Tussen de boeken met Oek de Jong

Toilet annex boekenkast

Mijn wereld wordt kleiner. Er kruisen geen nieuwe wc-exemplaren mijn pad. Misschien moet ik mijn bakens verzetten, mijn repertoire verbreden en over andere onderwerpen schrijven, of op zoek naar een nieuwe hobby.

Regelmatig lees ik een boek, maar een hobby wil ik dat niet noemen. Recent las ik Zwarte schuur van Oek de Jong. Ik hou van zijn werk. Zijn eersteling Opwaaiende zomerjurken heeft de meest beeldende titel uit de hedendaagse Nederlandse literatuur. Cirkel in het gras vind ik een van de mooiste liefdesgeschiedenissen uit de Nederlandse literatuur. Ik heb het verslonden. Ook de liefdesverhoudingen in Hokwerda’s dochter overrompelen en sleuren je mee.

Een recensent omschreef het werk van Oek de Jong als sensueel. Dat mag je inderdaad wel zeggen. Met een fijne sensibiliteit voor details, uiterlijkheden, geuren en kleine dingen die een stemming of sfeer bepalen of sturen, neemt hij je mee. Zo wemelt het van de leren kleding in zijn romans. Leren jassen en laarzen, maar ook broeken en rokken: huid die op huid wordt gedragen. Typische details waarmee De Jong in één klap het verhaal een erotische lading geeft. Hij laat het je voelen.

Als voorbeeld noemt de recensent van Zwarte schuur een klein zinnetje dat meerdere malen terugkeert: ‘Hij veegde het haar uit zijn ogen.’ De recensent vraagt zich af of het niet gebruikelijker is om te zeggen: hij stréék het haar uit zijn ogen? Waarna een analyse volgt dat De Jong er het veel lomere ‘veegde’ van maakt en ‘jawel, daar gaat die trage hand naar die rommelige haarlok, je ziet dat nonchalante vegen en voelt de ogen die tevoorschijn komen ineens op je gericht.‘ In De Jongs proza volgt het ene zintuiglijke beeld na het ander. Je ziet, hoort en voelt het.

Tijdens mijn studie Nederlands deed ik onderzoek naar de verhaalmotieven in de roman Cirkel in het gras. Op zoek naar verbanden tussen de verschillende passages die de eenheid van het verhaal maakten, ontdekte ik het steenmotief. Overal vond ik stenen. Ik schreef mijn scriptie, overtuigde mijn hoogleraar met mijn scherpzinnige inzichten en kreeg een 9.

In diezelfde tijd volgde ik nog een tweede studie voor docent Nederlands. Voor het vak hedendaagse literatuur besloot ik mijn Oek de Jong-scriptie nogmaals in te zetten. De in mijn familie veelvuldig beproefde aanpak met de ‘kaasspreekbeurt’ bracht me op het idee. Mijn vader, im- en exporteur van kaas, maakte deel uit van een familiebedrijf. De spreekbeurt over kaas was gedeeld familiekapitaal. Mijn zussen en broer, neven en nichten, de hele familie gebruikte dezelfde spreekbeurt. Op de lagere school, middelbare school, in het Nederlands en in het Engels. Wij wisten alles van kaas.

Zo gezegd zo gedaan, leverde ik mijn scriptie over het steenmotief in Cirkel in het gras voor een tweede keer in. Maar kennelijk waren ze op de lerarenopleiding minder overtuigd van mijn analytisch vermogen en scherpe observaties, want wat schetste mijn verbazing: ik kreeg slechts een 6.

Terug naar Zwarte schuur. De roman verhaalt over de schilder Maris Coppoolse, en over leven met een trauma, de verwerking ervan en nog veel meer. Net zoals ik destijds overal stenen bespeurde en het steenmotief herkende, zo zie ik nu – sinds dat ik toiletblogs schrijf – overal wc’s. Zelfs als ze er niet zijn.

In de legendarische ‘O Maris, mag ik plassen waar je bij bent’-scène laat Maris zijn hand bewateren door Albertina: ‘Zonder aarzeling stak Maris zijn hand tussen haar dijen. Hij bespeurde er de warmte en vochtigheid van haar kut, de rug van zijn hand schampte langs een gladde schaamlip, en toen voelde hij de warme urine over zijn hand stromen. Met een zacht geluid viel het vocht op de aarde. Albertina had omlaag gekeken naar zijn hand, en toen ze eindelijk kon plassen, toen het begon te stromen, keek ze verrukt naar hem op.’

Oek de Jong won de Boekenbon Literatuurprijs met deze roman. Volgens de jury moet het werk ‘…beschouwd worden als een toonbeeld van de rijkdom en reikwijdte van de literaire roman’.

Hoe mooi, welk motief je hier ook in terugziet, de fijne sensitiviteit van De Jongs proza, zijn taal geladen met zintuiglijke beelden, maakt dat je meevoelt. Je voelt de warmte van de plas op je handen. En je weet, dit is goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *