Plassen voor het goede doel


Aan de façade van kunstlab Mediamatic, pal aan het Oosterdok, hangt werk van Kamiel Rongen. Pure Gold, zoals het kunstwerk heet, bestaat uit vijf urinoirs en vijf beeldschermen. Mijn Amerikaanse vriend vindt het typisch Nederlands, die batterij van vijf pisbakken open en bloot op een rij. Hij vergelijkt het kunstwerk met de Nederlandse gewoonte om de gordijnen open te laten. Hij heeft gelijk, op een willekeurige wandeling door een willekeurige buurt is het inderdaad goed binnen kijken overal. Wij, Nederlanders dragen openheid hoog in ons vaandel en hebben zogenaamd niks te verbergen. Althans, zo willen we het de buitenwacht graag doen geloven.

Bevroren plas

pure goldWie denkt dat Pure Gold een exclusieve mannenaangelegenheid is, heeft het mis. Vooral de videokunst biedt ’s avonds een schouwspel aan magische beelden, voor iedereen. Geïnspireerd door de gouden tinten van plas bevroor Kamiel Rongen het zijne en voegde er vervolgens allerlei oliën aan toe. Het ijs, plas en de oliën reageren op elkaar en veranderen voortdurend door de zwaartekracht. Het kunstwerk maakt van een dode hoek een levendige openbare ruimte. Daarnaast vervult het werk van Rongen een maatschappelijke functie voor de buurt. Namelijk, de opgevangen urine wordt hergebruikt om de bloemen, bomen en struiken in de buurt te bewateren.
En hoe doen ze dat? Na inzameling blijft de urine een tijdje staan om schadelijke ziektekiemen te laten afsterven. Daarna wordt het verdund met water en is het klaar voor gebruik. Vervolgens gebruiken ze daar bij Mediamatic gewoon een gieter om de urine direct op de aarde van plantenbakken te gieten.

Troost

Ook buurtbewoners zijn blij met het ‘Pis Project’; ze hebben veel minder overlast van wildplassers. De vijf pisbakken van Rongen zijn een genot, onder het toeziend oog van de magische videobeelden is het fijn plassen. Zeker in deze tijd met sombere perspectieven is het mooi om te bedenken dat vieze stinkende urine een tweede leven krijgt en omgebogen wordt tot iets nuttigs. Dat maakt daar een plas doen toch anders. We doen het hier voor het goede doel. Pure Gold voelt als een win-winsituatie en biedt troost. En u weet, met troost is het net als met liefde, er valt niks te zoeken, alleen te vinden.

Een wc voor de hele stad

krul prinsengracht verwijderdInmiddels weet ik ze allemaal te vinden. Ik kan de weg er naar toe uittekenen. Ook al is de ene krul de andere niet. Ik ben ze allemaal dank verschuldigd. Laatst las ik dat de Britse queen Elizabeth 8 uur lang haar plas kan ophouden. Vanwege haar vele publieke verplichtingen is dat uitermate handig. Mij lukt het nog geen half uur.
Vooral in de eerste maanden van de lockdown – het lijkt al weer zo lang geleden – vergaarde ik veel kennis over de toiletvoorzieningen in het centrum van Amsterdam. De stad lag er bloedmooi, maar eenzaam bij. Horeca, musea, theaters; alles gesloten. De wandeling over de grachten, mijn dagelijkse enige uitje. Toegerust met een kleine blaas gaf het netwerk van publieke toiletvoorzieningen noodgedwongen richting aan mijn wandelingen.

Vijf krullen

Vooral het Singel was regelmatig doelwit van mijn tochten. Die gracht telt zowaar vijf krullen: een tegenover huisnummer 43, een tweede tegenover 167, een om de hoek van de Raadhuisstraat, een tegenover 311 en tot slot een op de hoogte Bloemenmarkt. De rest van het westelijke deel van de grachtengordel is heel wat minder toebedeeld. Neem de Prinsengracht, na de krul bij het homomonument op de Westermarkt is het een forse wandeling naar de volgende. Pas op de hoogte van nr. 432-436, waar tot het voorjaar 2013 het Paleis van Justitie gevestigd was, staat een krul. Althans, zo was dat tot begin juni van dit jaar.

Rosewood

En toen was het tweede pinksterdag en was er van alles aan de hand. De zon scheen, op de Dam de Black Lives Matter demonstratie, de terrassen mochten weer beperkt open. Blij en overmoedig, dronk ik een Aperol Spritz teveel. Op weg naar huis werd ik bestraft, kwam de aandrang en was al mijn hoop gevestigd op de krul voor het voormalige gerechtshof op de Prinsengracht. Maar helaas. Ik was het helemaal vergeten, even een gat in mijn hoofd, vast door die Aperol Spritz. Op die plek aan de gracht komt het vijfsterrenhotel Rosewood, dat zich gaat richten op rijke reizigers uit Brazilië, Rusland, India en China, en vooruitlopend op de verbouwing was de krul weggehaald. Daar stond ik dan.

overijverige ambtenaren

Sowieso is het van de pot dat er in het Amsterdamse centrum nog een hotel bijkomt. Omwonenden probeerden nog bezwaar te maken en spanden een rechtszaak aan. Maar het mocht niet baten. De hotelstop die sinds 2017 geldt, gaat hier niet op. De vergunningsaanvraag valt onder het oude hotelbeleid van 2015. Maar terug naar de krul. Ik stel me zo voor, dat de nieuwe eigenaar, de familie Cheng uit Hong Kong, in de onderhandelingen heeft geëist dat die vieze stinkende ordinaire Amsterdamse pisbak voor de deur verdwijnt. Want, geef toe, het idee alleen al, dat kun je die rijke toeristen niet aandoen. Ook al staat de opening van het hotel gepland in het najaar 2023, overijverige ambtenaren hebben al geanticipeerd en het groene gevaarte afgevoerd.
Dus daar liep ik dan in hoge nood. Nog net niet met gekruiste benen – haastte ik me naar de volgende, meest dichtstbijzijnde krul. Waarbij ik moest kiezen tussen die op de hoek Nieuwe Spiegelgracht–Keizersgracht of die op de Lijnbaangracht. De laatste dan maar, want dichter bij huis.

