Bezet onze cultuurtempels!

Toilet bezet

Kunst is zuurstof voor de geest, noemt de een het. De ander noemt kunst seks voor het brein. Zuurstof, seks. Uiteraard is zuurstof noodzakelijk om te leven. Zonder seks lukt het wel even. Maar geheel zonder seks zou de mensheid ook niet bestaan. Hoe dan ook ik sta te lang droog. Ook voor een toiletblogger is kunst en cultuur onontbeerlijk.

Juist nu hebben we kunst harder nodig dan ooit. Een rijke culturele omgeving levert stof tot denken en debat, biedt geestelijke verrijking en zorgt voor weerbaarheid. Soms wil je worden opgetild, door schoonheid getroost en geïnspireerd worden. Kunst kan je wegblazen, ontregelen en voor verwarring zorgen, soms is dat juist nodig om onszelf en de wereld te leren kennen. Ramsey Nasr schrijft in De fundamenten: ‘Kunst biedt houvast door mee te wankelen. Kunst toont onzekerheden en laat zien dat we niet onkwetsbaar zijn. Via die U-bocht biedt kunst troost.’

Waarom dan deze drooglegging? Het kabinet behandelt cultuur en kunst als tijdverdrijf, een luxe. Volgens minister De Jonge is cultuur niet essentieel en eigenlijk niet nodig. “We zijn allemaal kunstliefhebber en we gaan graag naar een theater en een museum,” zei hij laatst. “Maar stel je voor dat je een dag zonder zou moeten, dan kan dat. Je kunt ook níét naar het theater gaan en een mooie dvd opzetten”, aldus de minister. Maar waarom mogen we wel naar de drankhandel en niet naar een boekhandel en wel naar Ikea, het bordeel, De Efteling, de sportschool, het terras, en niet naar musea, een concert of het theater? Begrijpt u het?

Ik kan het dedain waarmee naar kunst en cultuur wordt gekeken, niet anders verklaren dan als een knieval voor het populisme. Cultuur en kunst worden afgedaan als een hobby van de witte wijn drinkende grachtengordel. In haar essay in NRC Handelsblad ziet Nelleke Noordervliet vooral angst. Angst voor kunst, zoals er angst is voor het virus. Want, zo vervolgt ze: “Kunst kan ontregelen, lastige vragen stellen. Kunst is een eigenzinnige, subversieve maar ook vormende kracht in de maatschappij. Kunst woelt om, maakt los, zoekt antwoorden, geeft commentaar (…) Kunst is de werkelijke tegenmacht.”

Ze heeft gelijk. Maar die tegenmacht moet nog wel worden gemobiliseerd. Daarom hier de oproep aan alle cultuurmakers, kunstenaar en kunstliefhebbers: laten we massaal onze cultuurtempels bezetten. Laten we zingen, dansen, spelen en ontregelen. En we hebben geen tomaten nodig. Cultuur is zuurstof en seks tegelijk, eten, drinken, witte wijn: alles tezamen!

Achterkamertjespolitiek

Willink en KaagVan journalist Hans Aarsman heb ik geleerd dat je bij het duiden van foto’s eromheen moet denken, maar deze foto nodigt uit om erachter te denken. Op de voorgrond zien we Sigrid Kaag en Herman Tjeenk Willink. De plek is de Stadhouderskamer, ooit de werk- en ontvangstkamer van stadhouder Willem V. Sinds 2012 wordt de kamer gebruikt tijdens de formatie van nieuwe kabinetten. Volgens de website van de Tweede Kamer ziet de kamer – op wat technische aanpassingen en nieuwe stoelen na – er nog precies zo uit als toen Willem V hem in 1790 gebruikte. Maar wat doet dat kamerscherm daar in de hoek? Het rijstpapieren scherm detoneert in de statige Stadhouderskamer, alsof het net is opgehaald bij de Xenos.

Wat verbergt het scherm? Misschien staat er wel een papierversnipperaar om alle persoonlijke aantekeningen te laten verdwijnen. Of schuilt achter het scherm de exit richting een functie elders? De Haagse achterkamertjespolitiek is hardnekkig. En kan informateur Herman Tjeenk Willink deze cultuur doorbreken?

Maar misschien is het allemaal veel onschuldiger en staat achter het scherm een chemisch toiletje. De kans is immers niet gering dat de grijze eminentie Tjeenk Willink behept is met een te grote prostaat. Menig heer op leeftijd krijgt daar mee te maken. Zeker voor een formateur is dat knap ongemakkelijk. Stel je voor, met al die gesprekken die hij moet voeren, is dat toch een dingetje. Maar met het kamerscherm voegt Tjeenk Willink zich wel in de traditie van de 17de eeuwse Zonnekoning die in zijn Paleis van Versailles midden in de kamer achter een scherm plaste en poepte. Overigens, toen de verkenners Jorritsma en Ollongren hier in de Stadhouderskamer hun gesprekken voerden, was het scherm al op de foto’s te zien. Want er zijn ook veel vrouwen met een kleine blaas.

Openheid kan vertrouwen winnen. Daarnaast is in een ingewikkelde formatieproces vertrouwelijkheid belangrijk. Je ziet het voor je: Tjeenk Willink zit achter het scherm op de pot en roept naar Rutte aan tafel: ‘Mark, nu ik je even niet in de ogen kan kijken. Zeg eens eerlijk. Zou je dat nu wel doen, nog een periode?’

Hoe het er werkelijk aan toegaat daar in de Stadhouderskamer?  We zullen het nooit weten. Het geheim van het kamerscherm blijft in de discrete handen van Tjeenk Willink. Want ook al is het einddoel van deze minister van Staat om een document op te leveren dat een ‘nieuwe bestuurscultuur’ ademt; het blijft daar in de Stadhouderskamer ouderwetse achter-het-kamerscherm-politiek.

Stadhouderskamer met Tjeenk Willink

Dromen over je eigen wc

La RegoletaKent u dat, soms lukt het niet om de slaap te vatten. In plaats van schaapjes tellen, de tafels van 2, 3, 4 en 5 opzeggen of het opsommen van alle vakanties van de afgelopen jaren, speel ik het spel met de plinten. In gedachten volg ik de plint in een van de huizen waar ik heb gewoond. In mijn hoofd teken ik de plattegrond; de lange gang in mijn geboortehuis van voor naar achter, de woonkamer in en de voorkamer uit. De trap naar boven, langs de overloop naar de eerste van de vijf slaapkamers. Of langs de plint van mijn eerste studentenkamer – wel met visgraatparket – recht toe, recht aan en snel klaar. Mijn kraakpand op de Albert Cuyp en huis in de Jordaan vragen meer tijd. Maar het werkt. Voordat ik de hele plattegrond heb getekend, heeft de slaap me ingehaald.

Droom
Laatst bedacht ik een variatie op het spel met de plinten: het visualiseren van alle wc’s in de huizen waar ik heb gewoond. Ik kwam op het idee, omdat ik altijd schrijf over andermans en nooit over mijn eigen wc. Maar misschien kwam het ook, omdat ik die ochtend wakker was geworden uit een droom waarin ik opgesloten zat in de brandkast van mijn ouderlijk huis. De deur was achter me dicht gevallen en mijn mobiel werkte daar niet. Gelukkig ontwaakte ik toen uit de droom. Volgens mijn zus had ik een andere plint moeten volgen. Ik  ben het eens met haar eens; het wordt tijd voor een nieuw spel.

Toveren
Dus probeerde ik  laatst – toen ik  niet in slaap kon komen – alle wc’s in de huizen waar ik ooit woonde, voor de geest te halen. Ik telde er 15. Raar genoeg kon ik me niet meer herinneren welke kleur de wanden hadden, of er raampjes waren, hoe het licht naar binnen kwam en de sfeer was. Mijn herinneringen en vooral mijn ogen lieten me in de steek. Wel kwamen er bij het omhoog toveren van al die kamertjes geluiden terug.

Droog geluid
Zo hoor ik nog steeds levendig het sluiten van de massieve wc-deur in mijn ouderlijk huis. Ook het geluid van het doortrekken van de stortbak klinkt in mijn oren als de dag van gister, terwijl het toch al een tijdje geleden is dat ik daar heb gezeten. In mijn eerste Bredase studentenhuis was de wc op een gang, die weer toegang gaf aan een serie kamers. Het geluid van de glas-in-lood-ruitjes in de deuren en de doffe voetstappen op het marmoleum op de gang kan ik me nog goed herinneren. Ook het sluiten van de deur van de gemeenschappelijke wc in mijn tweede studentenhuis klinkt nog steeds vertrouwd: een droog geluid, er lag vast vloerbedekking. Maar of er een raampje was, weet ik niet meer. Toch vreemd hoe die herinneringen werken.

Buenos Aires
Nog even over mijn wc van nu. Ik vrees dat ik net de huisschilder ben die zijn eigen huis nooit schildert. Eigenlijk is er niet veel bijzonders over te vertellen. Hoewel de foto die er hangt beslist een kunstwerk is. De foto is gemaakt op de beroemde begraafplaats La Recoleta in Buenos Aires, waar onder meer Evita Perón ligt. Op de achtergrond zie je een affiche met een meer dan levensgrote voetballer die een energiedrankje aanprijst. Het verstilde dodenrijk met mausolea, kapelletjes en praalgraven contrasteert scherp met de vitaliteit van de Argentijnse sportman. Naadloos wordt het leven hier gecombineerd met de dood.

Geheugen
Mijn lief P. claimt dat hij de fotograaf is geweest, maar volgens mij ben ik de maker. Althans dat dacht ik. Voor deze gelegenheid dook ik in mijn archief en vond het beeld van La Recoleta terug tussen twee foto van mezelf, genomen door P. Hij heeft gelijk, ongetwijfeld is hij de fotograaf. Hoe kan ik me zo vergissen. Meestal zijn mijn foto’s onscherp en valt de helft er af. En deze heeft niets van dat alles, integendeel de foto is haarscherp en een goede vlakverdeling maakt het tot een mooi beeld. Vreemd toch hoe het geheugen soms een loopje met je neemt.

Reizen is essentieel voor toiletblogger

Zonnebloemen en pissoirSoms droom ik van een autorit door een Toscaans landschap met glooiende heuvels waarover een lappendeken lijkt gedrapeerd en her en der een cipres bovenuit torent. En ik droom van fietsen door velden vol zonnebloemen en dan weer door eindeloze bollenvelden onder een strak blauwe lucht. Het is de weidsheid van het landschap waarnaar ik verlang. Maar dromen vullen geen blogs.

‘S werelds mooiste
Reizen, inspiratie opdoen, avonturen beleven is essentieel voor een toiletblogger. Niet alleen zien, maar ook voelen en meemaken. ‘Wie zijn bestemming kent, vindt de weg’, luidt een Chinese wijsheid. Nou, de bestemming is het punt niet. Al die bijzondere wc’s in de wereld die ik nog eens wil zien en voelen. Zo zou ik graag eens zitten op een Japans supersonische bidet-toilet. Ook de als ‘s werelds mooiste betitelde mozaïekplee van de kunstenaar Friedensreich Hundertwasser in Nieuw-Zeeland zou ik ooit nog wel eens in het echt willen zien.

Wow-factor
Kortom, als toiletblogger moet ik op reis. Dat is essentieel. Ik begin bij het tankstation Total. Want ook in Nederland staan de ontwikkelingen niet stil. Onlangs presenteerde Total een plan voor het ‘nieuwe toiletteren’ in 28 Nederlandse tankstations. De wc-pot wordt daar het middelpunt van een ‘wellness’-ervaring. Total spreekt van een ‘zengevoel’ en volgens de woordvoerder heeft de wc de ‘wow-factor’. Dus u begrijpt, daar rij je voor om.
Het nieuwe toiletconcept bestaat uit een combinatie van geluid, licht, geur en technologie. Je hoeft niets meer aan te raken, ook de geluiddichte cabines dragen bij aan een beter comfort. Op interactieve spiegels zijn boodschappen, filenieuws en aanbiedingen te lezen. Bovendien staat er een slimme weegschaal, waarop je binnen een of twee minuten een gezondheidscheck kunt doen en je bloeddruk, gewicht en zuurstofgehalte wordt gemeten. En vergeet de vogelgeluiden niet die het zengevoel compleet moeten maken.

Meneer Toto
Professor Johan Molenbroek – ergonoom aan de TU Delft – volgt al veertig jaar de ontwikkelingen op toiletgebied. Laatst gaf hij in een radioprogramma commentaar op de ‘zen-wc’ van Total. Volgens hem hechten we tegenwoordig steeds meer waarde aan onze hygiëne. We wassen onze handen vaker en hoogstwaarschijnlijk behoort wc-papier snel tot de verleden tijd. In het Total-concept herkent Molenbroek de Japanse douche-wc. Deze uitvinding van meneer Toto gebruikt geen papier, maar spuit schoon waarbij je temperatuur en kracht van de waterstraal zelf in kan stellen. Toto ontdekte dat vrouwen vergeleken met mannen meer water gebruiken en laten kletteren, om zo hun eigen geluiden te overstemmen. Daarom bedacht meneer Toto een duurzame oplossing voor geluidsoverlast en waterverspilling: een muziekje.

België
Total start in het voorjaar met de eerste drie tankstation: in Leiderdorp, Woudenberg en Nieuwegein. Ik weet nog niet welke van de drie ik het eerste aandoe. Waarschijnlijk wordt het Leiderdorp. Misschien is één ook wel genoeg. Als ik het concept maar snap.
Misschien wordt de bestemming België, zodat ik ook nog een Shell-tankstation kan meepikken. Daar verzorgt 2theloo de wc‘s. Ik las dat ze intensief werken aan een ‘beter dan thuis’-toiletervaring, die zo min mogelijk impact heeft op het milieu. De wc verbruikt 60% minder water, 53% minder zeep en 79% minder papier. Vooral dat ‘beter dan thuis’ doet mijn hartje sneller kloppen. Mijn eigen wc heb ik inmiddels wel gezien, alles is nu al snel beter dan thuis.

Gaatje

Waar ik na België belandt, weet ik nog niet. Ik loop niet weg en ben niet op de vlucht. Niet zoals de dichter J. Slauerhoff. De schrijvende scheepsarts was altijd onderweg naar Azië, Zuid-Amerika en schreef: ‘In Nederland wil ik niet leven, / Men moet er steeds zijn lusten reven, / Ter wille van de goede buren, / die gretig door elk gaatje gluren.
Buiten wcOverigens doet dat ‘gaatje’ me denken aan zo’n buiten-wc die ik vorig jaar op Texel zag, met een deur waar een hartje is uitgezaagd.

