaag en de godganse Niagara watervallen stromen naar beneden. Dat is New York, aan water geen gebrek.

Zoe Leonard, You see I am here after all (2008)

Natuurwonder
In het Whitney Museum of American Art kwam ik in het werk van Zoe Leonard nog meer watervallen tegen. Haar verzameling vintage ansichtkaarten van de Niagara Falls vormen een wandvullende collage. Het  natuurwonder is te zien in verschillende jaargetijden en vanuit verschillende gezichtspunten. En elk beeld is net weer een beetje anders.

Perspectief
Zoe Leonard gebruikt vaak herhaling, subtiele verschillen in perspectief en verschuivingen in maat, waardoor ze je met andere ogen laat kijken naar ogenschijnlijk dezelfde beelden. In tegenstelling tot de vluchtigheid van de beeldcultuur van vandaag, vragen haar foto’s, sculpturen en installaties om wat langer stil te staan bij wat je ziet en hoe je kijkt.

How to Take Good Pictures, Revised Edition Paperback – September 5, 1995 by Kodak (Author)Kodak
Vooral haar installatie How to Take Good Pictures zet aan het denken. Leonard rangschikte meer dan 1.000 exemplaren van het gelijknamige boek – een handleiding van 1912 tot 1998 van Kodak – in stapels, chronologisch volgens editie. Als je langs de 20 meter lange installatie loopt zie je de covers veranderen, qua stijl, typografie en als teken van technologische vooruitgang in druktechniek. Maar de inhoud verandert niet. Elke nieuwe editie herhaalt dezelfde criteria voor ‘goede foto’s’ en illustreert dat met dezelfde ‘well-to-do white people’.

En opnieuw moest ik naar de wc. Maar nu keek ik er toch net even anders tegenaan.

Lees ook mijn blog Zwart en wit broederlijk naast elkaar over de foto Two Toilets van Zoe Leonard. En mijn blog over New York en de kunst van het loslaten. 

Meer weten over het werk van Leonard lees dan  Why Zoe Leonard Is the Artist We Need in Today’s Instagram-Addled Age.

Uitgelicht

Gezellig op de wc van de baas

Toilet annex boekenkast

Laatst hoorde ik een collega in de wc naast me druk aan het bellen.”Haal jij de kinderen op?”, vroeg hij waarschijnlijk aan zijn vrouw. Hij is niet de enige die ‘oneigenlijk’ gebruikmaakt van de toiletruimte van zijn werkgever. Ook ik doe het regelmatig. Zo heb ik al heel wat Wordfeud-puzzeltjes opgelost, recepten opgezocht en nieuws gecheckt op de wc van mijn baas. Het is maar wat prettig om in de hectiek van het werk even een moment te nemen voor jezelf. Opgeladen en wel kan je daarna weer met volle moed de werkvloer betreden.

Sfeervol
Ik las ergens dat de toiletruimte steeds meer het karakter krijgt van een ‘verblijfruimte’. Hoe dat er uit ziet, weet ik niet. Maar het klinkt aantrekkelijk. Vast geen witte tegeltjes. Ik stel me een warme ruimte voor. Er is zeker veel te zien, iets te horen en te lezen. Misschien met stemmige muziek, vakbladen en een uitschuiftafel om je Ipad en kop koffie op te zetten. In ieder geval is het sfeervol zitten daar.

Asbak op de wcGezellig
Over gezelligheid gesproken. Ik herinner me dat er tot laat in de jaren ’90 op het werk gerookt werd en er asbakken in de wc-ruimtes hingen. Soms kom je nog wel eens zo’n zielige verlaten asbak tegen. Zoals op de foto bij een bekende autodealer.

Duo-toilet
Het zou nog eens wat zijn, als het duo-toilet opnieuw zijn intrede doet in de sanitaire wereld. Want dat is toch wel het toppunt van gezelligheid.
Publieke toilet bij de RomeinenNet zoals de Romeinen, gemoedelijk naast elkaar op het toilet. Het badhuis en de latrine – de openbare toilet – waren plekken om uit te rusten en te praten. De latrine bestond uit een aantal gaten naast elkaar, boven een trog waar stromend water doorheen liep. De Romeinen combineerden zo hun streven naar hygiëne met het sociale leven.

Duo wc'sEmpoweren
Gezelligheid is een groot goed. Maar ik vrees dat de duo-wc op kantoor het niet gaat worden. Je wilt niet alles mee krijgen van je collega’s.
Voorlopig koesteren we nog even dat moment voor jezelf op de wc van de baas. Ik kan je verzekeren: het helpt om je in alle rust op te laden en te empoweren. Daar kan je baas niks op tegen hebben. Sla jezelf nog maar eens op de borst en zeg daarbij hardop: IK BEN RETEGOED BEZIG!!! Zo, nu kun je weer terug naar de slangenkuil in de kantoortuin.

Vind je dat de wc op jouw werk een stylingadvies nodig heeft? Je kunt er met me van gedachten over wisselen. Neem gerust contact met me op via info@lordstoiletblog.nl

PS In mijn volgende blog een stemadvies voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Uitgelicht

Iedereen op een eigen troon. Sprookjes rond het toilet

gezien in Museum aan de Schelde, Antwerpen
Welk kind wil geen prins of prinsesje zijn?

In de Britse serie Victoria kwam alles samen: geschiedenis, royals, drama en mijn fascinatie voor de wereld van de wc. Prins Albert, echtgenoot van koningin Victoria, demonstreerde het eerste watercloset aan zijn hofhouding. “Ik hoop dat ooit alle huishoudens een troon voor zichzelf hebben”, sprak hij daarbij als wens uit. De prins (1816-1861) was een groot voorstander van technologische vooruitgang. En ongetwijfeld hoorde daar het watercloset, de toiletpot met waterspoeling, bij.

herentoilet villa MalfitanoVeredeld gluren
Paleizen bezoeken en series als The Crown en Victoria bekijken, is toch een soort van veredeld gluren bij de koninklijke buren. Soms je verliezen in het sprookje. Lekker verlustigen aan alle pracht en praal. En wegdromen naar andere tijden. Tegelijkertijd je realiseren dat koninginnen, koningen, prinsen en prinsessen ook maar mensen zijn, met hun eigen sores.
Als kind bedacht ik regelmatig dat de koningin ook gewoon naar de wc moet. Misschien heeft dat wel dezelfde werking als de tip om de zenuwen tijdens het spreken in het openbaar de baas te blijven door je publiek bloot voor te stellen. Het helpt om de wereld terug te brengen tot menselijke proporties.