Aap uit de mouw

Eind juni 2020 bracht de Rekenkamer een onderzoeksrapport uit, waarin werd bevestigd wat we al wisten: meer dan de helft van de drukke Amsterdamse voetgangersgebieden voldoet niet aan de norm van een openbaar toilet binnen 500 meter. De Rekenkamer vroeg een reactie van het college. In grote lijnen is het college eens met de bevindingen: verbetering is wenselijk en er liggen kansen in het beter benutten van al bestaande (semi)openbare toiletgelegenheid bij ondernemers en in publieke gebouwen. Maar, en dan komt de aap uit de mouw, er is geen structureel budget gereserveerd in de begroting.
Terwijl ik daar liep mijn plas op te houden, speelde door mijn hoofd dat het toch godgeklaagd is dat de gemeente steeds meer krullen opdoekt, en daar niets voor in de plaats komt. Waarom bijvoorbeeld niet de ingenieuze, genderneutrale en sympathieke Krul 2.0 van Studio Selva? Het Amsterdamse ontwerpbureau bestudeerde hoe een voor iedereen toegankelijke wc eruit kan zien en kwam met de Krul 2.0 voor mannen, vrouwen, rolstoeltoegankelijk, bovendien uitgerust met een ‘verschoontafel’. Waarom heeft deze openbare toilet nog geen grond onder de voeten gekregen in Amsterdam?

Sense of Place

Inmiddels zijn we een paar maanden verder, de rechter heeft beslist dat Rosewood hotel er mag komen. Alle Rosewood Hotels over de wereld verschillen, vertelt de website, maar de invulling wordt aangepast aan de plek waar het hotel is gevestigd. ‘Sense of Place luidt het motto. In het geval van Amsterdam betekent dat, dat het gebouw toegankelijk zal zijn voor de Amsterdammers. (…) Bijvoorbeeld de binnentuin, het restaurant, de sportfaciliteiten en het zwembad. Het gebouw zal zich letterlijk openen voor Amsterdam.‘ Hoort u dat. Hoe mooi. Wellicht kan de Krul 2.0 een plek in de binnentuin krijgen. Een wc voor de hele stad. Stijlvol in de originele groene kleur, typisch Amsterdams, aansluitend bij de historie, genderneutraal, laagdrempelig en toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Kortom, voor alle Amsterdammers. Met z’n allen gaan we gewoon plassen in de tuin van het nieuwe Rosewood Hotel. We moeten wel nog een paar jaartjes wachten.

 

De mooiste wc van eigen land

Vakantie in eigen land. Hoe erg is dat? Je hoeft helemaal niet naar Frankrijk om gekke wc’s te spotten, ook in Nederland is er voldoende avontuur te beleven. pis- en asbakZo trof ik op Terschelling een urinoir met asbak. Hoe gek kan je het hebben. Ik rook al heel lang niet meer, maar de asbak naast de pispot bracht een stroom van nostalgische verlangens op gang, naar vrijheid en naar een tijd waarin je gewoon deed waar je zin in had. De sigaar op de foto heb ik overigens geleend van de buurman.

Nog steeds luidt het advies, vermijd drukke plaatsen. Vooral publieke wc’s zijn nog wel een dingetje. Afgelopen donderdag was ik voor het eerst sinds vijf maanden weer in een  bioscoop. Via eenrichtingsverkeer werd je naar de filmzaal geleid, achterin was de entree en voorin, rechts van het filmdoek via de nooduitgang mocht je weer naar buiten. Toiletgebruik was tijdens de film niet toegestaan, immers je zou dan weer de tegengestelde route terug hebben moeten nemen. Een duidelijke instructie waar niets Spaans aan was, maar ik kreeg het er wel Spaans benauwd van.
Ik fantaseerde nog even weg over de filmzaal met toiletpotten die ik ooit zag in Turijn in het cinemamuseum Mole Antonelliana, een verwijzing naar de film La Grande Bouffe. Maar toen begon de film.

poepdoos

Overigens had ook de poepdoos van designer Nora Jongen en beeldend kunstenaar Josine Beugels misschien een oplossing kunnen bieden. De lege stoel naast me in de bioscoop was een prima plek geweest om het draagbare ecotoilet op te zetten. Nora en Josine ontwikkelden de poepdoos in tijden van hoge nood. Beide dames kwamen op het idee toen we in juni alleen mochten kamperen wanneer je je eigen toilet meenam. Ze gingen op zoek naar een niet-chemisch toilet, die er ook nog leuk uit zag, zochten stad en land af, en vonden niks, uiteindelijk besloten ze er zelf een te ontwerpen. Josine, vooral bekend van haar tragikomische installaties en performances, heeft elk jaar een ander thema: 2018 was ‘het jaar van het ei’, 2019 ‘het jaar van de dood’ en momenteel leeft ze in ‘het jaar van de poep’. De draagbare poepdoos heeft wat weg van een grote handtas, is verkrijgbaar in een genummerde oplage, en inclusief zaagsel, toiletpapier en biologisch afbreekbare zakjes.