Zeg eens eerlijk, er valt nog zo veel te beleven. Zelfs in Nederland.

 

 

 

P.S. ‘Reven‘ betekent verkleinen. Oorsprong: het zeil kleiner maken bij harde wind.

Volg je passie en je zit goed

wc-stoel op bus

Herken je dat? Opeens vind je het puzzelstukje en past alles in het plaatje. En dan denk je: verhip, hoe bestaat het dat ik het niet eerder heb gezien. Zo stuitte ik van de week in mijn archief op deze foto van de wc-stoel. Vriend R. stuurde de foto al weer lang geleden, toen hij een opleiding volgde voor buschauffeur. Nu ik de foto nog eens bekijk, bedenk ik me dat die vast verwijst naar de acties van buschauffeurs voor meer plaspauzes.

Dat conflict dateert al weer uit 2017. Buschauffeurs staakten omdat ze zich verzetten tegen de hoge werkdruk. Soms moesten ze wel vier uur lang hun plas ophouden. Onder de leus ‘We willen niet zeiken, maar plassen’ voerden zij acties. Begin vorig jaar hebben onderhandelingen uiteindelijk geleid tot een nieuwe cao, waarin opgenomen dat buschauffeurs iedere 2,5 uur de gelegenheid krijgen om naar het toilet te gaan. Ik wil niet zeggen dat het even erg is als de toeslagenaffaire, maar wel dat het diep en diep triest is voor een land als Nederland. Want zeg nu zelf, ook 2,5 uur is behoorlijk afgeknepen.

Stoer vond ik het wel hoe vriend R. zijn passie volgde en zijn rijbewijs voor op de bus ging halen. Ik heb altijd een enorme bewondering voor mensen die opeens een verrassende wending geven aan hun leven. En dan bedoel ik niet een Bed & Breakfast beginnen in een warm land. Hoewel het stel dat een naaktcamping begon in Frankrijk, zeker toen hij er van door ging met een ander, wel fijn drama was en goede tv. Maar ik bedoel toch meer mensen die totaal iets anders gaan doen, omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Grieks leren, bevers fokken in Alaska, een fermenteerfabriek beginnen in Appingedam, een fietstocht door het Andesgebergte of zoals Merel van Vroonhoven, topvrouw en voorzitter bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die haar hart volgde en leraar werd. Uiteindelijk is vriend R. toch geen buschauffeur geworden, hij kocht een camper, maar dat is weer een ander verhaal.

Ik bewonder vooral het lef. Want soms is het helemaal niet gemakkelijk om je passie te volgen. Een coach hield me ooit voor dat wat je leuk vindt, meestal ook is waar je goed in bent. Dus volg je passie en je zit goed. In de praktijk is het niet zo simpel. Vaak is het hard werken en altijd zijn er wel hindernissen die overwonnen moeten worden. Maar dat brengt je dan ook ergens.

Dat doet me overigens denken aan Tussen Kunst en Kitsch. In het programma vertellen de experts met al hun expertise en vol passie over de ingebrachte zaken. Het zorgt voor spannende tv. Iedere week verheug ik me er weer op. Kenners van zeldzame handschriften, Europees tin uit de 19de eeuw en Venetiaans glaswerk geven hun kijk op de ingebrachte objecten. Ik ben er dol op. Soms lijkt het een onbeduidend schaaltje, maar blijkt het een schat. Gepassioneerd vertellen de experts over herkomst en betekenis. Met een gelukzalige blik wijzen ze op een onderdeel, ze dateren de objecten verbazingwekkend precies en weten ook nog eens exact in te schatten hoeveel iets waard is. Want uiteindelijk gaat het daar toch om voor de eigenaar. Is iets oerlelijk of niet, de grote vraag blijft: wat brengt het op.

In een recente aflevering kwam een Victoriaanse wc-pot voorbij. De eigenaar trof de pot aan toen ze een huis kocht, onmiddellijk verving ze hem voor een zwevende plee. Veel handiger. Eerst wilde ze de pot op Marktplaats zetten, maar ze kwam tot inzicht en nam hem mee naar Tussen Kunst en Kitsch. En wat bleek, het was een luxe Engelse plee uit eind 19de eeuw. De pot werd getaxeerd op een schamele 200 euro. Hoe hoog ik de experts ook heb zitten, hun kennis van sanitair erfgoed schiet te kort. Als ik deze dame was, zou ik de Victoriaanse pot niet weg doen en er op blijven zitten.

Ik zeg maar zo: volg je passie en je zit goed.

 

Tussen de boeken met Oek de Jong

Toilet annex boekenkast

Mijn wereld wordt kleiner. Er kruisen geen nieuwe wc-exemplaren mijn pad. Misschien moet ik mijn bakens verzetten, mijn repertoire verbreden en over andere onderwerpen schrijven, of op zoek naar een nieuwe hobby.

Regelmatig lees ik een boek, maar een hobby wil ik dat niet noemen. Recent las ik Zwarte schuur van Oek de Jong. Ik hou van zijn werk. Zijn eersteling Opwaaiende zomerjurken heeft de meest beeldende titel uit de hedendaagse Nederlandse literatuur. Cirkel in het gras vind ik een van de mooiste liefdesgeschiedenissen uit de Nederlandse literatuur. Ik heb het verslonden. Ook de liefdesverhoudingen in Hokwerda’s dochter overrompelen en sleuren je mee.

Een recensent omschreef het werk van Oek de Jong als sensueel. Dat mag je inderdaad wel zeggen. Met een fijne sensibiliteit voor details, uiterlijkheden, geuren en kleine dingen die een stemming of sfeer bepalen of sturen, neemt hij je mee. Zo wemelt het van de leren kleding in zijn romans. Leren jassen en laarzen, maar ook broeken en rokken: huid die op huid wordt gedragen. Typische details waarmee De Jong in één klap het verhaal een erotische lading geeft. Hij laat het je voelen.

Als voorbeeld noemt de recensent van Zwarte schuur een klein zinnetje dat meerdere malen terugkeert: ‘Hij veegde het haar uit zijn ogen.’ De recensent vraagt zich af of het niet gebruikelijker is om te zeggen: hij stréék het haar uit zijn ogen? Waarna een analyse volgt dat De Jong er het veel lomere ‘veegde’ van maakt en ‘jawel, daar gaat die trage hand naar die rommelige haarlok, je ziet dat nonchalante vegen en voelt de ogen die tevoorschijn komen ineens op je gericht.‘ In De Jongs proza volgt het ene zintuiglijke beeld na het ander. Je ziet, hoort en voelt het.

Tijdens mijn studie Nederlands deed ik onderzoek naar de verhaalmotieven in de roman Cirkel in het gras. Op zoek naar verbanden tussen de verschillende passages die de eenheid van het verhaal maakten, ontdekte ik het steenmotief. Overal vond ik stenen. Ik schreef mijn scriptie, overtuigde mijn hoogleraar met mijn scherpzinnige inzichten en kreeg een 9.

In diezelfde tijd volgde ik nog een tweede studie voor docent Nederlands. Voor het vak hedendaagse literatuur besloot ik mijn Oek de Jong-scriptie nogmaals in te zetten. De in mijn familie veelvuldig beproefde aanpak met de ‘kaasspreekbeurt’ bracht me op het idee. Mijn vader, im- en exporteur van kaas, maakte deel uit van een familiebedrijf. De spreekbeurt over kaas was gedeeld familiekapitaal. Mijn zussen en broer, neven en nichten, de hele familie gebruikte dezelfde spreekbeurt. Op de lagere school, middelbare school, in het Nederlands en in het Engels. Wij wisten alles van kaas.

Zo gezegd zo gedaan, leverde ik mijn scriptie over het steenmotief in Cirkel in het gras voor een tweede keer in. Maar kennelijk waren ze op de lerarenopleiding minder overtuigd van mijn analytisch vermogen en scherpe observaties, want wat schetste mijn verbazing: ik kreeg slechts een 6.

Terug naar Zwarte schuur. De roman verhaalt over de schilder Maris Coppoolse, en over leven met een trauma, de verwerking ervan en nog veel meer. Net zoals ik destijds overal stenen bespeurde en het steenmotief herkende, zo zie ik nu – sinds dat ik toiletblogs schrijf – overal wc’s. Zelfs als ze er niet zijn.

In de legendarische ‘O Maris, mag ik plassen waar je bij bent’-scène laat Maris zijn hand bewateren door Albertina: ‘Zonder aarzeling stak Maris zijn hand tussen haar dijen. Hij bespeurde er de warmte en vochtigheid van haar kut, de rug van zijn hand schampte langs een gladde schaamlip, en toen voelde hij de warme urine over zijn hand stromen. Met een zacht geluid viel het vocht op de aarde. Albertina had omlaag gekeken naar zijn hand, en toen ze eindelijk kon plassen, toen het begon te stromen, keek ze verrukt naar hem op.’

Oek de Jong won de Boekenbon Literatuurprijs met deze roman. Volgens de jury moet het werk ‘…beschouwd worden als een toonbeeld van de rijkdom en reikwijdte van de literaire roman’.

Hoe mooi, welk motief je hier ook in terugziet, de fijne sensitiviteit van De Jongs proza, zijn taal geladen met zintuiglijke beelden, maakt dat je meevoelt. Je voelt de warmte van de plas op je handen. En je weet, dit is goed.

Toon me uw wc en ik zeg u wie u bent

Wc-bril met bloemetjesgordijn‘Of er een tuinkabouter staat of welke kleur de bank heeft, zegt meer dan duizend woorden’, vertelde Ivo Niehe over zijn interviews met de groten der aarde. Ook de boekenkast hoor ik vaker genoemd als spiegel van iemands persoonlijkheid. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent. Variaties hierop zijn er genoeg: de kledingkast, het huis, vrienden. Natuurlijk vind ik dat de wc er aan toegevoegd moet worden. Toon me uw wc en ik zeg u wie u bent. Kleding, boeken, de wc. Het zegt vast iets over de eigenaar. Maar wat? En zegt het genoeg?

Om eerlijk te zijn, de meeste Nederlandse wc’s zijn niet echt spannend. Hoewel eerlijkheid me ook gebiedt om te zeggen, dat ik de laatste tijd alleen nog maar privé-wc’s bezoek. Wel stuit ik daar regelmatig op het ronde witte wc-tonnetje van Philippe Starck, of een kloon daarvan. Maar dan heb je het wel gehad, qua spannendheid. Wellicht zegt dat iets over mijn vrienden en nog meer over hun wooncarrière. Inderdaad, ik bedenk me wel, dat ik laatst twee zwarte wc’s heb gezien. In beide gevallen ging het om vrienden die net een nieuw huis hadden verbouwd.

Behalve dan die twee zwarte blijft het vooral wit wat de klok slaat, met de tegeltjes aan toe. Meestal een hangende pot, zodat er onder gemakkelijk schoon te maken is. Want properheid staat voorop, en gaat boven het design. In Bezem & Kruis – De Hollandse schoonmaakcultuur of de geschiedenis van een obsessie vermoedt Piotr Oczko een verband tussen schoonmaken en protestantisme. In het verleden resulteerde dat in een strak arbeidsethos, huiselijke discipline en verantwoordelijkheidsgevoel. Vast en zeker zien we die Hollandse poetszucht vandaag de dag nog terug in de inrichting van het kleinste kamertje van het huis.

Voorjaar

Afgelopen weekend werd ik overmeesterd door een voorjaarsgevoel. Het begin van een nieuw jaar versterkt de behoefte om op te ruimen, schoon te maken en een frisse start te maken. Net de kerstboom afgetuigd en buiten gezet. De ballen en versiering terug in de doos, opgeruimd en opgeborgen. Buiten was de lucht helder blauw.

Op zoek naar nog meer voorjaar kocht ik op de markt narcissen. Nadat ik de bloemenvrouw de beste wensen had gewenst, gaf ze me nog een advies mee. ‘Zet de bloemen eerst nog even een half uurtje in het papier in het water. Dan komen ze op kamertemperatuur. Zelf zet ik ze altijd in de wc-pot. Maar ik woon alleen, dus dat is dan gemakkelijk’, voegt ze er nog aan toe. Mijn bloemenvrouw is van het type ik-ben-zo’n-gek-mens. Hoe vaak heeft ze me dit advies al niet gegeven. Ik loop naar huis, kijk naar mijn narcissen, denk aan haar wc, en zie in gedachten de lentepracht oprijzen uit haar schone witte pot. Daar word ik vrolijk van.

bloemen in toilet

De top 5 meest bijzondere wc’s van 2020

Expo Cube

Was 2020 een goed wc-jaar? Als u het mij als toiletblogger vraagt, niet echt. Er kwamen weinig bijzondere wc’s op mijn pad, en vergeleken met voorafgaande jaren kreeg ik minder exemplaren toegestuurd. Wel werd ik regelmatig gewezen op nieuws over wc-papier. Natuurlijk is het allemaal de schuld van corona. Want wat is niet de schuld van corona?

Vrachtwagen met wc-papierEn hoe staat het eind 2020 met het openbare toilet? Jaarlijks vraagt de Nederlandse Maag Lever Darm Stichting op 19 november aandacht voor goede sanitaire voorzieningen en toegang tot schone en veilige toiletten voor iedereen. Op die dag, de Wereld Toilet Dag, wordt de stand van zaken opgemaakt.

Dit jaar blijken vooral toeristische gemeenten goed te scoren met openbare toiletten. Súdwest-Fryslân, Schouwen-Duiveland en Schiermonnikoog zijn de drie kleinste met de meeste wc’s per inwoner. De grootste toeristentrekpleister Amsterdam echter blijft schromelijk achter, daar worden zelfs openbare toiletten weggehaald. Of is dat juist om toeristen te ontmoedigen de hoofdstad aan te doen? Het zal wel de schuld van Femke Halsema zijn. Want wat is niet de schuld van Femke?

Mijn top 5

Natuurlijk deel ik graag ook dit keer mijn persoonlijk jaaroverzicht met opmerkzaam nieuws op wc-gebied. Wel sla ik even de wc-papierperikelen uit 2020 over.

Nummer 1. De Poepdoos

poepdoosNora Jongen en Josine Beugels kwamen op het idee voor deze poepdoos in juni toen alleen gekampeerd mocht worden wanneer je je eigen toilet meenam. Ze gingen op zoek naar een niet-chemisch toilet, die er ook nog leuk uit zag, zochten stad en land af, en vonden niks, uiteindelijk besloten ze er zelf een te ontwerpen.

Corona bracht ellende, maar ook veel creativiteit te weeg. Inmiddels is de draagbare wc uitverkocht. Dames, misschien tijd voor een reprise? Want met de warme zomers die worden voorspeld, is dit zeker een blijvertje. Er gaat immers niets boven een mooie poepdoos.