Paleis Soestdijk
Eind vorig jaar was er nog een laatste kans om Paleis Soestdijk te bezoeken. Koningin Juliana kon nog wel eens driftig op tafel slaan: ze wilde gewoon zijn, zoals alle andere mensen. En ik hoopte nog een keer een blik te werpen op haar ‘gewone’ toilet. Maar helaas. Dat zat er niet meer in. De deur bleef gesloten. Wel vond ik op internet de foto hieronder.

Bovendien een fragment uit Andere tijden over de desperate staat van het paleis en de ‘gewoonheid’ van haar bewoners.

Natuurlijke mest
Als in 1986 het water na een flinke regenbui het paleis binnenstroomt, moet in korte tijd een riool worden aangelegd. Kees Stam, destijds uitvoerder bij grondbedrijf Woestenburg: “Tot dan toe loosden ze op de bodem. De fecaliën verteerden gewoon en het water liep in het zand weg.” De klus moest geklaard worden tijdens de zomervakantie van de koninklijke familie. Bij terugkeer vond de koningin haar gazon er wel wat kaal en minder groen uitzien. Tja, het miste alle natuurlijke mest en bewatering. Om te bedanken nodigden koningin en prins de hele ploeg uit voor een hapje en een drankje. Stam: “Net als bij je opa en oma. Ja, zij moeten ook naar de wc, en daar moesten wij voor zorgen”.

Troon met gat
Qua wc’s-kijken had ik afgelopen zomer meer succes bij de aartshertog Maximiliaan van Habsburg. Kasteel Miramare, het zomerverblijf van de latere keizer van Mexico ligt aan de Golf van Triëst. De broer van keizer Frans Jozef en zwager van Sissi woonde hier van 1860 tot 1864.

En daar verstopt in een nis in de badkamer zag ik een zetel met een gat. Het zijn juist de hoekjes die ons zo veel leren over de geschiedenis. De postoel, ofwel chaise percé stond er maar zielig bij.
Maximiliaan werd in Mexico ter dood veroordeeld. Zijn echtgenote Charlotte, dochter van koning Leopold I van België, keerde in 1866 terug naar Italië om politieke steun te zoeken. Ze zou haar echtgenoot niet meer terugzien, want een jaar later werd hij in Mexico vermoord. Charlotte raakte in de war en trok zich terug op Miramare. Door haar personeel in onwetendheid gehouden over de dood van haar man, zie je haar zitten op de troon met gat in die nis. Daar onder de klok. Diep ongelukkig en helemaal de weg kwijt.

Gemakstoel
In het Nederlands wordt zo’n postoel ook wel aangeduid als kamergemak of gemakstoel. Op Paleis Het Loo is er nog een te zien van Willem III (1849-1890). Zelfs een verplaatsbare met waterspoeling. Want een koning gaat niet naar de wc, de wc komt naar hem. Overigens ook een treurig verhaal, met die Willem III. Aan het eind van zijn leven kwam de gemakstoel goed van pas. De koning was zo ziek dat hij zijn slaapkamer niet meer uit kwam.
Een aantal ministers begluurde hem vanachter een kamerscherm om te beoordelen of hij nog wel toerekeningsvatbaar was. Dat bleek knap mis. De koning werd ‘buiten staat’ gesteld om te regeren.

Staatszaken
Toch maar even terug naar de postoel. De Oostenrijkse keizer Frans Jozef beschikte over een draagbaar gemak, dat eruitzag als een kleine hutkoffer. Zo was hij ook op reis van alle gemakken voorzien. Heel chique.
Het toilet en de inrichting van de toiletruimte zeggen iets over ons en over de tijd. In de zestiende eeuw stond los sanitair in de keuken of slaapkamer. Ook zonnekoning Lodewijk XIV ging al poepend gewoon door met staatszaken. Pas in de Victoriaanse tijd werd de stoelgang een activiteit waarvoor je je behoorde te schamen, dus uitgevoerd in afzondering.

Eigen troon
Vernieuwingen in de wereld van de wc zijn niet meer zo opzienbarend als in de tijd van prins Albert. Koningen en koninginnen vormen al lang niet meer de avant garde als het gaat om sanitair. Moeten zij het doen met oude tochtige, koude buitenverblijven en paleizen, ‘gewone’ mensen maken van hun toilet steeds meer een ‘verblijfsruimte’ met de allure van een paleis. Maar hoe luxe of sober ook, een drol in een gouden toilet blijft een drol.
Gouden wc Maurizio Cattelan, Guggenheim MuseumDe droom van prins Albert ‘ieder huishouden zijn eigen troon’ is uitgekomen op het Britse eiland en in de westerse wereld. Maar nog steeds heeft eenderde van de wereldbevolking geen toegang tot wc’s.
Daar valt echt geen mooier sprookje van te maken.

De tweede foto in deze blog lijkt op het watercloset dat prins Albert liet installeren voor zijn hofhouding, maar is het niet. Deze watercloset uit eind 19de eeuw is te bekijken in Villa Malfitano in Palermo. Zie ook Mijn top 5 meest indrukwekkende toiletten van 2017 .

Wie meer wil weten over koning Willem III: bekijk De koning die te ziek was om koning te zijn. 

Heb jij een mooi exemplaar voor mijn beeldbank, mail ‘m dan vooral naar info@lordstoiletblog.nl 

 

Uitgelicht

Mijn top 5 meest indrukwekkende toiletten van 2017

Affiche expositie Everything you always wanted to know about Toilets. Cube design museum

Dit jaar heb ik zoveel wc’s bezocht en bekeken. Ik draag ze dan wel niet mee op mijn rug. Maar ze zitten wel in mijn hoofd. En dat moet er uit. Dus wordt het tijd om mijn lijstje te delen. Voila, hier mijn top 5 meest indrukwekkende wc’s van 2017.

Mijn nummer 1. – De ‘heren’ van café tHUIS aan de AMSTEL

Soms beland je opeens op een juweeltje. De ‘heren’ in de voormalige Ingenieurswoning van de Zuidergasfabriek (1913) is beslist een bijzondere. De houten driehoekige bril wekt de indruk van handgemaakt. De porseleinen pot lijkt wel gebeeldhouwd. Bijna ben je geneigd aan het reliëf te voelen. Nee, nee, dat doen we natuurlijk niet. Dat is niet hygiënisch. Al hoewel…

Mijn nummer 2. – Bi-Bardon van Alex Sweder

Performance architectuur noemt Alex Sweder zijn eigen werk. De kunstenaar ontwierp deze Siamese tweelingurinoir niet voor praktisch gebruik, maar als commentaar op het traditionele design van sanitair. Hij stelde zich voor hoe het urinoir voor ‘abnormale’ mensen er uitziet.
De Bi-Bardon van Sweder (2001) heeft een plek gekregen in de permanente collectie van het San Francisco Museum of Modern Art (SFMOMA).

Mijn nummer 3. – W+W Toilet van Gabriele & Oscar Buratti

 W+W Toilet van Gabriele & Oscar Buratti

Geef toe. Dit is een mooie moderne. Op de foto valt het toilet roze uit. In werkelijkheid is de W+W wit. Het vierkante L-vormige design verraadt de jaren ‘0. De combinatie van wastafel en watercloset is inderdaad in 2010 ontworpen door de architecten Gabriele & Oscar Buratti voor Roca, een wereldwijd merk op badkamergebied.

De W+W staat voor waterbesparing en optimalisatie van de ruimte. Het innovatieve systeem filtert het wasbakwater zodat het kan worden hergebruikt in het toilet. Vergeleken met een klassieke spoeltoilet gebruikt deze tot 25% minder water. Het reinigingssysteem voorkomt dat bacteriën in de wateropslag worden gespoeld en dat vermindert weer onaangename geuren.

“Dit unieke, onderscheidende en originele ontwerp brengt elegantie en duurzaamheid in de badkamer. Een ontmoeting tussen manieren van verfijning en liefde voor de planeet (…).” U begrijpt, ik citeer uit de folder.

Mijn nummer 4. – de wc’s van de Whitakertjes

In Palermo staat de villa Malfitano van de familie Whitaker. Op de ‘heren’ kreeg ik er daar twee voor de prijs van een. Een oude en een nieuwe.

Helaas kreeg ik beide wc’s niet samen op de foto. Dus op de linker foto het originele watercloset. Waarschijnlijk stamt deze houten doos nog uit de tijd toen de villa werd gebouwd: eind negentiende eeuw. Nu niet meer in gebruik. Met de houten klep naar beneden is het een bank. Rechts daarvan – zowel in het echt als hierboven – bevindt zich de vierkante nieuwe.

Mijn nummer 5. – de wc van de burgemeester van Palermo 

In de imposante werkkamer van Leoluca Orlando, de burgemeester van Palermo, bevindt zich rechts achter zijn bureau een klein deurtje. Verstopt in de wand voert dat deurtje naar een wc. Voordat je daar bent moet je eerst nog wel een hele lange smalle gang door.

Het stadhuis is gevestigd in het 15de eeuwse Palazzo Pretoria. Iedereen kan daar zo naar binnen wandelen. Zelfs de werkkamer – en wc – van de burgemeester zijn toegankelijk voor publiek. Laagdrempeliger kan het haast niet.

Die toegankelijkheid is typerend voor burgemeester Orlando, want net zo open en gastvrij is hij voor vluchtelingen. Op de kade van Palermo heeft hij al zo’n zestigduizend bootvluchtelingen begroet. Iedereen mag van hem overal geluk zoeken. “Ik wil hen laten weten dat ze welkom zijn in deze stad. (…) Wij maken geen onderscheid. We moeten ze met open armen ontvangen.” Met stemverheffing: “Mag ik u er even op wijzen dat het hier om ménsen gaat?” (Uit Trouw).

Meer zien
De foto van de meneer met de wc-pot op zijn rug is het affiche van de expositie Everything you always wanted to know about Toilets *. Nog tot 14 januari 2018 te zien in het Cube design museum in Kerkrade.
Op deze expositie zijn ook het W+W Toilet van de gebroeders Gabriele & Oscar Buratti en de Bi-Bardon van Alex Schweder nog te bekijken.

De heren-wc van de voormalige Ingenieurswoning in het echt zien? Bezoek dan tHUIS aan de AMSTEL.

Mijn blogs in je mailbox ontvangen? Stuur me dan even een mail, dan krijg je mijn volgende blogs automatisch in je mailbox.

 

Uitgelicht

Zit een ronde wc-bril lekkerder?

Uit onderzoek blijkt dat aardbeienmousse van een rond, wit bord zoeter smaakt dan van een zwart vierkant bord. Ronde vormen roepen associaties op met zoet. Zou een ronde wc-bril ook zoeter, zachter en prettiger voelen dan een vierkante bril?

Roze vierkante bril

Lees ook mijn blog het toilet in alle kleuren en geuren.

Heb jij een mooi exemplaar voor mijn beeldbank, stuur ‘m vooral naar info@lordstoiletblog.nl.

Uitgelicht

Betaal publieke (dames)wc’s met toeristenbelasting

Ontwerp Krul 2.0

De Amsterdamse binnenstad telt 35 plaskrullen voor mannen. In het weekend komen daar nog eens 40 plaskruizen bij. Voor vrouwen zijn er twee of drie plekken. Uitbreiding van het aantal openbare damestoiletten loopt telkens stuk op de centen. De Krul 2.0 biedt een oplossing. Die moeten er snel komen, en kan simpel bekostigd worden door de geplande verhoging van de toeristenbelasting.

Het antwoord op de vraag waarom er niet meer openbare damestoiletten zijn, is ontluisterend. Peter-Paul Ekker, woordvoerder van de gemeente Amsterdam in Het Parool: Er heeft ‘nog nooit iemand naar de gemeente gebeld met de vraag voor meer openbare toiletten voor vrouwen’. Maar er is, volgens hem, wel een grote kans dat er binnenkort over gesproken gaat worden.

Dus eerst moet je bellen voordat er wat gebeurt. Vervolgens wordt er over gesproken. Althans, die kans is groot. Dat is toch diep treurig. Want als we daar op moeten wachten heb je het al lang in je broek gedaan.

Sanisette
Een vogelvlucht door de geschiedenis van de damestoiletten in Amsterdam maaSanisette Parijskt niet vrolijk. In de jaren ‘80 keerde een speciale urinoircommissie positief gestemd terug uit Frankrijk. De sanisette – niet weg te denken uit het Parijse straatbeeld – kon weleens dé oplossing zijn voor het sanitair seksisme in Amsterdam. De sanisette stelde vrouwen eindelijk in staat ‘openbaar’ te plassen. Tegen betaling van twee kwartjes krijgt de bezoeker toegang tot een zelfreinigende toilet met fonteintje, wc-papier, handdoekjes en een spiegeltje. Zodra je na het wassen van de handen het straattoilet verlaat, stopt de muziek en schakelt de computer de elektronische interieurverzorgster in. De proef stopte in 1985. Het entreegeld verdient de hoge exploitatiekosten niet terug. De gemeente moest er geld op toeleggen en de sanisette verdween weer uit het straatbeeld.

Wildplassympasium
Het bleef tobben. In 1997 organiseerde de gemeente Amsterdam een heus symposium. Onder meer horeca en politie brachten samen het wildplasprobleem in het centrum van Amsterdam in kaart. De aanbevelingen tuimelden over elkaar heen: de politie moet vaker bekeuren bij een ‘heterdaadje’, boetes omhoog. Er moeten krullen bij en toiletvoorzieningen voor dames en heren in combinatie met telefooncel, kaartverkoop voor openbaar vervoer en VVV-kantoor. Meer plaskruisen, stenen plashellingen en toch ook weer sanisettes moeten er komen. Plus verbodsborden, wegwijzers naar de pisbakken, en voorlichting op scholen.

Plasgenot 
Een aantal proefprojecten ging van start. Zo kwam er een zelfreinigende krulurinoir op de Wallen, een plaskruis op de Vijzelgracht en een bewaakte toiletwagen voor dames en heren op het Rembrandtplein. Vooral de laatste oplossing was een groot succes. Dames waren opgelucht. Maar het plasgenot was van korte duur. De ‘visuele belasting’ van het al zo kleine Rembrandtplein telde voor de gemeente zwaarder dan de overlast van de wildplasser.

Lady P.
Eind jaren ‘90 leek er even een frisse wind op te steken op het sanitaire damesfront. De Nederlandse industrieel ontwerper Marian Loth ontdekte dat 90% van de vrouwen contact vermijdt met de toiletbril in openbare gelegenheden, en het dus ‘zwevend’ gebruikt. Zij ontwierp de Lady P. Dit urinoir heeft wat weg van de variant voor heren, maar met een langer en spitser opvangbekken. Lady P. heeft Amsterdam nooit bereikt.

Urilift
En toen bleef het heel lang stil op het gebied van publieke sanitaire voorzieningen voor dames. Pas een jaar geleden kwam de Urilift Combi op de markt. Deze bestaat uit twee urinoirs voor mannen en een wc-pot in een afgesloten ruimte voor vrouwen. De verzinkbare urinoir rijst uit de grond op zodra de zon ondergaat.

.Urilift Combi op de Dam

Begin 2016 werd de Urilift met afsluitbaar vrouwengedeelte geïntroduceerd in Amsterdam. Wel een primeur. Want Amsterdam heeft de eerste vrouwenurinoir ter wereld. Dat dan wel weer. Maar de Urilift is een dure zaak. En het bleef tot nu toe bij die ene op de Dam.

Krul 2.0
Recent ontwierp het Amsterdamse bureau Studio Selva op eigen initiatief een nieuw openbaar toilet: de Krul 2.0. Ze keken hoe een voor iedereen toegankelijke wc eruit zou kunnen zien.

Krul 2.0 ontwerpArchitect Johan Selbing: ‘Het sluit op die manier aan bij de bestaande, eenvoudige, maar voor Amsterdam zo kenmerkende krullen. Dat wil zeggen: niet alleen voor mannen en vrouwen, maar ook rolstoeltoegankelijk en uitgerust met een verschoontafel’. Eerder tekende hij het meubilair voor het Vondelpark. De toiletten die hij voor het park ontwierp, werden uiteindelijk om financiële redenen afgeschoten. ‘We hebben daarom een technisch eenvoudig ontwerp gemaakt, wat de kosten beperkt’, vertelt Selbing. De Krul 2.0 is iets groter gemaakt en heeft een roestvrijstalen wc, een dak, een deur en aan de buitenkant een wastafel annex drinkfontein.

Toeristenbelasting
Ook Selbing benadrukt dat door de toename van toeristen in de binnenstad er een grotere behoefte aan openbare toiletten is ontstaan. Je zou inderdaad denken dat tegenover alle inkomsten die Amsterdam aan haar bezoekers verdient er toch wel meer mag staan dan twee of drie openbare damestoiletten. Een beetje wereldstad beschikt op z’n minst over even veel openbare heren- als dameswc’s.
En als het dan nog steeds een centenkwestie blijkt, is dat binnenkort met de verhoging van de toeristenbelasting ook opgelost. Kortom, er staat de Krul 2.0 niets meer in de weg.

Lees ook mijn blog  Zeikwijven, hoge nood en de plaskrul.

Uitgelicht

Over zeikwijven, hoge nood en de plaskrul

Christien Zuidweg (links) en Suzan Heere (rechts) in Zeeuwse klederdracht bij krul-urinoir in Amsterdam (foto: Jac van Belzen)

Zul je altijd zien ben ik als enige echte toiletblogger net op vakantie en dan breekt de pleuris uit op het front. Wat kan ik nog toevoegen aan het publieke debat over wildplassen, openbare buiten-wc’s voor dames en plaskrullen? Juist: een beeld en een beeld en nog een beeld.

Dat ziet toch iedereen. Dat is geen doen daar op je hurken, terwijl de hele wereld je kukeleku kan zien. Geerte Piening is natuurlijk een held. Het is niet niks om bekend te staan als wildplasser en – letterlijk en figuurlijk – als zeikwijf. Met succes vocht ze de wildplasboete aan om aandacht te vragen voor het gebrek aan openbare damestoiletten. Wat meehielp was de uitspraak van de Amsterdamse kantonrechter: ‘Als vrouw kun je ook in een urinoir plassen. Het is misschien niet prettig, maar het zou wel kunnen’.

In de hurkende positie bied je voorbijgangers een vrije blik op je blote billen. Een nadeel. Noor Spanjer in Vice

Onder welke tegel heeft deze rechter gelegen? Want ook dat zie je toch zo: het urinoir is een echt mannending. En de krul, een ontwerp uit 1916 van Joan van der Mey – een leerling van architect Eduard Cuypers en één van de aanvoerders van de Amsterdamse Schoolstijl – is een museumstuk. Waar je alleen maar naar moet kijken. En dan ook nog van een afstandje. Want van de stank word je niet vrolijk. Daar wil je zelfs als man niet in.