BLOU Rooftop BarMijn bucketlist telt nog heel wat Nederlandse wc’s. Zo wil ik nog altijd de toiletten van de koninklijke wachtkamers op de stations van Amsterdam, Den Haag en Baarn bezoeken. Ook de mooiste wc van 2018 in het hotel W Amsterdam wil ik nog zien. Helaas is die afgelopen weekend gesloten vanwege een schietpartij. Geef toe, wc’s spotten is een spannende zaak. Gelukkig staat ook de mooiste wc van 2020 nog op mijn lijstje. De wc van de Arnhemse rooftop bar Blou kreeg een prijs en zelfs een naam: Roofdrop. vloer toilet BLOU Rooftop BarVolgens de jury is een bezoek aan de wc die sinds juni bestaat, een unieke belevenis. De wc bevindt zich op de 5de etage van hotel Haarhuis in een ongebruikte liftschacht met een vijf centimeter dikke glazen bodem. De diepte van achttien meter onder je zie je pas als je doortrekt of gebruikmaakt van het fonteintje, en met een druk op de knop tover je ook nog eens verschillende kleuren en lichteffecten tevoorschijn die licht werpen op de diepe schacht. Doodeng, maar vast een sensatie.

Een ding is zeker, in Nederland valt er op alle fronten nog veel te zien, te beleven en te genieten. En vergeet niet na te denken over de aanschaf van een poepdoos, want we moeten onze Nederlandse kunstenaars steunen in deze barre tijden. Bovendien is de doos mooi, vrolijk en reuze praktisch op vakantie in eigen land.

Uit quarantaine: het nieuwe normaal op Oerol

Pissoirs platenAnderhalvemetersamenleving, het nieuwe normaal, beeldbellen, huidhonger, geraniummoralisme, biopauze. De pandemie bracht een stroom aan nieuwe woorden met zich mee. Vooral de uitdrukking ‘het nieuwe normaal’ werkt op mijn zenuwen. Altijd stond ik al enigszins ambivalent tegenover dat ‘normaal‘, zowel het oude als het nieuwe.
Wat is normaal? Ik herinner me de spiegelposter uit de jaren ’70 met de tekst Ooit een normaal mens ontmoet…, en beviel het? De postercampagne van stichting Pandora probeerde vooroordelen over psychiatrische patiënten weg te nemen. De tekst van Simon Carmiggelt sprak me wel aan. Ik was jong en worstelde met mijn eigen normaliteit, en het leek me een goede zaak als meer mensen hun eigen gekkigheid onder ogen zouden zien. Eigenlijk kon het me niet gek genoeg. Want om Vincent van Gogh te citeren: ‘Normaliteit is als een geplaveide weg: je kunt er goed op lopen…maar er zullen nooit bloemen op groeien.’

wc-hokjes op rij

Over gekkigheid en toiletgebruik gesproken, twee weken terug was ik op Terschelling. Oerol ging niet door, toch waren er veel mensen naar het eiland gekomen. Na drie maanden opgesloten te zijn geweest, hoopten ze weer eens wat mee te maken. Niet vreemd gezien het hoge ‘ik-ben-nog-altijd-zo’n-gek-mens’-gehalte bij de overwegend kordate boomers onder de bezoekers. Het begon al op de boot: verkleed met mondkapjes had iedereen er zin in.

Een dag later, ontdekte ik op zoek naar een wc in een strandtent achter het opschrift ‘toilet‘ een flinke batterij wc-deuren. Ik voelde of er een vrij was. Op hetzelfde moment begon een vrouw – van wie ik veronderstelde dat ze stond te wachten op iemand – te schreeuwen: ‘Wat denk je wel. Als er een vrij was, had ik daar al lang op gezeten. Kijk effe uit je doppen, idioot.’ Ondertussen kwam iemand uit een toilet en ging zij daar naar binnen. Maar toch vervolgde ze haar tirade: Hoe haalde ik het in mijn botte harses om voor mijn beurt te gaan. Ze stond daar al alle Jezus lang te wachten. Wie dacht ik wel dat ik was? En wat dacht ik dat ze daar stond te doen? Uit haar neus peuteren?

Er kwam weer een wc vrij en daarin beland, dacht ik van haar verlost te zijn. Maar drie hokjes raasde ze nog steeds verder. Even overwoog ik mijn stem te verheffen en terug te roepen: ‘Dimmen daar, dame. Het zijn voor ons allemaal moeilijke tijden. Iedereen vindt na vier maanden een publiek toilet spannend.’ Maar ik realiseerde me dat dat koren op haar molen zou zijn, en onthield me van commentaar. Ik dacht na over hoe schreeuwen het virus via allemaal kleine druppeltjes verspreid. Gelukkig zat ik hier beschermd door vier wanden, en ik had nog altijd in mijn achterzak het mondkapje van de boot. Was dit het nieuwe normaal? Uit protest bleef ik nog een tijdje zitten en mompelde zachtjes voor me uit: sorry, sorry.

NB. Met dank aan Bas voor de foto van de urinoirs met langspeelplaten uit de Bommel, Breda.

Blauw, blauw, hemelsblauw

Blauw_toilet

Gisteren speelde de hele dag Sound and Vision van David Bowie door mijn hoofd. ‘Blue, blue, electric blue / That’s the colour of my room/ Where I will live / Blue, blue (…)’. Vorige week had ik dat met het liedje van Annie M.G. Schmidt over de blauwe kat: ‘Blauw, blauw, hemelsblauw. “Juffrouw, juffrouw. Hoe komt uw kat zo blauw. Zo blauw als een vergeet-me-niet”.‘ En vandaag hoorde ik op de radio l’amour blue van Vicky Leandros. ‘Bleu, bleu l’amour est bleu / Le ciel est bleu.’ Alsof er iets in de lucht hangt, zou je haast denken.

Alle kanten op

Misschien geen toeval, toch maar eens opgezocht waar blauw voor staat. Gelet op alle gezegden en uitdrukkingen met ‘blauw’ kunnen we heel wat kanten op. Hou je vast: blauwe maandag (depressief), blauw van de kou en blauwbekken (spreekt voor zich), blauw op straat (veilig), blauwkous (19de eeuwse spotnaam voor een geleerde vrouw), blauwtje lopen (afgewezen worden), van de blauwe knoop (non-alcoholisch), zo blauw als een tientje (dronken). L’amour blue staat overigens voor de homoseksuele liefde. Kortom, daar word je ook niet echt wijzer van. Blauw spreekt, kunnen we wel zeggen. Bij toeval – of misschien ook niet – stuitte ik op de betekenis van blauw voor boeddhisten. Dat geeft al meer richting. Voor hen staat de kleur voor – ik citeer – ‘compassie, vrede met jezelf, heling, puurheid en het krachtige element dat ieder bezit om (oneindig) verbinding met de wereld om je heen te maken’. Now we’re talking!