Nummer 2. Black, the queen of all colors

Zwarte wcBlauw werd dit jaar tot trendkleur uitgeroepen. Toch was het vooral zwart wat de klok slaat op de wc  in 2020. De schilder Pierre-August Renoir zei ooit: ‘I’ve been 40 years discovering that the queen of all colors was black.’ Gaat de zwarte wc-pot de witte verdringen?

Over kleur op de wc gesproken, afgelopen week zag ik in Huis Marseille een foto van een beige wc met een roze zeepje. Fotografe Farah Al Qasimi brengt de gescheiden werelden van mannen en vrouwen in beeld in de Golfstaten. Aparte wachtkamers, wc’s, maar ook met kleur gecodeerde producten – zoals blauwe zeep voor mannen en roze voor vrouwen – onderstrepen de strenge scheiding tussen de geslachten. Gender-neutraal is nog ver te zoeken daar in de Golfstaten.

Nummer 3. Slimme doorzichtige Japanse wc’s

doorzichtigewcIn Tokio verrezen in een aantal parken toiletunits met transparante muren. Wie hoge nood heeft kan naar binnen kijken om te zien of de weg vrij is.

Prijswinnend architect Shigeru Ban ontwierp samen met een handvol andere topontwerpers deze bijzondere wc’s. De cabines zijn gemaakt van gekleurd ‘slim glas’ dat ondoorzichtig wordt als het toilet bezet is. Of je ook van binnen naar buiten kunt kijken, weet ik niet. Ik hoop het, want dat maakt deze plek nog specialer.

Nummer 4. Zingende pisbakken

4+4 dny v pohybu 2020 urinal music instalationVriend Bep wees me op deze vrolijkheid. De installatie met de zingende pisbakken was in het echt te zien op het Praagse festival 4+4 Days in Motion in oktober. Het muzikale spektakel mocht dan geen direct gevolg zijn van corona, er keken dit keer wel veel meer mensen online mee. Bekijk en geniet van de zingende pisbakken.

Nummer 5. De paellapan op de wc

paellapan en wcHoe besluit je zo’n raar jaar als 2020? Inderdaad met een raar exemplaar. De paellapan als spatscherm. Bovendien is het een mooi idee om te eindigen met dit exemplaar uit de Languedoc waarmee ik ooit begon. Nu is het rond.

Het is overigens niet waarschijnlijk dat deze paellapan dit jaar uit de kast is gekomen. Grote kerstdiners met familie en vrienden zaten er niet in. We gaan voor 2021!  Iedereen een mooi en vooral gezond jaar gewenst.

Over het kerstdiner gesproken WC-etiquette rond het kerstdiner. Hoe hoort het eigenlijk? blijft mijn meest gelezen blog.

Het verhaal van de paellapan, de wc en mijn blogs

paellapan en wc

Het begon allemaal met deze paellapan. Ik kwam hem tegen op een wc in een restaurant ergens in Zuid-Frankrijk, in de Languedoc. De grote pan sprak tot de verbeelding, om nog maar te zwijgen van die kapstok er naast. Van wie was die trui die daar hing? En waarom stond die pan daar? Wat voor gerechten werden er in bereid? Paella op z’n Frans? En bij welke gelegenheden werd de pan uit de wc gehaald? De drukke inrichting duidde op een krappe behuizing, terwijl op het Zuid-Franse platteland aan ruimte geen gebrek is, in tegendeel zelfs.

Waar ik precies in de Languedoc de pan tegen het lijf liep, weet ik niet meer. In ieder geval was het in de zomer van 2015. De pan markeerde de start van mijn carrière als toiletblogger. Dat weet ik nog wel. Door een heel klein wc-raampje viel er licht op de pan. Ik had ‘m eerder niet eens herkend. De lichtbundel bood een geheel nieuwe kijk op mijn toiletbezoek.

Later moest ik denken aan het lied Anthem waarin Leonard Cohen zingt dat ieder mens een scheurtje heeft waardoor het licht naar binnen kan vallen. In mijn geval was het geen innerlijk scheurtje, maar een raampje waardoor het licht naar binnen viel en alles in een ander daglicht kwam te staan.

Er schuilt iets ontegenzeggelijk positiefs in dat lied van Leonard Cohen: Ring the bells that still can ring/ forget your perfect offering/there is a crack in everything / that’s how the light gets in. Cohens Anthem gaat over het omarmen van onvolkomenheden in plaats van die te bestrijden. Aan het begin van het nummer zingen de vogels: Begin opnieuw, sta niet stil bij wat je bent kwijtgeraakt of bij wat gaat komen. Wat je doet hoeft niet perfect te zijn. Als we wachten op perfectie komen we immers nooit waar we willen.

Ooit las ik over een psychiater die altijd aan zijn patiënten vroeg of er toch niet ergens een scheur in de duisternis is die ze samen kunnen zoeken? Terug naar de pan en de ‘barst in alle dingen’ waar Cohen over zong; daar in de Languedoc leerde ik mijn onvolkomenheden te omarmen en niet langer te bestrijden. Make it work for you. Buig het om. Door het licht op de paellapan kreeg ik een andere, nieuwe kijk op die ruimte, waar ik noodgedwongen door mijn handicap (vaak plassen) te vaak kom en eigenlijk helemaal niet wil zijn. Uiteindelijk inspireerde deze nieuwe beleving tot het schrijven van verhalen, tot op de dag van vandaag.

Toch nog even over die pan: waar die zich ook op dit moment mocht bevinden, een ding is zeker, het wordt dit jaar niets met die pan. Want kerstetentjes met veel mensen zitten er echt niet in. Helaas.

De vele lagen van wc-papier

coco capitan selfie toiletDeze fascinerende foto van Coco Capitán zag ik voor het eerst in Maison Européenne De La Photographie (MEP). Dat is al weer bijna twee jaar geleden. Het brengt heimwee teweeg, naar Parijs, naar nieuwe beelden, naar verhalen. Hoe fijn is het, zeker in deze tijd, om je te laven aan kunst, te kijken naar mooie dingen en te luisteren naar bijzondere verhalen.

Donderdagavond belandde ik in het programma Beste Zangers. Rapper Diggy Dex zingt over zijn moeder die er van door ging met een vrouw. Over 25 jaar vertelt hij zijn kinderen dat hun oma een voorbeeld is, want ze volgde de weg van haar hart. Ontroerd voor de buis realiseer ik me dat ik de laatste tijd vooral behoefte heb aan troostrijke verhalen. Misschien heb ik iets te veel over pisbakken geschreven en te weinig over waar het echt om gaat.

Hoewel, in mijn blogs probeer ik toch alle hoeken van de samenleving te raken. Noem maar op: het milieu, duurzaamheid, de coronapandemie, trends in kleurgebruik, toeristenbeleid, hotels, taal, genderneutrale wc’s, gemis aan wc’s in de openbare ruimte, wc-papier. Vooral dat laatste kwam vaak langs. Veel, heel veel wc-papier. Dat leeft. Iedereen realiseert zich in deze barre tijden hoe belangrijk wc-papier is.

Neem Oostenrijk, daar maken ze zelfs speciale coronapostzegels van wc-papier. Ze kwamen op het idee toen in de eerste lockdown wc-papier telkens was uitverkocht. De wc-rol werd daarmee hét symbool van de lockdown. Wc-papier is hot. Zelfs in een gerenommeerd tijdschrift als het Filosofie Magazine komt wc-papier langs. In het oktobernummer vraagt Alicja Gescinska zich af wat de definitie is van origineel wc-papier. Dat naar aanleiding van de tekst ‘Schoon en origineel’ op de verpakking van rollen wc-papier. Weerklinkt bij gebruik de Vier Seizoenen van Vivaldi uit de papiervezels? Zou er een lichtshow mee gepaard gaan? Dat zou pas origineel zijn, schrijft ze. Hoe dan ook, in haar verhandeling schuwt ze verwijzingen naar Homerus en James Joyce niet. De betekenis van wc-papier wordt serieus genomen.

Vorige week las ik de column van Sylvia Witteman in de Volkskrant over het gebrek aan wc-papier. In één zinnetje bracht ze alle ellende van de wereld terug naar de banaliteit van alledag. Ik citeer: ‘Trouwens: wegwerpmondkapjes zijn volkomen ongeschikt om na het wateren in de vrije natuur je doos mee af te drogen dus, dames, koop ze van 100 procent katoen!’  Sylvia is mijn held. Ik hou van haar rake observaties van het dagelijks leven. De dag ervoor ging haar column over paddestoelen plukken in het bos. Je ziet haar zitten tussen de boleten en cantharellen, zonder wc-papier. Ik zei het al: wc-papier is hot!

Coco Capitan in Seoul

Ook Coco Capitán is hot. In Metal Magazine wordt de Spaanse fotografe gevraagd waar ze haar inspiratie vandaan haalt: Coco Capitán: ‘I love to mess around with the genres. I am inspired by loud music, a good book, an intense conversation, wine in a gallery, and a movie in Prince Charles’ cinema.’

Plassen voor het goede doel


Aan de façade van kunstlab Mediamatic, pal aan het Oosterdok, hangt werk van Kamiel Rongen. Pure Gold, zoals het kunstwerk heet, bestaat uit vijf urinoirs en vijf beeldschermen. Mijn Amerikaanse vriend vindt het typisch Nederlands, die batterij van vijf pisbakken open en bloot op een rij. Hij vergelijkt het kunstwerk met de Nederlandse gewoonte om de gordijnen open te laten. Hij heeft gelijk, op een willekeurige wandeling door een willekeurige buurt is het inderdaad goed binnen kijken overal. Wij, Nederlanders dragen openheid hoog in ons vaandel en hebben zogenaamd niks te verbergen. Althans, zo willen we het de buitenwacht graag doen geloven.

Bevroren plas

pure goldWie denkt dat Pure Gold een exclusieve mannenaangelegenheid is, heeft het mis. Vooral de videokunst biedt ’s avonds een schouwspel aan magische beelden, voor iedereen. Geïnspireerd door de gouden tinten van plas bevroor Kamiel Rongen het zijne en voegde er vervolgens allerlei oliën aan toe. Het ijs, plas en de oliën reageren op elkaar en veranderen voortdurend door de zwaartekracht. Het kunstwerk maakt van een dode hoek een levendige openbare ruimte. Daarnaast vervult het werk van Rongen een maatschappelijke functie voor de buurt. Namelijk, de opgevangen urine wordt hergebruikt om de bloemen, bomen en struiken in de buurt te bewateren.
En hoe doen ze dat? Na inzameling blijft de urine een tijdje staan om schadelijke ziektekiemen te laten afsterven. Daarna wordt het verdund met water en is het klaar voor gebruik. Vervolgens gebruiken ze daar bij Mediamatic gewoon een gieter om de urine direct op de aarde van plantenbakken te gieten.

Troost

Ook buurtbewoners zijn blij met het ‘Pis Project’; ze hebben veel minder overlast van wildplassers. De vijf pisbakken van Rongen zijn een genot, onder het toeziend oog van de magische videobeelden is het fijn plassen. Zeker in deze tijd met sombere perspectieven is het mooi om te bedenken dat vieze stinkende urine een tweede leven krijgt en omgebogen wordt tot iets nuttigs. Dat maakt daar een plas doen toch anders. We doen het hier voor het goede doel. Pure Gold voelt als een win-winsituatie en biedt troost. En u weet, met troost is het net als met liefde, er valt niks te zoeken, alleen te vinden.

Een wc voor de hele stad

krul prinsengracht verwijderdInmiddels weet ik ze allemaal te vinden. Ik kan de weg er naar toe uittekenen. Ook al is de ene krul de andere niet. Ik ben ze allemaal dank verschuldigd. Laatst las ik dat de Britse queen Elizabeth 8 uur lang haar plas kan ophouden. Vanwege haar vele publieke verplichtingen is dat uitermate handig. Mij lukt het nog geen half uur.
Vooral in de eerste maanden van de lockdown – het lijkt al weer zo lang geleden – vergaarde ik veel kennis over de toiletvoorzieningen in het centrum van Amsterdam. De stad lag er bloedmooi, maar eenzaam bij. Horeca, musea, theaters; alles gesloten. De wandeling over de grachten, mijn dagelijkse enige uitje. Toegerust met een kleine blaas gaf het netwerk van publieke toiletvoorzieningen noodgedwongen richting aan mijn wandelingen.

Vijf krullen

Vooral het Singel was regelmatig doelwit van mijn tochten. Die gracht telt zowaar vijf krullen: een tegenover huisnummer 43, een tweede tegenover 167, een om de hoek van de Raadhuisstraat, een tegenover 311 en tot slot een op de hoogte Bloemenmarkt. De rest van het westelijke deel van de grachtengordel is heel wat minder toebedeeld. Neem de Prinsengracht, na de krul bij het homomonument op de Westermarkt is het een forse wandeling naar de volgende. Pas op de hoogte van nr. 432-436, waar tot het voorjaar 2013 het Paleis van Justitie gevestigd was, staat een krul. Althans, zo was dat tot begin juni van dit jaar.

Rosewood

En toen was het tweede pinksterdag en was er van alles aan de hand. De zon scheen, op de Dam de Black Lives Matter demonstratie, de terrassen mochten weer beperkt open. Blij en overmoedig, dronk ik een Aperol Spritz teveel. Op weg naar huis werd ik bestraft, kwam de aandrang en was al mijn hoop gevestigd op de krul voor het voormalige gerechtshof op de Prinsengracht. Maar helaas. Ik was het helemaal vergeten, even een gat in mijn hoofd, vast door die Aperol Spritz. Op die plek aan de gracht komt het vijfsterrenhotel Rosewood, dat zich gaat richten op rijke reizigers uit Brazilië, Rusland, India en China, en vooruitlopend op de verbouwing was de krul weggehaald. Daar stond ik dan.

overijverige ambtenaren

Sowieso is het van de pot dat er in het Amsterdamse centrum nog een hotel bijkomt. Omwonenden probeerden nog bezwaar te maken en spanden een rechtszaak aan. Maar het mocht niet baten. De hotelstop die sinds 2017 geldt, gaat hier niet op. De vergunningsaanvraag valt onder het oude hotelbeleid van 2015. Maar terug naar de krul. Ik stel me zo voor, dat de nieuwe eigenaar, de familie Cheng uit Hong Kong, in de onderhandelingen heeft geëist dat die vieze stinkende ordinaire Amsterdamse pisbak voor de deur verdwijnt. Want, geef toe, het idee alleen al, dat kun je die rijke toeristen niet aandoen. Ook al staat de opening van het hotel gepland in het najaar 2023, overijverige ambtenaren hebben al geanticipeerd en het groene gevaarte afgevoerd.
Dus daar liep ik dan in hoge nood. Nog net niet met gekruiste benen – haastte ik me naar de volgende, meest dichtstbijzijnde krul. Waarbij ik moest kiezen tussen die op de hoek Nieuwe Spiegelgracht–Keizersgracht of die op de Lijnbaangracht. De laatste dan maar, want dichter bij huis.

Aap uit de mouw

Eind juni 2020 bracht de Rekenkamer een onderzoeksrapport uit, waarin werd bevestigd wat we al wisten: meer dan de helft van de drukke Amsterdamse voetgangersgebieden voldoet niet aan de norm van een openbaar toilet binnen 500 meter. De Rekenkamer vroeg een reactie van het college. In grote lijnen is het college eens met de bevindingen: verbetering is wenselijk en er liggen kansen in het beter benutten van al bestaande (semi)openbare toiletgelegenheid bij ondernemers en in publieke gebouwen. Maar, en dan komt de aap uit de mouw, er is geen structureel budget gereserveerd in de begroting.
Terwijl ik daar liep mijn plas op te houden, speelde door mijn hoofd dat het toch godgeklaagd is dat de gemeente steeds meer krullen opdoekt, en daar niets voor in de plaats komt. Waarom bijvoorbeeld niet de ingenieuze, genderneutrale en sympathieke Krul 2.0 van Studio Selva? Het Amsterdamse ontwerpbureau bestudeerde hoe een voor iedereen toegankelijke wc eruit kan zien en kwam met de Krul 2.0 voor mannen, vrouwen, rolstoeltoegankelijk, bovendien uitgerust met een ‘verschoontafel’. Waarom heeft deze openbare toilet nog geen grond onder de voeten gekregen in Amsterdam?

Sense of Place

Inmiddels zijn we een paar maanden verder, de rechter heeft beslist dat Rosewood hotel er mag komen. Alle Rosewood Hotels over de wereld verschillen, vertelt de website, maar de invulling wordt aangepast aan de plek waar het hotel is gevestigd. ‘Sense of Place luidt het motto. In het geval van Amsterdam betekent dat, dat het gebouw toegankelijk zal zijn voor de Amsterdammers. (…) Bijvoorbeeld de binnentuin, het restaurant, de sportfaciliteiten en het zwembad. Het gebouw zal zich letterlijk openen voor Amsterdam.‘ Hoort u dat. Hoe mooi. Wellicht kan de Krul 2.0 een plek in de binnentuin krijgen. Een wc voor de hele stad. Stijlvol in de originele groene kleur, typisch Amsterdams, aansluitend bij de historie, genderneutraal, laagdrempelig en toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Kortom, voor alle Amsterdammers. Met z’n allen gaan we gewoon plassen in de tuin van het nieuwe Rosewood Hotel. We moeten wel nog een paar jaartjes wachten.

 

De mooiste wc van eigen land

Vakantie in eigen land. Hoe erg is dat? Je hoeft helemaal niet naar Frankrijk om gekke wc’s te spotten, ook in Nederland is er voldoende avontuur te beleven. pis- en asbakZo trof ik op Terschelling een urinoir met asbak. Hoe gek kan je het hebben. Ik rook al heel lang niet meer, maar de asbak naast de pispot bracht een stroom van nostalgische verlangens op gang, naar vrijheid en naar een tijd waarin je gewoon deed waar je zin in had. De sigaar op de foto heb ik overigens geleend van de buurman.

Nog steeds luidt het advies, vermijd drukke plaatsen. Vooral publieke wc’s zijn nog wel een dingetje. Afgelopen donderdag was ik voor het eerst sinds vijf maanden weer in een  bioscoop. Via eenrichtingsverkeer werd je naar de filmzaal geleid, achterin was de entree en voorin, rechts van het filmdoek via de nooduitgang mocht je weer naar buiten. Toiletgebruik was tijdens de film niet toegestaan, immers je zou dan weer de tegengestelde route terug hebben moeten nemen. Een duidelijke instructie waar niets Spaans aan was, maar ik kreeg het er wel Spaans benauwd van.
Ik fantaseerde nog even weg over de filmzaal met toiletpotten die ik ooit zag in Turijn in het cinemamuseum Mole Antonelliana, een verwijzing naar de film La Grande Bouffe. Maar toen begon de film.

poepdoos

Overigens had ook de poepdoos van designer Nora Jongen en beeldend kunstenaar Josine Beugels misschien een oplossing kunnen bieden. De lege stoel naast me in de bioscoop was een prima plek geweest om het draagbare ecotoilet op te zetten. Nora en Josine ontwikkelden de poepdoos in tijden van hoge nood. Beide dames kwamen op het idee toen we in juni alleen mochten kamperen wanneer je je eigen toilet meenam. Ze gingen op zoek naar een niet-chemisch toilet, die er ook nog leuk uit zag, zochten stad en land af, en vonden niks, uiteindelijk besloten ze er zelf een te ontwerpen. Josine, vooral bekend van haar tragikomische installaties en performances, heeft elk jaar een ander thema: 2018 was ‘het jaar van het ei’, 2019 ‘het jaar van de dood’ en momenteel leeft ze in ‘het jaar van de poep’. De draagbare poepdoos heeft wat weg van een grote handtas, is verkrijgbaar in een genummerde oplage, en inclusief zaagsel, toiletpapier en biologisch afbreekbare zakjes.

BLOU Rooftop BarMijn bucketlist telt nog heel wat Nederlandse wc’s. Zo wil ik nog altijd de toiletten van de koninklijke wachtkamers op de stations van Amsterdam, Den Haag en Baarn bezoeken. Ook de mooiste wc van 2018 in het hotel W Amsterdam wil ik nog zien. Helaas is die afgelopen weekend gesloten vanwege een schietpartij. Geef toe, wc’s spotten is een spannende zaak. Gelukkig staat ook de mooiste wc van 2020 nog op mijn lijstje. De wc van de Arnhemse rooftop bar Blou kreeg een prijs en zelfs een naam: Roofdrop. vloer toilet BLOU Rooftop BarVolgens de jury is een bezoek aan de wc die sinds juni bestaat, een unieke belevenis. De wc bevindt zich op de 5de etage van hotel Haarhuis in een ongebruikte liftschacht met een vijf centimeter dikke glazen bodem. De diepte van achttien meter onder je zie je pas als je doortrekt of gebruikmaakt van het fonteintje, en met een druk op de knop tover je ook nog eens verschillende kleuren en lichteffecten tevoorschijn die licht werpen op de diepe schacht. Doodeng, maar vast een sensatie.

Een ding is zeker, in Nederland valt er op alle fronten nog veel te zien, te beleven en te genieten. En vergeet niet na te denken over de aanschaf van een poepdoos, want we moeten onze Nederlandse kunstenaars steunen in deze barre tijden. Bovendien is de doos mooi, vrolijk en reuze praktisch op vakantie in eigen land.

