Poepen: de grote gelijkmaker

Berlusconi op de potIk weet niet precies waarom, maar het blijft leuk. De koningin die een scheetje laat, een cartoon van Trump met een heel klein piemeltje en Berlusconi op de pot. Misschien zit de lol in het menselijk maken van hoge bomen. Of misschien is het een kwestie van een kopje kleiner maken van grote ego’s.

Over de Italiaan op de pot hierboven gesproken; in een eerdere blog noemde ik al eens Michael Elias, mijn oud-docent Nederlands van de middelbare school. Volgens hem is praten over poepen de grote gelijkmaker. Net als spreken over de dood. Hoog en laag, iedereen moet eraan geloven, aldus Elias in zijn artikel Het scheelt veel wie er poep zegt in het tijdschrift Medische Antropologie.

Natuurlijk was Annie M.G. Smidt er goed in. In haar ik-ben-lekker-stout-poëzie voert zij regelmatig een koning, koningin of hoge Piet op, aan wie niets menselijk vreemd is. Ook Brigitte Kaandorp is een voorbeeld hoe menselijke tekortkomingen kunnen uitmonden in briljante teksten. Neem haar liedje Wat is er lekkerder dan kakken, waar hare majesteit ook in voorbij komt.

Ze zaten aan het staatsbanket. Koningin en alle ministers. De keuken had zich uitgesloofd. En geopend alle registers. Ze aten en ze aten maar. Zoals dat gaat op die gelegenheden. Totdat het er zowat weer uitkwam. Zoals van boven als van beneden. En zij hield zich niet meer in. En toen riep de koningin:

Wat is er lekkerder dan kakken? Een drol uit je anus laten zakken. wat is er heerlijker dan poepen? De stront uit je billen laten floepen. Het is zo fijn om het maar eens zo te zeggen. Om een sigaar in de pleepot neer te leggen.

Vooral kinderen zijn dol op haar lied, vertelt Kaandorp. Niets is leuker om vieze woorden te zeggen en dan ook nog eens heel veel achter elkaar. Scatologie, ofwel strontfolklore, is de neiging om poep tot komisch onderwerp te maken. Een fenomeen dat zo oud is als de weg naar Rome. Hoogleraar Herman Pleij – ook een oud-docent van me – signaleerde het verschijnsel al in middeleeuwse teksten. Pleij brengt de strontfolklore in verband met uitdrijvingsrituelen van boze geesten en de bezwering van onze angsten.

Ook al liggen de middeleeuwen ver achter ons; mensen worden nog steeds geplaagd door demonen. En al hebben ze hele kleine piemeltjes – dictators met grote ego’s zijn er ook nog altijd. Ridiculiseren, omlaag halen, menselijker maken, gelijk maken: het helpt om onze angsten te bezweren. Als je je bedenkt dat zelfs de koningin moet kakken, lucht dat enorm op.


Mijn zus spotte de foto van Berlusconi in café-restaurant Karaat Amsterdam.  Waarvoor dank, Monique. 

Tussen de wijngaarden in de Elzas

Elzas landschap

Met mijn familie – drie zussen, broer, en mijn vader en moeder in een urn – was ik in de Elzas. Op een prachtige plek tussen de wijngaarden hebben we de as van onze ouders begraven.

Mijn ouders kwamen graag in de Elzas. Vooral mijn moeder. Ze had een zwak voor een Pools boertje die ze hielp met druiven plukken. We zijn nog eens met haar terug geweest, op zoek naar hem. Maar we vonden hem niet. Logisch. Want inmiddels moet de arme man minstens 150 zijn.

Ribeauvillé, Riquewihr, Zellenberg, Eguisheim; het ene dorp is nog pittoresker dan het ander. De vakwerkhuizen in licht blauw, groen, geel en zuurstokroze, behangen met geraniums vormen een decor waar Anton Pieck zijn vingers bij afgelikt zou hebben. De novemberzon, de wijngaarden in geel-oranje herfsttinten en de laaghangende nevel boven de dorpen maken het af. Een magische plek.

Dorp Elzas

De zoektocht naar een eindbestemming voor mijn ouders was nog best een exercitie. Ook de uitvoering van ons plan had de nodige voeten in de aarde, want met z’n tweeën waren ze goed voor twee grote potten dode boel. Het idee van uitstrooien hebben we snel verworpen. Teveel as. Dus werd het graven. We waren het met elkaar eens, het liefst tussen de wijngaarden, op een sfeervolle plek, met een mooi uitzicht. Niet voor niets waren we helemaal naar de Elzas gereden. Het moest een plek zijn waar we terug willen komen. Uiteindelijk vonden we de juiste plek met op de achtergrond een wijngaard, er naast een kersenboom en ervoor een bankje met uitzicht op een dorp met een kerk. Mooier kun je het niet hebben.

Met z’n vijven op het bankje hebben we op hen geproost. Als partners in crime keken we terug op de klus die we hadden geklaard. We waren tevreden en gelukkig. Met nog meer warme gevoelens voor onze ouders en elkaar haalden we herinneringen op en dronken we een mooi glas riesling van wijnhuis Jean Sipp.

Want ook al hadden we dit keer wel een hele bijzondere opdracht, een bezoek aan een paar wijnboeren kon niet ontbreken. Jaren geleden maakten we een wijnreis met moeder en bezochten we samen met haar het wijndomein Sipp. Wijnboer Jean Sipp was een charmante man en toen wij hem destijds vertelden dat het gezelschap bestond uit moeder met vijf kinderen, zei hij tegen haar: dat is een hand vol met geluk. Boer Jean kon niet meer stuk, zeker niet bij mijn moeder.

Omdat je tradities in ere moet houden, bezochten we ook nu wijngoed Sipp. Het wijnhuis ligt midden in het dorp Ribeauvillé. Het oude pand dateert uit 1416. Dames en heren SippOp de binnenplaats bevindt zich een deur met een hart. Daarachter wijzen madam en monsieur Sipp uit een vorige generatie de bezoeker de weg naar de dames- of heren-wc. Hier in de Elzas speelt het verleden nog steeds een rol in het heden.

Met z’n vijven schoven we aan voor een proeverij. Dit keer ontdekten we dat niet alleen wijnboer Jean een charmeur is, ook madam Sipp kan er wat van. Ze legde onder de tafel even haar hand op het bovenbeen van mijn broer, en vroeg of we nog iets wilden proeven. Natuurlijk, antwoordden wij vijven in koor, zeker wilden we dat. En nog eens proostten we op onze ouders en op elkaar. Samen hebben we het goed gedaan.

De wc’s van Berlage


Toilet Beurs van Berlage Stel je bent in de buurt van de Beurs van Berlage en je moet nodig. In vroegere tijden was er dan een publieke toilet aan de noordzijde van de beurs. Helaas heeft die plaats gemaakt voor Tony’s Chocolonely. Ook een goede zaak, maar toch.

Volgens de gemeente zijn meer openbare toiletten (voor mannen, vrouwen en mindervaliden) met een ‘verzorgingsgebied’ van maximaal 250 meter – dat is de toiletnorm – in de Amsterdamse binnenstad niet haalbaar. Die conclusie laat zich lastig rijmen met het sneuvelen van de inpandige door Berlage vormgegeven publieke toilet. Doodzonde.

Deurklinken

Berlage ontwierp eind 19de eeuw de beurs als een ‘gesamtkunstwerk’, waarbij de architectuur en de beeldende en toegepaste kunsten een eenheid vormen. Niet alleen aan de buitenkant, ook binnen is de hand van Berlage te herkennen. Hij bemoeide zich met alles. Hij ontwierp de meubelen, tapijten, telefooncellen, klokken, lampen, kapstokken, zelfs de koppen van schroeven, deurklinken en het hang- en sluitwerk, en dus ook de wc’s.

Kinderen

Wie op zoek naar een wc meer van Berlage wil meekrijgen, probeer dan de andere hoek aan het Beursplein. De ingang van Bistro Berlage geeft toegang tot gecombineerde dames- en herentoiletten. Waar ooit de pisbakken waren, staat nu een houten monumentale bank. Een tijdgenoot, J.F. Staal schreef  over de meubelen van Berlage: ‘Zijn meubelen dragen te zware bedoeling en hebben het uiterlijk van droevig-ernstige kinderen’. Zelf zei hij: ‘een meubel is eigenlijk een gebouw in het klein en een gebouw is een meubel in het groot.’

Chocobrainstorm

Nog meer Berlage meemaken? Loop dan binnen bij Tony’s Chocolonely Chocolate Bar op de andere hoek. Ook al heb je niks met chocolade, de wc is (semi)openbaar.

Tony Chocolonely chocolat barDe toegang zit net om de hoek. Het portaal en trap naar de toiletten ademt nog de grote meester. Beneden is hij nagenoeg verdwenen. Daar bevindt zich nu het ChocoLAB waar je een ‘chocofeessie of chocobrainstorm kunt houden en chocoworkshops kunt volgen’. Als dat allemaal niet jouw ding is, kan je er wel gebruik maken van de wc. Helaas blijft Tony je ook hier lastig vallen met zijn marketing. Maar daar kan je natuurlijk gewoon je rug naar toe keren.

Handmassage

Voor corona zat hier een andere eigenaar, met nog heus toiletpersoneel. Ik herinner me een uitermate vriendelijke en vrolijke pleemeneer die vroeg: ‘zal ik een wc’tje voor je schoon maken’. Ook een handmassage behoorde tot de mogelijkheden en dat alles voor 50 eurocent. Waar vind je nog die speciale aandacht, dacht ik toen.

Wc café Américain revisited


Dé tip uit The 500 Hidden Secrets of New York is de hotellobby. Onder de kop ‘public restroom’ meldt de gids dat er maar weinig publieke wc’s zijn op Manhattan en die liggen ook nog eens ver uiteen. Het advies luidt: profiteer van de wc in een hotellobby. Bezoekers worden er immers niet snel geweigerd. Maar gedraag je wel alsof je er verblijft.
Wellicht ook een gouden tip voor een stad als Amsterdam met te weinig publieke toiletten. Recent heb ik het uitgetest in het Américain aan het Leidseplein. Of eigenlijk moet ik tegenwoordig zeggen: Hard Rock Hotel Amsterdam American. Als het ergens lukt, is het daar. Want naast de hotellobby is er ook nog het mooie grand café Américain.

Mulisch

Al in de jaren vijftig ontmoette de hele Amsterdamse artistieke wereld elkaar hier in het café. Iedereen die er toedeed of wilde doen, liet zich daar zien. Desnoods liet je je omroepen, net als Harry Mulish. Het verhaal gaat dat de schrijver zich regelmatig liet bellen. ‘Telefoon voor de heer Mulisch’. Zo zorgde hij voor zijn eigen promotie.

Schoteltje

Mijn eerste keer dat ik het Américain bezocht, was begin jaren ’80. Net verhuisd naar Amsterdam, en in hoge nood  durfde ik het aan. Geïmponeerd door de draaideur en het Art Nouveau decor herinner ik me een trap naar beneden die eindigde in een lange gang. Aan het begin zat een oude dame in een wit short achter een tafeltje met daarop een schoteltje en een bordje met ’50 cent’ ernaast. Het maakte indruk op me. Dit was de echte wereld. Zoveel geld had ik nog nooit aan een plas uitgegeven. Toen ik terugkeerde van het toilet was de dame weg en ben ik hem gesmeerd zonder te betalen.

Gratis

Na een verbouwing eind 2017 heropende het café. Het Art Nouveau interieur met de Tiffany-lampen, glas-in-loodramen en muurschilderingen met Shakespeareaanse taferelen was gelukkig behouden. Ik herinner me dat ik op de site las: ‘Café Américain combineert historische allure met 21ste eeuwse normen.’ Inmiddels is het café weer in andere handen. Dus, u kunt zich voorstellen: benieuwd hoe dat uitpakte voor het huidige sanitair moest ik op onderzoek uit.

Hard Rock

Eerst heb ik het toilet in de hotellobby uitgeprobeerd. Met de slogan Feel like a star zet het hotel zichzelf in de markt, en als een echte routinee doorkruiste ik de lobby richting de wc. Tot mijn ontsteltenis constateerde ik daar dat ze de boel flink hebben vernacheld. Niets is overgebleven van de originele inrichting.

Herinnering

Gelukkig is dat wel het geval met de toiletten in het café. Na alle wisselingen van eigenaar zijn die bij het oude gebleven. De art deco look lijkt ietwat opgefrist, het glas-in-lood met ‘dames’ en ‘heren’ is nog hetzelfde. Ook de opdrachtgever tot de bouw van het hotel, August Volmer hangt nog steeds samen met zijn vrouw aan de wand. Wel was de gang in mijn herinnering veel langer. Waarschijnlijk was het de hoge nood waardoor die voelde als een eeuwigheid, en natuurlijk vormde de wc-juffrouw nog een extra hindernis.

Tong Picasso

Mulisch, de toiletjuffrouw en het schoteltje zijn er niet meer;  de wc in het café-restaurant is tegenwoordig gratis. Mocht je onverhoeds op weg er naar toe een kelner tegenkomen die vraagt of hij je kan helpen, gedraag je dan als een superstar die verblijft in een van de 175 kamers van Hotel Américain, of pardon: Hard Rock Hotel Amsterdam American. En vertel hem dat je diep teleurgesteld bent omdat de tong Picasso niet meer op de kaart staat.

Plassen op het paleis

Atlas in het paleisToen het werd gebouwd in 1648 was het werelds grootste gebouw. Het ‘achtste wereldwonder’ noemden Amsterdammers het. De hardstenen reus gebouwd op 13.659 houten palen domineert het plein. Nog altijd als je de Dam oploopt, verrijst het paleis imposant in beeld. Wel is het even zoeken naar de ingang en hangt het gouden balkonnetje – een latere toevoeging van koning Lodewijk Napoleon – er als een zielige slinger bij.

Oorspronkelijk gebouwd als stadhuis van Amsterdam nam koning Lodewijk Napoleon van Holland het in 1808 in gebruik als paleis, en dat bleef het sindsdien. Zijn vrouw Hortense de Beauharnais vond het een gevangenis. Ze voelde zich opgesloten in het ‘paleis van de inquisitie’, schreef ze in een brief. Als ze het raam opende rook ze de stank van de Amsterdamse grachten.

Mocht u door de titel van mijn blog denken dat ik op zoek was naar een wc. Inderdaad. Dat klopt. In het centrum waar er zo weinig zijn, is het paleis een uitkomst. Wel je museumkaart meenemen. Want de ware reden van mijn bezoek is de tentoonstelling van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. De prijs bestaat 150 jaar. En is bedoeld om jonge, talentvolle in Nederland werkzame schilders aan te moedigen in hun werk als kunstenaar. Op de jubileumtentoonstelling zijn naast winnaars en genomineerden van 2021 ook oud-winnaars van de afgelopen 25 jaar te zien.

De kunstwerken op de jubileumtentoonstelling Grensverkenners worden gepresenteerd als ‘interventies in het historische interieur. Zo ontstaan prikkelende visuele contrasten, een aanzet tot een dialoog tussen de kunstwerken en het gebouw, interieur en zijn lange geschiedenis’, lezen we in de catalogus. Mooie prietpraat. Ooit hoorde ik architecten over spanningsbogen die elkaar ontmoeten op de brug en gevels die met elkaar een dialoog voeren. 

Maar het werkt. De kunstwerken gaan zeker relaties aan met hun omgeving.  Hoewel sommige volledig weg vallen tussen de overdaad aan mahoniehouten empiremeubelen.

Royal Benching Kaili SmithMet uitzondering van het werk in de Burgerzaal; sterker nog, de marmeren galerij vormt een goed decor voor bijvoorbeeld Kaili Smith met zijn Royal Benching. In zijn verhalende schilderijen reflecteert Smith op een stedelijke jeugdcultuur, alledaagse vriendschappen en verbondenheid. Hij onderzoekt de sociale constructie rond ‘jeugdcriminaliteit’ en laat jongeren zien die opgroeien in een omgeving waar ze vaak te maken krijgen met  criminaliteit om hen heen, en daar tegelijkertijd – als prinsen en prinsessen – kracht en eigenwaarde aan ontlenen.

Royal Benching Kaili Smith

Vooral het figuratieve werk en de groepsportretten doen het goed in de overdadige omgeving, en lijken zich thuis te voelen in het paleis. Uiteraard is dat het geval met The Family van Helen Verhoeven in de Troonzaal. Het schilderij is een fictieve samenkomst van familieleden uit het heden en verleden van de Oranjes, van Willem de Zwijger, Maria Stuart tot en met leden van het huidige koningshuis. Oud-koningin Beatrix in haar rode stola spat als moeder-overste van het doek.

Helen Verhoeven (winnaar in 2008) flirt in haar werk met kunsthistorische tradities en botsende stijlen. Ze is bekend om haar Bijbelse verhalen en onderwerpen, waar ze dan weer een hedendaagse twist aan geeft. Met bijna soap-gehalte en veel blote piemels (bekijk links First Round) schildert en experimenteert ze erop los – soms bewust onbeholpen, soms uiterst precies. Let op de lichtval en hoe ze speelt met het oog van de toeschouwer. 

Ook het werk Lente 2020/Spring 2020 van Mattijs van de Bosch past hier mooi. Op de schilderijen van Van den Bosch zijn altijd gewone, alledaagse activiteiten te zien met werklieden op straat, bouwvakkers, politieagenten, ambulancebroeders, of een barvrouw in een café.

Zijn werk hangt boven de deur, vlakbij het balkon  waar bij troonswisselingen en huwelijken het volk wordt begroet. De vrouwfiguur op het doek staat in het venster en houdt een witte doek in haar hand. Wuift ze ons tegemoet of zeemt ze de ruiten en is ze bezig met de voorjaarsschoonmaak? Zijn werk lijkt een knipoog naar de balkonscène waarin de net afgetreden koningin Beatrix haar zoon en schoondochter aanspoorde met: ‘Even wuiven misschien’.

Toch nog even over de toiletten. In de Burgerzaal vroeg ik aan een suppoost of ik een blik mocht werpen op de wc van de koning en koningin. Helaas. Ze verwees me naar de publieke toiletten een verdieping lager.

Later dwaalde ik nog wat door de vertrekken, keek uit het raam over het plein, en dacht aan de koninklijke pot achter een van de vele deuren, maar vooral aan de eenzame ongelukkige koningin Hortence. ‘Je kunt geen triester woonoord bedenken’, schreef ze aan haar stiefvader keizer Napoleon. In dit paleis zou het voor haar nooit lente worden, en buiten rook ze ook nog eens putlucht.

Afkoelen op het werk

Pissoir met ijs

Deze pisbak met ijs trof ik in Portugal, in een strandtent in de Algarve. Misschien een idee voor het toilet op kantoor? Stel je raakt overmand door boosheid, frustraties, teleurstelling, vanwege een irritante collega of een baas die het bloed onder je nagels vandaan haalt. Je bent verhit door emoties. Wat is dan fijner om af te koelen op zo’n ijswc.

Meltdown

Emoties op het werk: hoe erg is dat? En waar duik je weg als je de tranen voelt opkomen? Uit een recente peiling van de carrièresite Monster onder 3.000 mensen blijkt dat acht op de tien zegt, wel eens te hebben gehuild in een werksituatie. In een artikel in The New York Times noemden geïnterviewden de bezemkast, telefooncel en het voorraadhok op het werk als plek voor meltdowns. Vreemd genoeg komt de wc niet voorbij in het hele verhaal. Misschien Amerikaanse tuttigheid? Want je zou toch denken dat de wc bij uitstek dé plek is om je even lekker te laten gaan.

Stoplichten

Toen we nog gewoon naar kantoor konden, werd ik een keer overvallen door een collega. De aanleiding weet ik niet meer: in ieder geval stak ze de vlam erin. ‘Wat heb ik eigenlijk aan jou?’, vroeg ze. En toen gebeurde het: de pleuris brak uit in mijn hoofd. Waarschijnlijk liep ik rood aan, begon te stotteren en struikelde van boosheid over mijn eigen woorden. Alle stoplichten sprongen tegelijk op rood. Ik wist nog uit te brengen: ‘Een break, ik wil een break’.

Uiteindelijk  ben ik afgekoeld op de wc. Want ik zweer bij de wc, dat is het ideale huilhok. Veilig omringd door vier muren, kan je je laten gaan, de tranen kunnen stromen. Je ademt in en weer uit, om vervolgens weer opgelucht verder te gaan.

Burnout

Het is nooit goed om emotie te lang te onderdrukken, dat bouwt spanning op. Er zijn dan drie uitkomsten. Één: ‘Je wordt een soort vulkaan die een keer ontploft.’ Optie twee: de spanning implodeert, en dat kan zelfs leiden tot een burnout. Of drie: je wordt zo’n koele koude collega die afstand heeft genomen van het  werk, om zichzelf te behoeden voor gevoelens, zoals teleurstelling, schaamte en woede.

Potje janken

Emoties op het werk, en hoe erg is dat? Nu we vooral thuis en online werken, verbreek je gewoon de verbinding als emoties je parten spelen. Je geeft de schuld aan het internet of je zegt dat je net toevallig door een tunnel rijdt.
Uiteraard wil niemand in het bijzijn van collega’s uitbarsten als een vulkaan of tranen laten als de Niagarawatervallen. En natuurlijk wil je ook geen afgestompte collega worden met nul betrokkenheid.
Maar misschien moeten we het zien, zoals schrijver en kantoorgoeroe, Japke-d. Bouma: ‘Als je werk niet belangrijk genoeg is om een potje om te janken, wordt het tijd voor een andere baan.’

Confort sanitaire au château

Net terug uit Frankrijk, om precies te zijn een weekje Loire. Het was een noodzakelijke reis; de wijnkelder was leeg. Frankrijk is mijn land van melk en honing, of beter gezegd: mijn land van wijn.

Natuur en cultuur gaan hier langs de Loire hand in hand. Historie, fraaie landschappen, goed eten en drinken. Het ene chateau na het ander, met en zonder wijn; alles is er prachtig. Zelfs het verval heeft hier allure, ook vergankelijkheid kent haar schoonheid.

Het bezoeken van de chateaus heeft een hoog ‘gluren bij de buren’- gehalte. Soms is het van een treurigheid vanwege alle vergane glorie. Oude adellijke families stellen noodgedwongen hun huizen open om zo het onderhoud ervan te kunnen financieren. Maar soms is de rijkdom zo overdadig en lijkt het alsof er nooit koppen rolden en de Franse Revolutie nooit heeft plaatsgevonden.

Op mijn weg slingerend langs de Loire begrijp ik weer goed waarom de Franse wc aanleiding vormde voor mijn eerste blogs. Wederom kruisen er heel wat bijzondere gevallen mijn pad.

Deze diashow vereist JavaScript.

Fransen zijn goed in de verpakking. Van buiten ziet het er aardig uit, maar achter de fraaie façade hapert de constructie en hangt alles met touwtjes aan elkaar.

Het verleden wordt in Frankrijk gekoesterd. Neem deze dweept wc-aanduidingen; zijn ze blijven hangen of illustreren de bordjes de belegen Franse smaak?

Vloerbedekking tegen de wanden, rond de pot een hoogpolig tapijtje, of de wc achter een gordijn in plaats van een deur, zoals bij de drie wc’s hierboven. Het blijven typisch Franse verschijnselen. Vooral de wc met de slingers was niet handig. Nog net niet hingen ze in de pot, wel in mijn haren en over mijn schouders. Lekker hygiënisch.

Kindvriendelijk  zijn de moderne Fransen wel. Opvallend al die kinder-wc’tjes die je tegenwoordig ziet. Naast wegwerp-wc-brillen zijn ze volop verkrijgbaar. Misschien valt me oog er op, nu ik zelf opa ben. Een ding is zeker: hierin heeft Frankrijk een voorsprong.

De briefjes-wc hierboven trof ik in een restaurant. Ook voor mij een nieuw fenomeen. Geen muur volgekalkt met graffiti en schunnige teksten, maar lieve boodschappen op witte, even grote blaadjes zorgvuldig op de muur geprikte briefjes. Très, très Jolie.

Tot slot, nog een tip van mijn New Yorkse vriend W.: ‘When in Rome, do as the Romans.’ Hij heeft gelijk: gewoon meegaan met de flow. Het maakt hier langs de Loire la vie en France in ieder geval een stuk gemakkelijker!

Verhitte fietsers, overvolle terrassen en het einde van het mondkapje

Mondkapje in wc-potVandaag regent het. Snel, snel, snel nog even een boodschap doen. Met mondkapje op, winkel in en uit. Bij het kruispunt Ferdinand Bol Stadhouderskade kijkt een fietser me agressief aan. Hij heeft overduidelijk haast. Misschien is het de regen en wil hij droog thuis komen. Misschien op weg naar een van de gratis testlocaties, voor het feest vanavond. Opzij, opzij, opzij. Ik heb zo’n ongelofelijke haast. Thuisblijven is geen optie meer. De hectiek in het verkeer lijkt toegenomen, de mobiliteit komt weer lekker op gang. Het overvolle terras met well-to-do-millennials contrasteert scherp met de bedelaar die in het Engels om geld vraagt.

Ik weet niet hoe het met u zit; ik ben er niet gerust op. In Australië is weer een strengere lockdown vanwege de deltavariant, in Israël zijn in publieke binnenruimtes de mondkapjes opnieuw verplicht. Natuurlijk gun ik iedereen een geweldige slutty summer. Maar als ik al die volle terrassen, rijen bij de gratis testlocaties zie en verhalen over Albufeira hoor, hou ik mijn hart vast voor september. Opeens gaat het me te snel. Ik wil nog geen handen schudden, en drie zoenen al helemaal niet. Ik wil niet meer terug in mijn kot. Moeten we geen lessen trekken uit vorig jaar? Moeten we toch niet iets vasthouden, ook al zijn veel mensen gevaccineerd. Al is het maar wat meer verdraagzaamheid, solidariteit en medemenselijkheid.

In een mooi portret in Het Parool deelt Marleen Stikker, directeur van de Waag, de mensheid in twee categorieën. Ze spreekt van  werkelijkheidsmensen tegenover mogelijkheidsmensen. De eerste groep neemt de wereld zoals die is en gaat daarin optimaliseren, soms heel creatief en idealistisch. De mogelijkheidsmens daarentegen kan zich een wereld voorstellen die nog niet zichtbaar is en zoekt het in verandering en innovatie.

Later in hetzelfde interview geeft ze nog een tweedeling. ‘(…) Het gaat erom hoe je in het leven staat. De een gaat gedachteloos mee, de ander stelt zich vragen.’ Het gebruik van dit soort frames is retorisch een sterke zet, het dwingt de toehoorder om een keuze te maken. Behoor ik in de eerste categorie of maak ik deel uit van twee? Ga ik uit van de werkelijkheid en zoek ik naar kansen of kijk ik net even verder om de hoek naar nieuwe mogelijkheden. In de laatste tweedeling zet Stikker het frame net even scherper neer: neem ik gedachteloos alles zoals het zich aandient? Of ben ik een vragensteller? Gedachteloos klinkt ook weer zo jong en blond. Maar iemand die alleen maar vragen stelt, kan ook bloedje irritant zijn. Kom eens met oplossingen, zeggen we dan!

Het stoplicht springt op groen. De jonge agressieve Tom Dumolain sprint er vandoor. Terwijl ik hem na kijk, probeer ik hem in een van de indelingen in te passen. Is hij een werkelijkheidsmens en neemt hij de wereld zoals die is of zoekt hij naar nieuwe mogelijkheden? Waarom keek hij zo agressief? Ik behoor duidelijk tot de categorie vragenstellers. De fietser is al lang uit het oog verdwenen.

Even verderop passeer ik een paar jongens die me ook weer nadrukkelijk aankijken. Dit keer niet agressief, eerder uitdagend, alsof ze me willen uittesten. En dan opeens besef ik dat ik nog steeds mijn blauwe Adidas mondkapjes op heb. Ik lijk er aan gewend geraakt. Het biedt beslist bescherming tegen regen en kou, want zo warm is het nu ook weer niet. Zie je wel, ik stel vragen, maar denk ook in oplossingen.

Ik fiets verder. Het regent nog steeds.

Bezet onze cultuurtempels!

Toilet bezet

Kunst is zuurstof voor de geest, noemt de een het. De ander noemt kunst seks voor het brein. Zuurstof, seks. Uiteraard is zuurstof noodzakelijk om te leven. Zonder seks lukt het wel even. Maar geheel zonder seks zou de mensheid ook niet bestaan. Hoe dan ook ik sta te lang droog. Ook voor een toiletblogger is kunst en cultuur onontbeerlijk.

Juist nu hebben we kunst harder nodig dan ooit. Een rijke culturele omgeving levert stof tot denken en debat, biedt geestelijke verrijking en zorgt voor weerbaarheid. Soms wil je worden opgetild, door schoonheid getroost en geïnspireerd worden. Kunst kan je wegblazen, ontregelen en voor verwarring zorgen, soms is dat juist nodig om onszelf en de wereld te leren kennen. Ramsey Nasr schrijft in De fundamenten: ‘Kunst biedt houvast door mee te wankelen. Kunst toont onzekerheden en laat zien dat we niet onkwetsbaar zijn. Via die U-bocht biedt kunst troost.’

Waarom dan deze drooglegging? Het kabinet behandelt cultuur en kunst als tijdverdrijf, een luxe. Volgens minister De Jonge is cultuur niet essentieel en eigenlijk niet nodig. “We zijn allemaal kunstliefhebber en we gaan graag naar een theater en een museum,” zei hij laatst. “Maar stel je voor dat je een dag zonder zou moeten, dan kan dat. Je kunt ook níét naar het theater gaan en een mooie dvd opzetten”, aldus de minister. Maar waarom mogen we wel naar de drankhandel en niet naar een boekhandel en wel naar Ikea, het bordeel, De Efteling, de sportschool, het terras, en niet naar musea, een concert of het theater? Begrijpt u het?

Ik kan het dedain waarmee naar kunst en cultuur wordt gekeken, niet anders verklaren dan als een knieval voor het populisme. Cultuur en kunst worden afgedaan als een hobby van de witte wijn drinkende grachtengordel. In haar essay in NRC Handelsblad ziet Nelleke Noordervliet vooral angst. Angst voor kunst, zoals er angst is voor het virus. Want, zo vervolgt ze: “Kunst kan ontregelen, lastige vragen stellen. Kunst is een eigenzinnige, subversieve maar ook vormende kracht in de maatschappij. Kunst woelt om, maakt los, zoekt antwoorden, geeft commentaar (…) Kunst is de werkelijke tegenmacht.”

Ze heeft gelijk. Maar die tegenmacht moet nog wel worden gemobiliseerd. Daarom hier de oproep aan alle cultuurmakers, kunstenaar en kunstliefhebbers: laten we massaal onze cultuurtempels bezetten. Laten we zingen, dansen, spelen en ontregelen. En we hebben geen tomaten nodig. Cultuur is zuurstof en seks tegelijk, eten, drinken, witte wijn: alles tezamen!

Achterkamertjespolitiek

Willink en KaagVan journalist Hans Aarsman heb ik geleerd dat je bij het duiden van foto’s eromheen moet denken, maar deze foto nodigt uit om erachter te denken. Op de voorgrond zien we Sigrid Kaag en Herman Tjeenk Willink. De plek is de Stadhouderskamer, ooit de werk- en ontvangstkamer van stadhouder Willem V. Sinds 2012 wordt de kamer gebruikt tijdens de formatie van nieuwe kabinetten. Volgens de website van de Tweede Kamer ziet de kamer – op wat technische aanpassingen en nieuwe stoelen na – er nog precies zo uit als toen Willem V hem in 1790 gebruikte. Maar wat doet dat kamerscherm daar in de hoek? Het rijstpapieren scherm detoneert in de statige Stadhouderskamer, alsof het net is opgehaald bij de Xenos.

Wat verbergt het scherm? Misschien staat er wel een papierversnipperaar om alle persoonlijke aantekeningen te laten verdwijnen. Of schuilt achter het scherm de exit richting een functie elders? De Haagse achterkamertjespolitiek is hardnekkig. En kan informateur Herman Tjeenk Willink deze cultuur doorbreken?

Maar misschien is het allemaal veel onschuldiger en staat achter het scherm een chemisch toiletje. De kans is immers niet gering dat de grijze eminentie Tjeenk Willink behept is met een te grote prostaat. Menig heer op leeftijd krijgt daar mee te maken. Zeker voor een formateur is dat knap ongemakkelijk. Stel je voor, met al die gesprekken die hij moet voeren, is dat toch een dingetje. Maar met het kamerscherm voegt Tjeenk Willink zich wel in de traditie van de 17de eeuwse Zonnekoning die in zijn Paleis van Versailles midden in de kamer achter een scherm plaste en poepte. Overigens, toen de verkenners Jorritsma en Ollongren hier in de Stadhouderskamer hun gesprekken voerden, was het scherm al op de foto’s te zien. Want er zijn ook veel vrouwen met een kleine blaas.

Openheid kan vertrouwen winnen. Daarnaast is in een ingewikkelde formatieproces vertrouwelijkheid belangrijk. Je ziet het voor je: Tjeenk Willink zit achter het scherm op de pot en roept naar Rutte aan tafel: ‘Mark, nu ik je even niet in de ogen kan kijken. Zeg eens eerlijk. Zou je dat nu wel doen, nog een periode?’

Hoe het er werkelijk aan toegaat daar in de Stadhouderskamer?  We zullen het nooit weten. Het geheim van het kamerscherm blijft in de discrete handen van Tjeenk Willink. Want ook al is het einddoel van deze minister van Staat om een document op te leveren dat een ‘nieuwe bestuurscultuur’ ademt; het blijft daar in de Stadhouderskamer ouderwetse achter-het-kamerscherm-politiek.

Stadhouderskamer met Tjeenk Willink

Dromen over je eigen wc

La RecoletaKent u dat, soms lukt het niet om de slaap te vatten. In plaats van schaapjes tellen, de tafels van 2, 3, 4 en 5 opzeggen of het opsommen van alle vakanties van de afgelopen jaren, speel ik het spel met de plinten. In gedachten volg ik de plint in een van de huizen waar ik heb gewoond. In mijn hoofd teken ik de plattegrond; de lange gang in mijn geboortehuis van voor naar achter, de woonkamer in en de voorkamer uit. De trap naar boven, langs de overloop naar de eerste van de vijf slaapkamers. Of langs de plint van mijn eerste studentenkamer – wel met visgraatparket – recht toe, recht aan en snel klaar. Mijn kraakpand op de Albert Cuyp en huis in de Jordaan vragen meer tijd. Maar het werkt. Voordat ik de hele plattegrond heb getekend, heeft de slaap me ingehaald.

Droom
Laatst bedacht ik een variatie op het spel met de plinten: het visualiseren van alle wc’s in de huizen waar ik heb gewoond. Ik kwam op het idee, omdat ik altijd schrijf over andermans en nooit over mijn eigen wc. Maar misschien kwam het ook, omdat ik die ochtend wakker was geworden uit een droom waarin ik opgesloten zat in de brandkast van mijn ouderlijk huis. De deur was achter me dicht gevallen en mijn mobiel werkte daar niet. Gelukkig ontwaakte ik toen uit de droom. Volgens mijn zus had ik een andere plint moeten volgen. Ik  ben het eens met haar eens; het wordt tijd voor een nieuw spel.

Toveren
Dus probeerde ik  laatst – toen ik  niet in slaap kon komen – alle wc’s in de huizen waar ik ooit woonde, voor de geest te halen. Ik telde er 15. Raar genoeg kon ik me niet meer herinneren welke kleur de wanden hadden, of er raampjes waren, hoe het licht naar binnen kwam en de sfeer was. Mijn herinneringen en vooral mijn ogen lieten me in de steek. Wel kwamen er bij het omhoog toveren van al die kamertjes geluiden terug.

Droog geluid
Zo hoor ik nog steeds levendig het sluiten van de massieve wc-deur in mijn ouderlijk huis. Ook het geluid van het doortrekken van de stortbak klinkt in mijn oren als de dag van gister, terwijl het toch al een tijdje geleden is dat ik daar heb gezeten. In mijn eerste Bredase studentenhuis was de wc op een gang, die weer toegang gaf aan een serie kamers. Het geluid van de glas-in-lood-ruitjes in de deuren en de doffe voetstappen op het marmoleum op de gang kan ik me nog goed herinneren. Ook het sluiten van de deur van de gemeenschappelijke wc in mijn tweede studentenhuis klinkt nog steeds vertrouwd: een droog geluid, er lag vast vloerbedekking. Maar of er een raampje was, weet ik niet meer. Toch vreemd hoe die herinneringen werken.

Buenos Aires
Nog even over mijn wc van nu. Ik vrees dat ik net de huisschilder ben die zijn eigen huis nooit schildert. Eigenlijk is er niet veel bijzonders over te vertellen. Hoewel de foto die er hangt beslist een kunstwerk is. De foto is gemaakt op de beroemde begraafplaats La Recoleta in Buenos Aires, waar onder meer Evita Perón ligt. Op de achtergrond zie je een affiche met een meer dan levensgrote voetballer die een energiedrankje aanprijst. Het verstilde dodenrijk met mausolea, kapelletjes en praalgraven contrasteert scherp met de vitaliteit van de Argentijnse sportman. Naadloos wordt het leven hier gecombineerd met de dood.

Geheugen
Mijn lief P. claimt dat hij de fotograaf is geweest, maar volgens mij ben ik de maker. Althans dat dacht ik. Voor deze gelegenheid dook ik in mijn archief en vond het beeld van La Recoleta terug tussen twee foto van mezelf, genomen door P. Hij heeft gelijk, ongetwijfeld is hij de fotograaf. Hoe kan ik me zo vergissen. Meestal zijn mijn foto’s onscherp en valt de helft er af. En deze heeft niets van dat alles, integendeel de foto is haarscherp en een goede vlakverdeling maakt het tot een mooi beeld. Vreemd toch hoe het geheugen soms een loopje met je neemt.

Reizen is essentieel voor toiletblogger

Zonnebloemen en pissoirSoms droom ik van een autorit door een Toscaans landschap met glooiende heuvels waarover een lappendeken lijkt gedrapeerd en her en der een cipres bovenuit torent. En ik droom van fietsen door velden vol zonnebloemen en dan weer door eindeloze bollenvelden onder een strak blauwe lucht. Het is de weidsheid van het landschap waarnaar ik verlang. Maar dromen vullen geen blogs.

‘S werelds mooiste
Reizen, inspiratie opdoen, avonturen beleven is essentieel voor een toiletblogger. Niet alleen zien, maar ook voelen en meemaken. ‘Wie zijn bestemming kent, vindt de weg’, luidt een Chinese wijsheid. Nou, de bestemming is het punt niet. Al die bijzondere wc’s in de wereld die ik nog eens wil zien en voelen. Zo zou ik graag eens zitten op een Japans supersonische bidet-toilet. Ook de als ‘s werelds mooiste betitelde mozaïekplee van de kunstenaar Friedensreich Hundertwasser in Nieuw-Zeeland zou ik ooit nog wel eens in het echt willen zien.

Wow-factor
Kortom, als toiletblogger moet ik op reis. Dat is essentieel. Ik begin bij het tankstation Total. Want ook in Nederland staan de ontwikkelingen niet stil. Onlangs presenteerde Total een plan voor het ‘nieuwe toiletteren’ in 28 Nederlandse tankstations. De wc-pot wordt daar het middelpunt van een ‘wellness’-ervaring. Total spreekt van een ‘zengevoel’ en volgens de woordvoerder heeft de wc de ‘wow-factor’. Dus u begrijpt, daar rij je voor om.
Het nieuwe toiletconcept bestaat uit een combinatie van geluid, licht, geur en technologie. Je hoeft niets meer aan te raken, ook de geluiddichte cabines dragen bij aan een beter comfort. Op interactieve spiegels zijn boodschappen, filenieuws en aanbiedingen te lezen. Bovendien staat er een slimme weegschaal, waarop je binnen een of twee minuten een gezondheidscheck kunt doen en je bloeddruk, gewicht en zuurstofgehalte wordt gemeten. En vergeet de vogelgeluiden niet die het zengevoel compleet moeten maken.

Meneer Toto
Professor Johan Molenbroek – ergonoom aan de TU Delft – volgt al veertig jaar de ontwikkelingen op toiletgebied. Laatst gaf hij in een radioprogramma commentaar op de ‘zen-wc’ van Total. Volgens hem hechten we tegenwoordig steeds meer waarde aan onze hygiëne. We wassen onze handen vaker en hoogstwaarschijnlijk behoort wc-papier snel tot de verleden tijd. In het Total-concept herkent Molenbroek de Japanse douche-wc. Deze uitvinding van meneer Toto gebruikt geen papier, maar spuit schoon waarbij je temperatuur en kracht van de waterstraal zelf in kan stellen. Toto ontdekte dat vrouwen vergeleken met mannen meer water gebruiken en laten kletteren, om zo hun eigen geluiden te overstemmen. Daarom bedacht meneer Toto een duurzame oplossing voor geluidsoverlast en waterverspilling: een muziekje.

België
Total start in het voorjaar met de eerste drie tankstation: in Leiderdorp, Woudenberg en Nieuwegein. Ik weet nog niet welke van de drie ik het eerste aandoe. Waarschijnlijk wordt het Leiderdorp. Misschien is één ook wel genoeg. Als ik het concept maar snap.
Misschien wordt de bestemming België, zodat ik ook nog een Shell-tankstation kan meepikken. Daar verzorgt 2theloo de wc‘s. Ik las dat ze intensief werken aan een ‘beter dan thuis’-toiletervaring, die zo min mogelijk impact heeft op het milieu. De wc verbruikt 60% minder water, 53% minder zeep en 79% minder papier. Vooral dat ‘beter dan thuis’ doet mijn hartje sneller kloppen. Mijn eigen wc heb ik inmiddels wel gezien, alles is nu al snel beter dan thuis.

Gaatje

Waar ik na België belandt, weet ik nog niet. Ik loop niet weg en ben niet op de vlucht. Niet zoals de dichter J. Slauerhoff. De schrijvende scheepsarts was altijd onderweg naar Azië, Zuid-Amerika en schreef: ‘In Nederland wil ik niet leven, / Men moet er steeds zijn lusten reven, / Ter wille van de goede buren, / die gretig door elk gaatje gluren.
Buiten wcOverigens doet dat ‘gaatje’ me denken aan zo’n buiten-wc die ik vorig jaar op Texel zag, met een deur waar een hartje is uitgezaagd.

Zeg eens eerlijk, er valt nog zo veel te beleven. Zelfs in Nederland.

 

 

 

P.S. ‘Reven‘ betekent verkleinen. Oorsprong: het zeil kleiner maken bij harde wind.

Volg je passie en je zit goed

wc-stoel op bus

Herken je dat? Opeens vind je het puzzelstukje en past alles in het plaatje. En dan denk je: verhip, hoe bestaat het dat ik het niet eerder heb gezien. Zo stuitte ik van de week in mijn archief op deze foto van de wc-stoel. Vriend R. stuurde de foto al weer lang geleden, toen hij een opleiding volgde voor buschauffeur. Nu ik de foto nog eens bekijk, bedenk ik me dat die vast verwijst naar de acties van buschauffeurs voor meer plaspauzes.

Dat conflict dateert al weer uit 2017. Buschauffeurs staakten omdat ze zich verzetten tegen de hoge werkdruk. Soms moesten ze wel vier uur lang hun plas ophouden. Onder de leus ‘We willen niet zeiken, maar plassen’ voerden zij acties. Begin vorig jaar hebben onderhandelingen uiteindelijk geleid tot een nieuwe cao, waarin opgenomen dat buschauffeurs iedere 2,5 uur de gelegenheid krijgen om naar het toilet te gaan. Ik wil niet zeggen dat het even erg is als de toeslagenaffaire, maar wel dat het diep en diep triest is voor een land als Nederland. Want zeg nu zelf, ook 2,5 uur is behoorlijk afgeknepen.