Multisensorisch

En toen las ik ook nog eens dat het Amerikaanse kleureninstituut Pantone klassiek blauw uit heeft geroepen tot de kleur van 2020. Pantone baseert haar keus op een analyse waarin de relatie tussen kleurentrends en wat momenteel op cultureel gebied in de wereld gebeurt, wordt meegenomen. ‘Een kleur reflecteert wat mensen voelen. We leven in een tijdperk dat vertrouwen vereist. Het is dit soort vertrouwen dat wordt uitgedrukt door klassiek blauw, een solide en betrouwbare blauwe tint waarop we altijd kunnen rekenen’, vertelt directeur Leatrice Eiseman. Voor het eerst selecteert Pantone de kleur niet alleen op het oog, maar met behulp van alle zintuigen: geluid, geur, smaak en textuur. Klassiek blauw is nu dé officiële ‘multisensorische’ kleur van het jaar.

Pepsi Cola

toilet-tandenborstelhouderMaar waarom geen hemelsblauw, staalblauw, kobaltblauw, marineblauw, Delftsblauw, koningsblauw, nachtblauw, korenbloemblauw, of het ultramarijn van Yves Klein? Dat komt omdat klassiek blauw ‘donkerder, eleganter en traditioneler’ is. Volgens Pantone doet het denken aan de kleur van de schemering, bosbessen en de klassieke Pepsi Cola-blikjes. De tint biedt een ‘gevoel van rust en vrede aan de menselijke geest’ en is bovendien ‘multifunctioneel, genderneutraal en tijdloos’. Wat willen we nog meer? Zeker nu. Inpakken die kleur, zou ik zeggen.

L’heure bleue

Toch nog een kleuradvies nodig voor uw wc? Ga in ieder geval voor blauw, wil ik maar zeggen, of het nu klassiek blauw of het irisblauw van Van Gogh is of het blauw van Vermeer. Ga er voor! Want l’heure bleue, het blauwe uur – zoals de Fransen het licht noemen dat zich soms voordoet ’s ochtends voor zonsopkomst en ’s avonds, net na zonsondergang – is definitief aangebroken.

Maar ga wel voor duurzaamheid en niet alleen in 2020. Kleur bovendien niet alleen de pot, maar schilder de hele ruimte. Blauw op uw wanden straalt vertrouwen uit, in de toekomst en in het vermogen om na een toiletbezoek – dat toch vooral in het teken staat van introspectie en contemplatie –  ons opnieuw verbonden te voelen met de wereld om ons heen.

Blauw, ik zie het in de lucht en voel het aan mijn water!

 

In quarantaine: creatief met toiletrollen. Deel 4

thea en theo met toiletrollenpruik

Gelukkig niet hardop, maar in mijn gedachten versprak ik me. Ik dacht na over de supermarkt en hoe druk het gister was. Ik zei tegen mezelf: vandaag een hoofdkapje op, terwijl ik natuurlijk mondkapje bedoelde. Het kwam vast door het filmpje van de kleinzoon met een gitaar. Alsof hij was weggelopen uit de Sound of Music zong hij: ‘Zeg Roodkapje, Roodkapje met je mondkapje. Waar ga je heen?’

Inderdaad, waar gaan we heen. Al weken praat ik tegen mijn beeldscherm en beweeg ik te weinig. Gister had ik afgesproken met twee vriendinnen in het park. Vandaag lees ik dat een toevallige ontmoeting kan, maar een geplande ontmoeting met drieën als een samenscholing geldt en strafbaar is.

Ik volg vanuit huis de maatregelen die overwogen worden om op kantoor de 1, 5 metersamenleving in te voeren. Hoe moet dat in godsnaam met de wc? Ik lees dat de koffiejuffrouw terugkeert, komt ook de wc-juffrouw terug met een schoteltje?

Met weemoed lees ik mijn blogs terug over innovatie op de werkvloer. Vooral die waarin ik het duo-toilet voorspel. Hoe naïef, jong en onbedorven was ik.

Vanavond zet ik mijn zorgen opzij en vier ik feest. Het thema is de pruikentijd. Je moet toch wat met die toiletrollen.


En voor wie nog behoefte heeft aan een stukje nostalgie, lees mijn blog Gezellig op de wc van de baas.

In quarantaine tussen de toiletrollen. Deel 3

Laptop op wc-rollen

Foto’s van thuiswerkers met hun laptop op stapels boeken, brachten me op het idee toiletrollen als verhoging te gebruiken. Meestal zag ik kookboeken voorbijkomen, soms een kunstcatalogus en een fotoboek. Onder de iPad van de koning ontdekte ik de Ski atlas van de wereld. Waar zijn de telefoonboeken gebleven? Let vooral ook op het Droste-effect van mijn installatie. Geef toe, dit is een optimaal gebruik van de wc-rollen.

Juist in deze tijd moeten we onze creativiteit ontplooien, wordt ons voorgehouden. Grote kunstenaars worden als voorbeeld gesteld. Shakespeare schreef zijn Macbeth en King Lear tijdens de pest, toen ook hij thuis moest blijven. Mozart componeerde zijn meesterwerken Die Zauberflöte en het Requiem op zijn sterfbed. Oké, we moeten niet bij de pakken neerzitten. Maar ik weet niet hoe het u vergaat, hier word ik knap moe van.

Hoe kunnen we in godsnaam deze ellende voor ons laten werken. Gaan we hier van leren? Verslijt me niet voor een pessimistische cynicus. Ik weet dat hoop troost biedt en zwalk tussen Lidewij Edelkoort en Bas Heijne, tussen naïeve positivo’s, wereldvreemde wereldverbeteraars en nuchtere denkers, om uit te komen bij Immanuel Kant. Optimisme is een morele plicht, zei de verlichtingsfilosoof.

Terug naar de rollen toiletpapier. Als het daar om gaat, komt er zeker een hoop creativiteit langs. Zo fotografeerde Bahram Sadeghi een maand lang – van 17 maart tot 17 april – het wc-papierschap in zijn Albert Heijn. In zijn bio meldt de journalist annex programmamaker dat hij geen hobby’s heeft. Of je het zo noemt of niet; we kunnen dit toch beslist zien als een vorm van dagbesteding in crisistijd. En dan fotograaf Krista van der Niet, al lang voor de coronacrisis fotografeerde zij velletjes wc-papier. Voor haar zijn het verzamelobjecten en ze wijst op de verschillende texturen en patronen van figuurtjes, bloemen en vogels. Nooit gezien, maar ook nooit op gelet. Zelf gebruik ik altijd drie dubbel wit.

Afgelopen weekend ben ik even ontsnapt uit mijn Amsterdamse quarantaine – of beter gezegd – ik heb het verruild voor vrijwillige opsluiting in een huisje in Zuid-Limburg. En wat zag ik daar? Beige wc-papier met bloemetjes. Voorheen zou ik het niet hebben opgemerkt, of omwille de lelijkheid ervan – zelfs hebben genegeerd. Nu, met dank aan Krista, keek ik met andere ogen naar het papier. Er ging een nieuwe wereld voor me open. Ik hoor u denken: zou jij als toiletblogger niet als eerste moeten weten hoe rijk de wereld van het toilet is. Natuurlijk, maar zelfs ik – ondanks mijn scherpe observatievermogen – heb zo mijn blinde vlekken.

En nog even over mijn verhoging met wc-rollen: natuurlijk gaat het hier om een creatieve concept. Door gebruik te maken van elementen uit de alledaagse werkelijkheid – net zoals Marcel Duchamp dat deed met zijn omgekeerde pisbak – maak ik u bewust van de schoonheid en tegelijkertijd van de idioterie ervan. Overigens had ik als conceptueel kunstenaar even goed een aantal pakken bloem kunnen inzetten om mijn laptop te verhogen, maar die waren uitverkocht in de hele buurt. Helaas.

Contact

U mag nog niet langs komen, maar een berichtje sturen via het contactformulier kan natuurlijk altijd. Dat is veilig voor u en voor mij.

In quarantaine tussen de toiletrollen. Deel 2

toiletrol als zaaibakjeIk weet niet hoe u er bij zit, maar ik ben alleen maar bezig met de lente en de liefde. Of eigenlijk nog een tikkeltje erger, met de zomer, huidhonger en tongzoenen.

Ik betrap mezelf erop dat ik willekeurige voorbijgangers fysiek wil benaderen. Ik doe het niet en blijf netjes op mijn klapstoelje zitten op anderhalve meter afstand. Maar toch. De huidhonger en neiging om Jan en alleman te huggen, is heel sterk. In mijn hoofd krijgt de wens om aan te raken, te voelen langzamerhand gênante vormen. Daarnet raakte ik vertederd door een oud dametje, even daarvoor werd ik geroerd – of zeg maar gerust beroerd – door een hals, wat later door twee blote enkels, en zo juist was het een stukje kuit van een jogger die langs snelde. Ook al geef ik er niet aan toe, mijn gedachten zijn onstuimig.

Hoe zal het voelen dat fysieke contact? Hoe zal een aanraking zijn? Soms – moet ik u eerlijk bekennen – gaan mijn fantasieën flink met me op de loop. Daar zit ik dan met opvliegers en het schaamrood op mijn kaken, hoogst ongemakkelijk op de stoep voor het huis. Gelukkig is het ook weer zo voorbij en gaat het slechts om passanten op anderhalve meter afstand die weer snel uit mijn leven verdwijnen. Ik hoef nooit aan dode vogeltjes te denken.

Op het klapstoeltje in de zon mijmer ik nog wat weg. In de krant lees ik net het bericht dat tongzoenen goed is voor de weerstand. Een grote biodiversiteit in je mond kan meer onwelkome indringers buiten houden. Eigenlijk willen we niet weten wat we allemaal binnenkrijgen. Toch heeft het wel wat, om te bedenken dat je door zoenen en de liefde weerstand opbouwt tegen enge dingen in het leven. Alleen helpt het nog niet tegen de pandemie. Helaas. Gelukkig ben ik niet jong en geen single, want stel je voor.

Overigens gaat het goed met mijn plantjes. Het weer zit mee. Bovendien heb ik de lege toiletrollen ontdekt als zaaibakjes. Echt een aanrader. En u weet, wie zaait zal oogsten. Dus bekijk ook nog even dit filmpje van vriendin L.

Contact

Altijd leuk om in deze eenzame tijd een berichtje te krijgen. Maar mijn zus wil niks met LinkedIn en Facebook, en zeker niets op mijn site achterlaten. Ze is niet de enige, want ik krijg nooit post. Daarom kan vanaf nu iedereen – u mag nog niet langs komen – een persoonlijk berichtje sturen via het contactformulier,  dat is veilig voor u en voor mij.

In quarantaine tussen de toiletrollen

push up met toiletrollenWe leven in rare tijden. De geschiedenis kan later ingedeeld worden in een tijd met volle winkelschappen en een tijd waarin de schappen met toiletpapier leeg waren. In de VS schaft men massaal wapens aan en wij, Nederlanders hamsteren wc-papier. Wat zegt dat over ons? Uiteindelijk gaat het in beide gevallen om angst, om het onbekende. Onzekerheid over waar we naar toe gaan, over hoe lang het gaat duren en waar het eindigt.

In een eerdere blog citeerde ik al eens uit Hier ben ik van Jonathan Safran Foer. Grootvader Isaac Block merkt daarin op: “Er zijn twee dingen die iedereen nodig heeft. Het eerste is het idee hebben dat je een bijdrage levert aan de wereld. En het tweede is wc-papier”. Het klinkt als een oude joodse wijsheid – wat niet zo is, want toiletpapier werd pas gemeengoed na de Tweede Wereldoorlog. Overigens zijn in de huidige tijd de twee dingen die volgens Block iedereen nodig heeft tegenstrijdig. Want met asociaal veel inslaan van wc-papier lever je geen bijdrage aan de wereld.

De hamsterwoede is wel goed voor grappen, grollen en veel creativiteit. Duitse media gniffelen over Rutte en zijn oproep om geen toiletpapier te hamsteren. Ik kreeg een briljante toiletpapier-karaoke doorgestuurd op de wijs van Mag ik dan bij jou van Claudia de Breij. Personal trainer Filip laat in het Oosterpark zien hoe je push-ups doet en vier wc-rollen stapelt tot een toren. ‘Het gaat om humor in moeilijke tijden, maar ook om fit blijven. Het moet niet zo zijn dat we dik zijn als straks de coronacrisis voorbij is’, aldus  Filip in Het Parool.  Hij heeft gelijk, maar dat was al weer een paar weken geleden. Inmiddels is samen in het park geen optie meer.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar het enige waar ik aan toe kom, is opruimen. Toch een soort van voorjaarsschoonmaakkolder in de kop. Nee, ik heb geen stapels toiletpapier ingeslagen. Of misschien verwacht u dat ik kunstige dingen doe met lege toiletrollen. Maar dat is allemaal niet het geval. Op zoek naar het nigellazaad voor een ingewikkeld recept van Ottolenghi heb ik de keukenladen opgeruimd. Ik vond rijst uit 2014, 5 pakken boekweitmeel en lupinebonen uit de vorige eeuw. Ook heb ik de kelder opgeruimd; daar vond ik twee broodmachines en eindelijk die Jane Fonda workout video’s.

Toen ben ik begonnen met het op alfabet zetten van mijn boekenkast. Halverwege verdwaalde ik tussen stapels die ik nog wil lezen of herlezen. Even overwoog ik nog om het voorbeeld van mijn tante Rie te volgen die haar boekenkast indeelde op kleur. Maar daar zie ik toch maar van af.

Er staan een paar blogs in de steigers over mijn toiletavonturen in restaurants en hotellobby’s, maar die zijn even niet van deze tijd en moeten wachten op de plank. Misschien moet ik eindelijk starten met het schrijven van die roman over dat jongetje dat zo vaak in zijn broek plaste, uitgroeit tot pisnicht en eindigt tussen de toiletrollen. Maar eigenlijk wil ik vooral naar buiten. Misschien morgen maar eens aan de slag met de planten op het dakterras.

Mijn meest gelezen blog van de afgelopen periode: “Koning, keizer, admiraal kennen we allemaal’. En beluister de toiletpapier-karaoke.

Hou vol, ook zonder toiletpapier

Even de neus poederen

Powder Room -Calle

De deur met opschrift ‘powder room’ had ik al gespot in de lounge van hotel Fort Bazaar. Het hotel bevindt zich in een 17de eeuws koloniaal pand in het vestingstadje Galle in Sri Lanka. Natuurlijk ken ik de uitdrukking ‘de neus poederen’ als aankondiging voor wc-gebruik. Maar in deze historische omgeving dacht ik bij powder room aan de pruikentijd en nog eerder aan ‘gunpowder’ en een buskruitmagazijn, dan aan een wc.

Snuifje

In een van mijn blogs voerde ik al keer mijn oud-collega David op, die altijd zei: ‘Even mijn neus poederen’, als hij tijdens een vergadering opteerde voor een plaspauze. Daarmee speelde hij leentjebuur bij de dames, en maakte hij ook nog eens een knipoog naar een snuifje witte poeder. Ik verbaasde me er altijd over dat hij het kennelijk minder erg vond als collega’s zich afvroegen welke poederdoos hij gebruikte, dan dat ze meekregen dat hij even plassen was. Toch een raar ding.

Verbloemen

Waarom zeggen we niet gewoon waar het op staat? Waarom gebruiken we eufemismen en vragen we zo omfloerst naar de wc? Eigenlijk zijn er twee redenen: uit fijngevoeligheid om gevoelens van anderen te sparen, of om iets niet bij de naam te noemen uit schaamte of taboe. Het is gek dat uitdrukkingen, zoals ‘de neus poederen, de handen wassen, powder room, bathroom, restroom, Gents and Ladies’ niet bij de naam noemen waar het om draait, tegelijkertijd weet iedereen exact waar het over gaat. We verbloemen en maken het mooier, of verhullen en besparen details. Of we verzachten: maken het lieflijker, kleiner, zodat niemand aanstoot neemt. Ja, aan wat eigenlijk? Aan iets wat zo menselijk en niemand vreemd is?

Kingsize

Toen ik een hotelbediende in livrei vroeg naar de bathroom, vertelde die dat de powder room momenteel buiten bedrijf was. Hij verwees me de trap op naar de ‘restroom upstairs’ in een van de eerste hotelkamers. Uiteindelijk belandde ik in een kamer met een kingsize bed. Even overwoog ik nog om de benaming ‘restroom’ letterlijk te nemen. In de aangrenzende badkamer, die eveneens kingsize was, trof ik een riant bad, twee wastafels, een bidet, en gelukkig in een verre hoek een toilet.

Handen wassen

Restroom, bathroom, powder room; eigenlijk gaat het niemand wat aan wat ik daar uitspook. Hoewel ik u best wil vertellen dat ik het er van genomen heb. Ik heb wat uitgerust, nog overwogen een bad te nemen, beide wastafels gebruikt om mijn handen te wassen – want dat kan je tegenwoordig niet vaak genoeg doen. Helaas ontbrak de poeder. Dat was dan wel weer jammer.