Overigens is de eerste krul na verloop van tijd aangepast aan de veranderende behoeften. Er werd gezorgd dat er licht naar binnen valt op de ‘waterplaats’ en dat men van buitenaf kan zien of er zich personen in bevinden. Zodat de agent ‘de aldaar gepleegde tegennatuurlijke ontucht’ beter in de gaten kon houden.
Dus eigenlijk is de krul een vrouwonvriendelijk museumstuk, en van oorsprong ook nog eens homo-onvriendelijk.

En als je denkt dat het in bovenstaande stenen exemplaar – dicht van onder – prettiger toeven is. Ik kan je verzekeren: de stank is daar aan de Oudezijds Voorburgwal niet minder. Het door Allard Remco Hulshoff ontworpen urinoir werd in 1926 gebouwd tegelijkertijd met het toenmalige stadhuis, geheel in de stijl van de Amsterdamse School. Met op het dak een beeldhouwwerk van Hildo Krop.
Dit museumstuk gaat zeker nooit plaats maken voor een vrouw-vriendelijke toilet. Want in 2001 werd het aangewezen als rijksmonument.

Voor wie echt heel hoog nodig moet – en zich over de stankoverlast en het bekijks heen kan zetten – is er de handige app hoge nood.  Ik zou wel een plastuit en luchtververser meenemen.

Meer lezen over wildplassende vrouwen en meer foto’s bekijken? Kijk op actie zeikwijf.

Uitgelicht

Hoog en laag: iedereen poept

Poep is een onderwerp dat bij uitstek gebruikt wordt om de aandacht te vestigen op de gelijkheid van mensen. Hoog en laag moeten er aan geloven. Daarin is verwantschap met het spreken over de dood, schrijft Michael Elias in zijn artikel Het scheelt veel wie er poep zegt voor het tijdschrift Medische Antropologie.

Geen onderscheid
Ik herinner me dat ik als kind vaak bedacht dat de koningin ook gewoon naar de wc moet. Iedereen doet het: daar wordt geen onderscheid in gemaakt. Maar praten er over is weer een hele andere kwestie.

Zwijgen over poep
Elias verkent in zijn artikel hoe er in onze cultuur over poep gesproken, geschreven en gezwegen wordt. Soms hoef je het er inderdaad helemaal niet over te hebben. Met een passage uit Godfried Bomans’ Memoires van Pieter Bas illustreert hij dat mooi.

“Anna, ‘die nog bij meneer zelf gediend had’, stond er op dat wij alle vier op de po gingen. Want, zoo meende zij, een Christenmensch kon niet slapen als niet alle ‘kwaje stoffen’ d’r uit waren.” Wat volgt is een beschrijving van de “kleine ceremonie” waaraan Pieter en zijn drie broers werden onderworpen:

Derhalve werden er vier po’s op een rijtje tegen de muur geplaatst, de gebroeders Bas zetten zich er op, en keken elkander gespannen aan. Want het was zaak wie hem het eerste ‘eruit’ had. Had iemand hem het eerste eruit, dan stapte hij zegevierend in bed, en wachtte op de volgende winnaar. En samen vuurden zij de twee achterblijvers aan om ‘zich niet te laten kennen’; en deze twee keken elkander met roode gezichtjes aan, vastbesloten zich tot het uiterste te geven. Die arme Jozef! Hij verloor altijd, en wanneer de een na de ander in het bed kroop, en hij eenzaam op de vloer zat te steunen, kreeg ik wel eens medelijden met hem. Dan richtte ik mij op, en riep:
“Hoe ver?”
“Bijna”, klonk het dan ernstig terug.
Goede Jozef! Maar soms werd hij beloond.
“Kom’s allemaal kijken” riep hij dan opgewonden.
En wij vlogen gedrieën het bed uit, want“ die van Jozef waren niet mis”. En wij bezagen het werk met de oogen van kenners die weten wat de prijs is, en zeiden dat het een “knaap” was, terwijl de gelukkige eigenaar met een dankbaar lachje de hulde in ontvangst nam.

Michael Elias was mijn leraar Nederlands op de middelbare school. We hebben het er nooit over gehad. Maar vast en zeker heeft hij mijn liefde voor literatuur beïnvloed.

Uitgelicht

Welke broek past jou?

Het is vaak kiezen in het leven. Ga je rechts, of links. Naar de dames of de heren? Wat dat betreft is het genderneutrale toilet een uitkomst.

Hoewel de aanduiding daarvan nog wel een dingetje is. Laatst beluisterde ik op het toilet van de Stadsschouwburg Amsterdam de volgende dialoog. Zij: “Oh, sorry. Is dit de heren? Ik dacht dat het de dames was.” Hij: ”Nee, ’t is tegenwoordig voor genders”. Waarbij hij de g als een harde  Amsterdamse g van ‘getver’ uitsprak.

Bovenstaande aanduiding met het gehalveerde mensje hangt in de Stadschouwburg. Hoe het onderste deel van de gebruiker er uitziet is niet meer relevant.

Het all gender toilet van de Stadschouwburg is overigens de omgebouwde heren. De urinoirs zijn nu afgeschermd met klapdeurtjes. Maar iedereen is nu welkom om gebruik te maken van de toiletten. Mannen met jurken. Vrouwen met broeken. Types met broekrok. Allemaal welkom.

De Engelse aanduiding ‘all gender restroom’ klinkt al heel wat vriendelijker dan ‘genderneutraal toilet’. Elise van Alphen van het Transgender Netwerk Nederland (TNN) merkte recent op in Het Parool dat ‘genderdivers’ een betere term is. “Genderneutraal veronderstelt dat je iedereen in dezelfde mal kunt duwen. Het gaat er juist om de ruimte te bieden voor de diversiteit die er in werkelijkheid al lang is.”

Het veel gebruikte beeld van het half mannetje/half vrouwtje is ook niet echt neutraal. Het suggereert een derde geslacht. Een nieuw hokje.

Wat dat betreft komt de tekst ‘We don’t care’ al veel meer tegemoet aan die diverse wereld. Want het maakt helemaal niet uit wie of wat je bent of hoe je je plas doet. Als je het maar droog houdt. Dat heet vooruitgang!

Hotelier en schilder Frits Schiller en zijn modellen


Het voelde altijd vertrouwd. Op weg naar de wc passeerde je het portret van de donkere jongeman. Een fascinerend portret. Sinds kort hangt het ver weggestopt in een hoek. Frits Schiller schilderde het in de jaren ’30. Het past goed in het decor met de houten lambriseringen. De kunstenaar annex hotelier bleef zijn hele leven beide beroepen combineren. Hij werd de beste hotelier onder de schilders en de beste schilder onder de hoteliers genoemd. Nog steeds zijn 350 van zijn werken te bewonderen in het hotel en café aan het Rembrandtplein.

De grote tijd van hotel-restaurant-café Schiller lag tussen de twee wereldoorlogen. Het was daar een komen en gaan van BN’ers uit binnen- en buitenland, en een trefpunt voor kunstenaars en artiesten. Schrijver Herman Heijermans, de schilders Breitner, Sal Meyer, de beeldhouwers Zadkine en Hildo Krop en toneelspelers Fien de la Mar en Heintje Davids; ze kwamen er allemaal. Ook niet vreemd, want het Rembrandtplein en de straten er omheen was in de jaren twintig en dertig het middelpunt van de theaterwereld en een belangrijk uitgaanscentrum.

Maar wie is nu die zwarte jongeman? In het hotel hangt nog een donkere meneer met gitaar. Kunsthistorica Esther Schreuder schreef het boekje Schiller 1912-2012 en zocht uit wie alle geportretteerden zijn. De identiteit van beide donkere jongemannen is (nog) niet achterhaald. Zwarte modellen waren geliefd bij schilders. Bij de Rijksacademie verdienden ze zelfs meer dan hun witte collega’s. Frits Schiller schilderde vooral bekenden die zijn zaak bezochten.

De amusementssector was de enige branche waar hun afwijkende huidskleur in hun voordeel werkte, schrijft Rudie Kagie in zijn boek De Eerste Neger. Misschien waren beiden jazzmusici. Amsterdam maakte immers in de jaren ’30 kennis met jazz. In Negro Palace om de hoek op het Thorbeckeplein traden de Surinamers Teddy Cotton en Kid Dynamite op, ‘de eersten zwarte jazzmusici met een Nederlands paspoort’. In 1937 sloot burgemeester Van der Vlugt de club, omdat zwarte mannen en jonge blanke vrouwen zich hier zouden ‘mengen’. Kranten berichtten bezorgd over de kwalijke invloed van ‘negers’ en ‘negermuziek’ op blanke vrouwen. En toen moest de oorlog nog uitbreken.

Overigens is het portret in het echt veel mooier dan op mijn overbelichte foto. En café Schiller willen jullie het schilderij weer terughangen op zijn oude plek bij de wc? Veel  beter. Oh ja, en nog even over jullie wc’s. Daar is niks mis mee. Een keurige retro-look met Parijse metrotegeltjes. ‘Netjes’, zou mijn moeder zeggen.

Meer weten over zwart in het Interbellum en Schiller bekijk dan ook de website van Esther Schreuder.

Over een sprookjeskasteel, lesbische barones en een plonsplee

Plonsplee kasteel Ter Haar
Een bevriende fotoverzamelaar merkte eens op dat het ene archief vaak weer de sleutel is tot het volgende archief. Mijn bezoek aan kasteel De Haar bracht me eerst in de greep van de plonsplee en vervolgens raakte ik geobsedeerd door barones Hélène van Zuylen van Nijevelt van de Haar.

Ik dwaalde van kamer tot kamer, door de bediendenvertrekken die sindskort ook te bezoeken zijn. De gids vertelde over de heren Van Zuylen en de vijf laatste baronessen. Maar niks over haar.
Haar man, baron Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar erfde een ruïne bij Haarzuilens. Gelukkig was de Franse Hélène steenrijk en mede dankzij haar fortuin kon hij zijn droom verwezenlijken: de herbouw van zijn familiekasteel.

Samen gaven ze opdracht tot de grote restauratie. Ze schakelden Pierre Cuypers in, de architect van het Rijksmuseum en Centraal Station. Zijn neogotische bouwstijl grijpt terug op de late Middeleeuwen en dat paste perfect bij het plan van de baron. Cuypers baseerde zich op afbeeldingen van de kasteelruïne uit eind 19de eeuw, en herbouwde op de originele vijfhoekige fundamenten. Hij deed er 20 jaar over, van 1892 tot 1912.

Cuypers deed wel wat consessies aan het Middeleeuwse concept, want het kasteel moest volgens moderne normen bewoonbaar zijn. Er kwam centrale verwarming, een lift en stromend water. Toch werd het een echt kasteel, met kantelen, torenspitsen, een ophaalbrug en een slotgracht aan toe. Zelfs de wc is geïnspireerd op een Middeleeuwse plonsplee. Prachtig woord overigens: plonsen. Vast een onomatopee, een woord wat de klank nabootst die het beschrijft. Je hoort de plons. Men kende in de Middeleeuwen nog geen riolering, daarom was de plee in een uitbouw van de buitenmuur en van onderen open, zodat het aanbod – jawel, u hoort het al – in de gracht plonsde. Cuypers’ exemplaar is een luxe met een houten zitting. ‘Enne, hier valt er niks in de gracht hoor’, stelt de toelichting ons gerust.

Als bezoeker kom je dan wel steeds meer te weten, maar oermoeder Hélène van Zuylen komt er bekaaid van af. Terwijl daar toch wel wat over te vertellen valt. Barones Hélène kwam uit de rijke bankiersfamilie de Rothschild. Haar huwelijk met een rooms-katholiek viel niet in de smaak bij haar joodse moeder. Ze kreeg twee zoons. Ze behoorde tot de eerste drie Franse vrouwen die in bezit waren van een rijbewijs en deed als eerste vrouw mee met de Parijs-Amsterdam- Parijs race. Ze kreeg de bijnaam La Brioche – een zoet luxebroodje – vanwege haar omvang. Tijdens haar huwelijk onderhield ze relaties met vrouwen, onder meer met Renée Vivien. Samen schreven ze poëzie en romans. Na de dood van Renée riep Hélène in 1935 een literatuurprijs in het leven voor jonge Franse dichteressen, de Prix Renée Vivien. In 1947 overleed de barones op vierentachtig jarige leeftijd in Lissabon.