Uit quarantaine: het nieuwe normaal op Oerol

Pissoirs platenAnderhalvemetersamenleving, het nieuwe normaal, beeldbellen, huidhonger, geraniummoralisme, biopauze. De pandemie bracht een stroom aan nieuwe woorden met zich mee. Vooral de uitdrukking ‘het nieuwe normaal’ werkt op mijn zenuwen. Altijd stond ik al enigszins ambivalent tegenover dat ‘normaal‘, zowel het oude als het nieuwe.
Wat is normaal? Ik herinner me de spiegelposter uit de jaren ’70 met de tekst Ooit een normaal mens ontmoet…, en beviel het? De postercampagne van stichting Pandora probeerde vooroordelen over psychiatrische patiënten weg te nemen. De tekst van Simon Carmiggelt sprak me wel aan. Ik was jong en worstelde met mijn eigen normaliteit, en het leek me een goede zaak als meer mensen hun eigen gekkigheid onder ogen zouden zien. Eigenlijk kon het me niet gek genoeg. Want om Vincent van Gogh te citeren: ‘Normaliteit is als een geplaveide weg: je kunt er goed op lopen…maar er zullen nooit bloemen op groeien.’

wc-hokjes op rij

Over gekkigheid en toiletgebruik gesproken, twee weken terug was ik op Terschelling. Oerol ging niet door, toch waren er veel mensen naar het eiland gekomen. Na drie maanden opgesloten te zijn geweest, hoopten ze weer eens wat mee te maken. Niet vreemd gezien het hoge ‘ik-ben-nog-altijd-zo’n-gek-mens’-gehalte bij de overwegend kordate boomers onder de bezoekers. Het begon al op de boot: verkleed met mondkapjes had iedereen er zin in.

Een dag later, ontdekte ik op zoek naar een wc in een strandtent achter het opschrift ‘toilet‘ een flinke batterij wc-deuren. Ik voelde of er een vrij was. Op hetzelfde moment begon een vrouw – van wie ik veronderstelde dat ze stond te wachten op iemand – te schreeuwen: ‘Wat denk je wel. Als er een vrij was, had ik daar al lang op gezeten. Kijk effe uit je doppen, idioot.’ Ondertussen kwam iemand uit een toilet en ging zij daar naar binnen. Maar toch vervolgde ze haar tirade: Hoe haalde ik het in mijn botte harses om voor mijn beurt te gaan. Ze stond daar al alle Jezus lang te wachten. Wie dacht ik wel dat ik was? En wat dacht ik dat ze daar stond te doen? Uit haar neus peuteren?

Er kwam weer een wc vrij en daarin beland, dacht ik van haar verlost te zijn. Maar drie hokjes raasde ze nog steeds verder. Even overwoog ik mijn stem te verheffen en terug te roepen: ‘Dimmen daar, dame. Het zijn voor ons allemaal moeilijke tijden. Iedereen vindt na vier maanden een publiek toilet spannend.’ Maar ik realiseerde me dat dat koren op haar molen zou zijn, en onthield me van commentaar. Ik dacht na over hoe schreeuwen het virus via allemaal kleine druppeltjes verspreid. Gelukkig zat ik hier beschermd door vier wanden, en ik had nog altijd in mijn achterzak het mondkapje van de boot. Was dit het nieuwe normaal? Uit protest bleef ik nog een tijdje zitten en mompelde zachtjes voor me uit: sorry, sorry.

NB. Met dank aan Bas voor de foto van de urinoirs met langspeelplaten uit de Bommel, Breda.

Blauw, blauw, hemelsblauw

Blauw_toilet

Gisteren speelde de hele dag Sound and Vision van David Bowie door mijn hoofd. ‘Blue, blue, electric blue / That’s the colour of my room/ Where I will live / Blue, blue (…)’. Vorige week had ik dat met het liedje van Annie M.G. Schmidt over de blauwe kat: ‘Blauw, blauw, hemelsblauw. “Juffrouw, juffrouw. Hoe komt uw kat zo blauw. Zo blauw als een vergeet-me-niet”.‘ En vandaag hoorde ik op de radio l’amour blue van Vicky Leandros. ‘Bleu, bleu l’amour est bleu / Le ciel est bleu.’ Alsof er iets in de lucht hangt, zou je haast denken.

Alle kanten op

Misschien geen toeval, toch maar eens opgezocht waar blauw voor staat. Gelet op alle gezegden en uitdrukkingen met ‘blauw’ kunnen we heel wat kanten op. Hou je vast: blauwe maandag (depressief), blauw van de kou en blauwbekken (spreekt voor zich), blauw op straat (veilig), blauwkous (19de eeuwse spotnaam voor een geleerde vrouw), blauwtje lopen (afgewezen worden), van de blauwe knoop (non-alcoholisch), zo blauw als een tientje (dronken). L’amour blue staat overigens voor de homoseksuele liefde. Kortom, daar word je ook niet echt wijzer van. Blauw spreekt, kunnen we wel zeggen. Bij toeval – of misschien ook niet – stuitte ik op de betekenis van blauw voor boeddhisten. Dat geeft al meer richting. Voor hen staat de kleur voor – ik citeer – ‘compassie, vrede met jezelf, heling, puurheid en het krachtige element dat ieder bezit om (oneindig) verbinding met de wereld om je heen te maken’. Now we’re talking!

Multisensorisch

En toen las ik ook nog eens dat het Amerikaanse kleureninstituut Pantone klassiek blauw uit heeft geroepen tot de kleur van 2020. Pantone baseert haar keus op een analyse waarin de relatie tussen kleurentrends en wat momenteel op cultureel gebied in de wereld gebeurt, wordt meegenomen. ‘Een kleur reflecteert wat mensen voelen. We leven in een tijdperk dat vertrouwen vereist. Het is dit soort vertrouwen dat wordt uitgedrukt door klassiek blauw, een solide en betrouwbare blauwe tint waarop we altijd kunnen rekenen’, vertelt directeur Leatrice Eiseman. Voor het eerst selecteert Pantone de kleur niet alleen op het oog, maar met behulp van alle zintuigen: geluid, geur, smaak en textuur. Klassiek blauw is nu dé officiële ‘multisensorische’ kleur van het jaar.

Pepsi Cola

toilet-tandenborstelhouderMaar waarom geen hemelsblauw, staalblauw, kobaltblauw, marineblauw, Delftsblauw, koningsblauw, nachtblauw, korenbloemblauw, of het ultramarijn van Yves Klein? Dat komt omdat klassiek blauw ‘donkerder, eleganter en traditioneler’ is. Volgens Pantone doet het denken aan de kleur van de schemering, bosbessen en de klassieke Pepsi Cola-blikjes. De tint biedt een ‘gevoel van rust en vrede aan de menselijke geest’ en is bovendien ‘multifunctioneel, genderneutraal en tijdloos’. Wat willen we nog meer? Zeker nu. Inpakken die kleur, zou ik zeggen.

L’heure bleue

Toch nog een kleuradvies nodig voor uw wc? Ga in ieder geval voor blauw, wil ik maar zeggen, of het nu klassiek blauw of het irisblauw van Van Gogh is of het blauw van Vermeer. Ga er voor! Want l’heure bleue, het blauwe uur – zoals de Fransen het licht noemen dat zich soms voordoet ’s ochtends voor zonsopkomst en ’s avonds, net na zonsondergang – is definitief aangebroken.

Maar ga wel voor duurzaamheid en niet alleen in 2020. Kleur bovendien niet alleen de pot, maar schilder de hele ruimte. Blauw op uw wanden straalt vertrouwen uit, in de toekomst en in het vermogen om na een toiletbezoek – dat toch vooral in het teken staat van introspectie en contemplatie –  ons opnieuw verbonden te voelen met de wereld om ons heen.

Blauw, ik zie het in de lucht en voel het aan mijn water!