De perfect vormgegeven wc

Er bestaat zoiets als de perfecte vorm. Neem bijvoorbeeld de lepel en het papieren boek. Die kunnen niet anders zijn dan ze zijn. Je merkt het onmiddellijk als vormgevers er aan hebben zitten fröbelen, dan gaat het mis. Denk aan een vierkante lepel of een rond boek of – om in de branche te blijven van mijn blog – een vierkante wc-pot. Dat werkt niet. Niet doen!

Wegontwerpen

Perfectie heeft vaak een vanzelfsprekendheid. Niemand die er nog aan denkt dat er ooit iemand is geweest die het heeft ontworpen. Laatst las ik Friso Kramer over zijn revolt-stoel. Volgens hem ‘zo ontworpen dat je er geen last van hebt. Niks waaraan je je kunt bezeren, niks wat je belemmert in je bewegingen. (…) Mensen moeten zo’n stoel vergeten en gewoon gelukkig kunnen zijn’, aldus de ontwerper. Kramer verzon het werkwoord ‘wegontwerpen’ voor zijn werkwijze.

(Her)gebruik

In het ontwerp van de wc op de foto is absoluut geen sprake van ‘wegontwerpen’. Integendeel, het ontwerp is uitbundig. De hand van de ontwerper is er beslist in te herkennen. Niet op de laatste plaats door het creatieve (her)gebruik van materiaal, vorm en kleur. Soms is ‘minder meer’, in dit geval is het juist een kwestie van meer, meer, meer.

Gele hesjes

En als hier al is geprobeerd om iets weg te werken, dan is het de op het Franse platteland alomaanwezige hurk-wc. Het paradoxale is echter dat in het beeld alle aandacht er juist naartoe wordt getrokken. De oranje-witte pion in combinatie met de houten zitting schreeuwt als een statement van de ‘gele hesjes’. Zoals de protestbeweging het gele hesje tot symbool van hun verzet maakten, zo is hier de oranje-wit gestreepte pion ingezet. Het kegelvormige attribuut dat normaalgesproken wordt gebruikt voor wegafzettingen, wijst nu als een flink uitroepteken op het Franse gat. Alsof het wil zeggen: Weg er mee! 

Maar misschien vul ik te veel in…

Meer zien, horen en voelen

In haar essay Against Interpretatie bekritiseert Susan Sontag de tendens dat kunst te veel op basis van intellectuele interpretatie beoordeeld wordt. Volgens haar zoeken we bij kunst te snel naar inhoud en betekenis wat ten koste gaat van de directe ervaring die het werk bij de toeschouwer teweegbrengt. Sontag pleit voor herstel van onze zintuigen. ‘We moeten leren meer te zien, meer te horen, meer te voelen’. Mijn ervaring met deze kunstige toilet beperkt zich helaas nu nog tot kijken, hopelijk zetten de gele hesjes de oranje-witte pionnen vaker in en breiden mijn ervaringen zich uit tot horen en voelen.

Met dank aan het scherpe oog van André Bakker.

Op bezoek bij een Amsterdamse jonkheer

Delfts blauwe wc pot

Het fotograferen van een toilet is helemaal nog niet zo gemakkelijk. Neem bovenstaande toilet: zo plat mogelijk tegen de tegeltjeswand gedrukt is het me dan toch gelukt om de pot op de plaat te krijgen. Wel de goedkope witte plastic toiletborstelhouder nog even uit beeld geschoven.

Bloemen

Vermoedelijk is de Delfts blauwe pot uit eind 19de eeuw. Welgestelden installeerden als eersten een watercloset. Het design moest kloppen met de omgeving, vandaar de rijke bloemendecoratie op de pot.
Op het gevaar af dat ik nooit meer het huis mag bezoeken, verklap ik u waar ik dit fraaie exemplaar aantrof. Dat was in het huis van de familie Six aan de Amsterdamse Amstel.

Topstukken

De wc-pot is maar bijvangst. In dit huis gaat het om de schilderijencollectie met een Frans Hals, Pieter Saenredam, Gerard ter Borch, Paulus Potter en natuurlijk de twee topstukken van Rembrandt.

Moeder en zoon

Anna WijkerHier hangt het mooie portret van Jan Six I (1654) en er tegenover dat van Anna Wijmer. Rembrandt portretteerde zowel moeder als zoon. De verschillen tussen de twee zijn bijzonder. Moeder Anna – hoogstwaarschijnlijk in opdracht – schilderde hij fijn en gedetailleerd. Daarentegen zette Rembrandt als een impressionist avant la lettre zijn vriend Jan op het doek. Toch lijkt het portret van Jan – vreemd genoeg –  levensechter dan dat van zijn moeder.

Jan Six RembrandtIntiem

Misschien komt dat doordat Rembrandt ons een inkijkje geeft in het allerdaagse leven van zijn vriend. Het is een intiem portret, en net alsof we Jan Six betrappen terwijl hij op het punt staat de deur uit te gaan en nog even zijn handschoenen aantrekt.

Vingerafdruk

De gouden biezen op de rode mantel bracht Rembrandt aan met een veeg van zijn duim in de verf. Letterlijk zette hij zijn vingerafdrukken op het schilderij. Je voelt bijna de beweging op het doek. Zo dicht ben ik nog nooit bij de grote schilder geweest.

Tip voor de jonkheer

pleeborstel bij Six Toch nog een tip voor de huidige jonkheer. Met al die prachtige doeken aan de muren moet er toch wel een nieuwe wc-borstelhouder van af kunnen. Dit plastic exemplaar kan echt niet hoor.

Dubbele boodschap

Affice Zitten maakt ons ziekZoveel informatie en signalen die elke dag weer op ons afkomen. Het leven zit er vol mee, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Je hoeft de straat maar over te steken: reclamezuilen, verkeerslichten, op gevels, aanplakaffiches, de etalage van de bakker, weekaanbiedingen bij AH. Om nog maar niet te spreken van kranten, tv, radio en alle andere zelfgekozen mediakanalen.