Zou ze in de tentoonstelling 1001 vrouwen in de 20ste eeuw in het Amsterdam Museum te zien zijn? Misschien niet, want ze is geen Nederlandse. Het zou wel moeten; ze zorgde er voor dat Nederland een echt sprookjeskasteel kreeg, met een plonsplee.

 

In of uit de kast

Kasteel Sterkenburg bij BunnikWe hebben het er gewoon niet over. Iedereen doet het, maar niemand heeft het er over. Nee, dit gaat niet over seks.

Vriendin M. vindt dat ik mijn blogs moet aanbieden aan een krant. Volgens haar is het net als met rouwadvertenties; niemand geeft het toe, maar iedereen leest ze.

Wat mij betreft hoeft u niet uit de kast te komen. Blijf er maar lekker in zitten en geniet er van. Ook van mijn blogs.

Het wc-raampje als venster op de wereld

Uitzicht op Grieks eiland
Altijd gedacht dat een moment op de wc een moment voor jezelf betekent. Op je gemak, alleen met je eigen gedachten. In de Griekse oudheid noemden de stoïcijnse filosofen de eigen gedachtenwereld een ‘mentale vesting’, want die kan door niemand ingenomen of bestormd worden. Nog eens versterkt door de beslotenheid van die vier muren, zou je denken, ben je op de wc compleet veilig. Een onneembare vesting.

Althans, dat dacht ik. Totdat ik een bericht las over beroepscrimineel Klaas Otto. Volgens het Openbaar Minsterie is wettelijk en overtuigend bewezen dat hij de autohandelaar Joop M. heeft afgeperst en mishandeld. Lees even mee: ‘(…) Joop M. was volgens officier Van Dorst uiteindelijk zo wanhopig en ten einde raad dat hij op 20 maart 2015 Otto door het wc-raampje van zijn huis in de hals schoot.’

Dus die onneembare vesting blijkt toch inneembaar. Zelfs op je eigen wc zit je niet meer veilig. Aan de andere kant, je moet natuurlijk ook niet omgaan met autohandelaren uit Bergen op Zoom en zeker niet van witwassen, mensen afpersen, mishandelen en intimideren je verdienmodel maken.

Op zoek naar wat details dook ik in het dossier en las nog meer krantenberichten. Maar wat bleek toen, ik had het verkeerd begrepen, niet de verdachte Klaas Otto zat op de wc, hij stond buiten en werd beschoten door Joop M. vanuit het wc-raampje. Dat maakt het toch een heel ander verhaal. Natuurlijk wordt het er allemaal niet beter op. Maar het zorgt wel dat ik voortaan weer iets rustiger in mijn mentale en fysieke vesting zit.

Lo with a viewDit bracht me op het idee voor een oproep. Heb jij een mooi venster op de wereld vanuit je wc-raampje? Stuur dan een foto naar info@lordstoiletblog.nl.

Ter inspiratie de foto hierboven met uitzicht op de Egeïsche zee vanaf het Griekse eiland Kalymnos. Voor de foto met het ronde raam dank aan vriend André B. voor zijn goede kijk.

 

Plassen in design

Het Conservatorium profileert zich als een van de beste designhotels van Amsterdam. Het voormalige Sweelinck Conservatorium werd eind 19e eeuw ontworpen door de architect Daniel Knuttel, die geprezen werd om de manier waarop hij eenvoud aan functionaliteit wist te koppelen. Knap een eeuw later volgde de Italiaan Piero Lissoni zijn voorbeeld bij de herinrichting en renovatie van het gebouw tot hotel.

De architect Lissoni maakte ook naam als ontwerper van design meubelen, keukens, badkamers en zelfs verlichting. Zijn strakke ontwerpen zijn een kruising van modernisme en hedendaagse luxe en in zijn ontwerp voor het Conservatorium Hotel bracht hij oud en nieuw harmonieus samen.

Maar dan de toiletten en vooral de urinoirs! Aanvankelijk was het zelfs even zoeken. Waren dit wel urinoirs? Of zijn het paraplubakken van Kartell. Bestudering wijst uit dat het wel degelijk gaat om twee moderne urinoirs van – daar wil ik van af zijn, ik heb er niet aan gevoeld – bruin rookglas of bruin plastic.
Hoe dan ook. Door het ontbreken van een schaamschotje sta je open en bloot voor zo’n lage bak, met het gevaar dat je je eigen schoenen bewatert. Het is net of je plast in een groot uitgevallen koffiefilterhouder van Melitta.

Is Lissoni echt verantwoordelijk voor het design van deze urinoirs? In een interview zei hij ooit: ‘Een stoel is voor mij even belangrijk als een toren.’ Je zou denken dat we dan toch wel iets beters mogen verwachten van zijn sanitair.

Na deze ontgoocheling laten we het Conservatorium even voor wat het is en gaan voor echte kunst. Op de website valt te lezen: ‘U bent al bij de ingang van het Stedelijk Museum voordat u de naam uit kunt spreken, omdat deze pal tegenover de entree van het hotel ligt’. Op dan maar naar de buren waar het schone beddengoed al buiten hangt.

 

Bekijk ook mijn blog over de tentoonstelling ‘Amsterdam Magisch Centrum’, de nieuwe lulligheid en hoe humor de spruitjeslucht verdrijft.

Bij Pllek is altijd wat te doen. En de wc is…?

Wat kan ik u meer vertellen?

Op de ‘heren’ bij restaurant Pllek daar is altijd wat te doen.
De rechter is blauw, de middelste rood en de linker groen.

Lees ook mijn blog over geuren en kleuren vrij naar Annie M.G. Schmidt.

Succes en neergang van het damespissoir


Eind jaren ‘90 leek er een frisse wind op te steken op het sanitaire dames front. De Nederlandse industrieel ontwerper Marian Loth ontdekte bij haar afstuderen dat 90% van de vrouwen contact vermijdt met de toiletbril in openbare gelegenheden, en het dus ‘zwevend’ gebruikt.

Lady P.
In 1998 ontwierp zij het damespissoir model Lady P. Het urinoir heeft wat weg van de variant voor heren, maar een langer en spitser opvangbekken en hangt wat lager. Het model werd geadopteerd door De Sphinx. Uiteindelijk produceerde de sanitairfabrikant er een paar honderd. Schiphol was een van de eerste locaties waar vrouwen staand konden plassen. Lady P. heeft Amsterdam nooit bereikt.