Zitten maakt ziekVan de wijs

Afgelopen week was ik op kantoorbezoek bij een grote landelijke organisatie in Groningen. Op de ‘heren’ hing daar – net boven het urinoir – een oproep, of beter gezegd een dringende advies om iedere dag  10.000 stappen te zetten. De oproep werd ingeluid door de volgende tekst: ‘Zitten maakt ons ziek’.
Natuurlijk, bewegen is altijd goed, zeker voor kantoorpersoneel. Zitten is het nieuwe roken, zeggen ze tegenwoordig. Maar de boodschap die hier en passant werd meegegeven ‘Zitten maakt ons ziek’ hakte er op deze plek flink in.
In een van mijn blogs sneed ik laatst nog het fenomeen zittend plassen aan. Ook al was ik beslist niet van plan om in of op het urinoir te gaan zitten. U begrijpt, ik was van de wijs.

Goedbedoeld

Zitten, staan, bewegen, maak me gek! Ik las de overige aanwijzingen op het affiche. ‘Neem het toilet eens hierboven. Haal alleen koffie voor jezelf. Neem de trap in plaats van de lift’. Ik herkende de goedbedoelde adviezen die tegenwoordig in zwang zijn in kantoorland. Bewegen moet, bewegen is goed. Dynamisch werken, vitaal naar het pensioen. Allemaal bedoeld om de werknemer langer fit en vitaal aan het werk te houden. Maar hier – misschien was het op z’n Gronings – klonk het advies wel erg dwingend.

Recalcitrant

Zouden er ook affiches op de damestoiletten hangen? Misschien wel op de deur. Stel je voor, je zit net lekker en leest dan: ‘Zitten maakt ons ziek.’ Je zou er bijna recalcitrant van worden en zittend een sigaretje opsteken.

Voor mijn zussen en neven

wc onder schuin dakEr waren eens drie zussen. Elk van hen had twee zonen. De middelste zus vond dat haar zonen zittend moesten plassen. Al dat gespetter naast en om de pot, ze was de viezigheid en het gedweil zat. Dus zei ze: ‘Hup en vooruit, zitten met die fluit’.

De oudste zus was het volkomen met haar eens. Ze kaartte het aan bij haar zonen, maar gaf zich al snel gewonnen. Er was geen redden aan bij die twee. Ze sprak ze toe: ‘Iedere keer lijken jullie wel dover. Ik geef me over.’

En dan was er de jongste zus. Haar wc bevond zich onder een schuin dak. Je kon er niet staan, je moest er zitten. Ze had er geen omkijken naar. Want wat had je liever: je hoofd stoten of lekker zitten? En de jongste zus zei over haar zonen: ‘Ik maak me geen zorgen. Ze merken het wel, is het niet vandaag dan morgen.’

Het smalle huis van Erwin Wurm

narrowtoiletHet oude jaar afsluiten en het nieuwe jaar beginnen in Normandië betekent: geen vuurwerk, wel fruits de mer met oesters, Franse kazen en wijn. Ik heb de brede standen gezien, de zee en luchten. Weer iets meer begrepen van de impressionisten voor wie de natuur bestond uit licht en kleur. Gelogeerd aan de oude haven van Honfleur, de badplaatsen Deauville en Trouville met de Pippi Langkous villa’s bezocht. Krijtrotsen gezien. Gewandeld door het na de oorlog door Auguste Perret in beton herbouwde centrum van Le Havre.

Le-Havre-St-Jospeh-OutsideBeton-dichter

Mooi van lelijkheid is het werk van de beton-dichter en architect Auguste Perret. Mijn wandeling startte op Place l’Hôtel de Ville toen naar de Saint Joseph kerk en terug om de modelwoning – een reconstructie van Atelier Perret uit 1945 – van binnen te zien. Onderweg kwam ik nog langs een openbare urinoir waar je tegen een granieten aanrecht uit de jaren ’50 kon plassen. En dan geheel onverwacht was daar – bij wijze van spreken mijn bijvangst – op de Avenue Foch het Narrow house van Erwin Wurm. Een kunstenaar naar mijn hart.

Humor

narrow houseDe Oostenrijkse kunstenaar Erwin Wurm bekritiseert onze consumptie-maatschappij, maar altijd vol humor. In zijn werk speelt hij met elementen uit het dagelijkse leven. Lichamen, huizen, auto’s, zaken die er bekend uit zien, vervormt hij tot absurde proporsies. Zo gaan Wurms fat houses en zijn fat cars over huizen en auto’s als statussymbool, tegelijkertijd verwijst hij naar de Westerse gezondheidsbedreiging obesitas.

Claustrofobisch

Met de installatie Narrow house zet Wurm zijn kleinburgerlijke jeugd te kijk. Het kunstwerk is een kopie van het huis waarin hij met zijn ouders in de jaren ’60 woonde, alleen dan extreem smal. Het is 16 meter lang, 7 meter hoog en 138 centimeter ‘breed’. Niet alleen het huis zelf, maar ook alles wat erin staat is gekrompen. Wurm maakte het huis zo smal om de benauwdheid van zijn opvoeding en het naoorlogse Oostenrijk waarin hij opgroeide, voelbaar te maken. Zijn moeder was altijd thuis, zijn vader was politieagent en het niet eens met de keuze van zijn zoon voor de kunstacademie. Als je als bezoeker erdoorheen loopt, voel je de claustrofobie die de jonge Wurm dagelijks moet hebben ervaren.

narrow badkamerConfrontatie

Na al dat eten en drinken van de afgelopen weken is een bezoek aan het anderhalve meter brede huis vast een confrontatie. Maar wie niet dik is, past erin en kan de woonkamer, badkamer, wc, keuken en slaapkamer bekijken. Al gaat toiletgebruik het hier echt niet worden.