In ongenade
Lady P. werd geen commercieel succes. Jaren later legt Loth in een interview voor de website van TU Delft uit waarom het damesurinoir in ongenade raakte. ‘De uitvinding is te snel op de markt gebracht. Mensen begrepen toch niet goed wat ze er mee moesten. Daarbij komt dat mijn idee niet goed is uitgevoerd. Ik wilde de urinoirs van elkaar scheiden met schuine schotten, om wat privacy te creëren. Maar de afnemers zijn verder gegaan dan dat en stopten de Lady P.’s in hokjes. Een deel van het voordeel verdwijnt dan.’


Op de expo in het Cube design museum – waar de Lady P. te zien was – hing een handleiding waarop uitgelegd wordt hoe dames de pissoir moeten gebruiken. Zie links.

Topmodel
De reputatie van haar uitvinding verslechterde nog meer toen de spoeling van een van de damesurinoirs niet goed bleek te werken in een nieuwe Duitse disco die met de Lady P. wilde scoren. ‘Een topmodel, dat voor de inhuldiging van de disco was ingehuurd, stond tot haar enkels in het water.’

Geldkwestie
Ze kan er inmiddels smakelijk over vertellen. Dat er zo weinig openbare toiletten voor vrouwen zijn, is volgens toiletdeskundige Loth vooral een geldkwestie. ‘Zo’n toilet is ingewikkelder om te bouwen dan een plaskrul. Er moet een gebouwtje geplaatst worden, er moet stromend water zijn en het toilet moet worden aangesloten op het riool’, vertelt ze.

Nieuw ontwerp toilet NS Loth promoveerde in 2016 op ‘Hygienic Train Toilet’. ‘Mijn doel is om een hygiënisch toilet te maken waar mensen graag gebruik van maken.’
Vorig jaar augustus presenteerde de NS een nieuwe trein met een door haar ontworpen toilet. Uniek is dat er naast een normaal toilet ook een urinoir voor mannen in zit. Volgens de promovenda, wiens onderzoek deels door de NS is gefinancierd, zorgt de pissoir ervoor dat de toiletpot schoner blijft en het toiletbezoek voor vrouwen en ouderen aangenamer wordt.
De pissoirtrein is de eerste van een reeks dubbeldekkers uit de jaren negentig die nu gemoderniseerd worden. In 2020 moeten 81 van zulke dubbeldekkers met urinoir rondrijden.

Allerlaatste
Dames die de Lady P. nog eens willen uitproberen, moeten daarvoor naar het faculteitsgebouw van Civiele Techniek en Geowetenschappen. Daar staan de allerlaatste twee exemplaren.

 

Koning, keizer, admiraal, Popla kennen we allemaal


“Er zijn twee dingen die iedereen nodig heeft. Het eerste is het idee hebben dat je een bijdrage levert aan de wereld. En het tweede is wc-papier”, merkt grootvader Isaac Block op tegen een jonge rabbijn in Hier ben ik van Jonathan Safran Foer. Het klinkt als een eeuwenoude Joodse wijsheid. Maar dat kan helemaal niet, want wc-papier raakte pas na de Tweede Wereldoorlog ingeburgerd.

Schrijfwaren
Eind 19de eeuw kocht je toiletpapier bij de kantoorboekhandel. Tussen ‘handels- en dienstenveloppen, de gelijnde en ongelijnde post- en schrijfpapieren, en de verlovings-, huwelijks-, uitnoodigings- en visitekaarten in de nieuwste modellen’ werd volop geadverteerd. Zo prijkt op een advertentiepagina in de Middelburgsche courant van 10 januari 1895 reclame voor ‘Closet papier, best en goedkoopst, bij boekhandel Smits’.

Aambeien
Het Amsterdamse Fabrieksdepot van Papier, Enveloppes, Schrijf- en Kantoorbehoeftes S. Rüdesheim aan het Rembandtplein adverteerde in 1881 als eerste in Nederland met closetpapier. Het luxeproduct was over komen waaien uit de Verenigde Staten en werd gepresenteerd met een medicinaal tintje. Volgens een advertentie in Het Nieuws van den Dag van 2 juli 1883 ontstaan aambeien ‘door het gebruik van oud, beschreven of bedrukt papier; de inkt is schadelijk. Derhalve gebruike men het chemisch zuiver CLOSET-PAPIER, hetwelk tevens nooit verstopping in afvoerbuizen kan veroorzaken. Pakken á 1000 velletjes, gereed om op te hangen, á 50 Cts’.

rol toiletpapierTelefoonboek
Kennelijk was nog niet iedereen overtuigd van het nieuwe alternatief voor kranten en oud papier. Het zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voordat toiletpapier in ieder huishouden vanzelfsprekendheid is geworden. Ik kan me nog herinneren dat er bij onze buurvrouw een telefoonboek uit het wc-raampje hing. Ze kwam dan ook wel van ver voor de Eerste Wereldoorlog. Wij vonden het vooral getuigen van een bedroevende zuinigheid. Dat harde papier leek ons geen pretje, om nog maar te zwijgen van de inktafdruk op je billen.

Popla, zacht toiletpapier
Popla kennen we allemaal. Voor wie dat niet het geval is. Het van oorsprong Nederlands merk toiletpapier werd in 1962 geïntroduceerd door de papierfabriek Page. Het merk werd vooral bekend van de sterreclame waarin op de wijs van het kinderliedje Hoedje van papier werd gezongen: “Popla is, Popla is, een twee drie vier, zacht toiletpapier. Koning, keizer, admiraal, Popla kennen ze allemaal. Een twee drie vier, sterk toiletpapier”.

Voorkeur 
Overigens onderscheiden marketeers in de toiletpapierbranche drie soorten gebruikers. Als eerste de groep pure prijskopers. Die zouden zelfs genoegen nemen met schuurpapier. Op de tweede plaats de groep die waar voor zijn geld wil. Deze groep kiest meestal eenlaags wit papier. De laatste en kleinste groep zijn consumenten die hoge kwaliteitseisen stellen.
En voor wie geïnteresseerd is in nog meer nieuws uit de toiletpapierbranche: de nieuwste trend is toiletpapier met luchtkussentjes en papier met kleur naar keuze, dat past bij het interieur. Dat u het maar weet.

Deze blog is het vervolg op Attributen op en rond de pot.