Stoer vond ik het wel hoe vriend R. zijn passie volgde en zijn rijbewijs voor op de bus ging halen. Ik heb altijd een enorme bewondering voor mensen die opeens een verrassende wending geven aan hun leven. En dan bedoel ik niet een Bed & Breakfast beginnen in een warm land. Hoewel het stel dat een naaktcamping begon in Frankrijk, zeker toen hij er van door ging met een ander, wel fijn drama was en goede tv. Maar ik bedoel toch meer mensen die totaal iets anders gaan doen, omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Grieks leren, bevers fokken in Alaska, een fermenteerfabriek beginnen in Appingedam, een fietstocht door het Andesgebergte of zoals Merel van Vroonhoven, topvrouw en voorzitter bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die haar hart volgde en leraar werd. Uiteindelijk is vriend R. toch geen buschauffeur geworden, hij kocht een camper, maar dat is weer een ander verhaal.

Ik bewonder vooral het lef. Want soms is het helemaal niet gemakkelijk om je passie te volgen. Een coach hield me ooit voor dat wat je leuk vindt, meestal ook is waar je goed in bent. Dus volg je passie en je zit goed. In de praktijk is het niet zo simpel. Vaak is het hard werken en altijd zijn er wel hindernissen die overwonnen moeten worden. Maar dat brengt je dan ook ergens.

Dat doet me overigens denken aan Tussen Kunst en Kitsch. In het programma vertellen de experts met al hun expertise en vol passie over de ingebrachte zaken. Het zorgt voor spannende tv. Iedere week verheug ik me er weer op. Kenners van zeldzame handschriften, Europees tin uit de 19de eeuw en Venetiaans glaswerk geven hun kijk op de ingebrachte objecten. Ik ben er dol op. Soms lijkt het een onbeduidend schaaltje, maar blijkt het een schat. Gepassioneerd vertellen de experts over herkomst en betekenis. Met een gelukzalige blik wijzen ze op een onderdeel, ze dateren de objecten verbazingwekkend precies en weten ook nog eens exact in te schatten hoeveel iets waard is. Want uiteindelijk gaat het daar toch om voor de eigenaar. Is iets oerlelijk of niet, de grote vraag blijft: wat brengt het op.

In een recente aflevering kwam een Victoriaanse wc-pot voorbij. De eigenaar trof de pot aan toen ze een huis kocht, onmiddellijk verving ze hem voor een zwevende plee. Veel handiger. Eerst wilde ze de pot op Marktplaats zetten, maar ze kwam tot inzicht en nam hem mee naar Tussen Kunst en Kitsch. En wat bleek, het was een luxe Engelse plee uit eind 19de eeuw. De pot werd getaxeerd op een schamele 200 euro. Hoe hoog ik de experts ook heb zitten, hun kennis van sanitair erfgoed schiet te kort. Als ik deze dame was, zou ik de Victoriaanse pot niet weg doen en er op blijven zitten.

Ik zeg maar zo: volg je passie en je zit goed.

 

Tussen de boeken met Oek de Jong

Toilet annex boekenkast

Mijn wereld wordt kleiner. Er kruisen geen nieuwe wc-exemplaren mijn pad. Misschien moet ik mijn bakens verzetten, mijn repertoire verbreden en over andere onderwerpen schrijven, of op zoek naar een nieuwe hobby.

Regelmatig lees ik een boek, maar een hobby wil ik dat niet noemen. Recent las ik Zwarte schuur van Oek de Jong. Ik hou van zijn werk. Zijn eersteling Opwaaiende zomerjurken heeft de meest beeldende titel uit de hedendaagse Nederlandse literatuur. Cirkel in het gras vind ik een van de mooiste liefdesgeschiedenissen uit de Nederlandse literatuur. Ik heb het verslonden. Ook de liefdesverhoudingen in Hokwerda’s dochter overrompelen en sleuren je mee.

Een recensent omschreef het werk van Oek de Jong als sensueel. Dat mag je inderdaad wel zeggen. Met een fijne sensibiliteit voor details, uiterlijkheden, geuren en kleine dingen die een stemming of sfeer bepalen of sturen, neemt hij je mee. Zo wemelt het van de leren kleding in zijn romans. Leren jassen en laarzen, maar ook broeken en rokken: huid die op huid wordt gedragen. Typische details waarmee De Jong in één klap het verhaal een erotische lading geeft. Hij laat het je voelen.

Als voorbeeld noemt de recensent van Zwarte schuur een klein zinnetje dat meerdere malen terugkeert: ‘Hij veegde het haar uit zijn ogen.’ De recensent vraagt zich af of het niet gebruikelijker is om te zeggen: hij stréék het haar uit zijn ogen? Waarna een analyse volgt dat De Jong er het veel lomere ‘veegde’ van maakt en ‘jawel, daar gaat die trage hand naar die rommelige haarlok, je ziet dat nonchalante vegen en voelt de ogen die tevoorschijn komen ineens op je gericht.‘ In De Jongs proza volgt het ene zintuiglijke beeld na het ander. Je ziet, hoort en voelt het.

Tijdens mijn studie Nederlands deed ik onderzoek naar de verhaalmotieven in de roman Cirkel in het gras. Op zoek naar verbanden tussen de verschillende passages die de eenheid van het verhaal maakten, ontdekte ik het steenmotief. Overal vond ik stenen. Ik schreef mijn scriptie, overtuigde mijn hoogleraar met mijn scherpzinnige inzichten en kreeg een 9.

In diezelfde tijd volgde ik nog een tweede studie voor docent Nederlands. Voor het vak hedendaagse literatuur besloot ik mijn Oek de Jong-scriptie nogmaals in te zetten. De in mijn familie veelvuldig beproefde aanpak met de ‘kaasspreekbeurt’ bracht me op het idee. Mijn vader, im- en exporteur van kaas, maakte deel uit van een familiebedrijf. De spreekbeurt over kaas was gedeeld familiekapitaal. Mijn zussen en broer, neven en nichten, de hele familie gebruikte dezelfde spreekbeurt. Op de lagere school, middelbare school, in het Nederlands en in het Engels. Wij wisten alles van kaas.

Zo gezegd zo gedaan, leverde ik mijn scriptie over het steenmotief in Cirkel in het gras voor een tweede keer in. Maar kennelijk waren ze op de lerarenopleiding minder overtuigd van mijn analytisch vermogen en scherpe observaties, want wat schetste mijn verbazing: ik kreeg slechts een 6.

Terug naar Zwarte schuur. De roman verhaalt over de schilder Maris Coppoolse, en over leven met een trauma, de verwerking ervan en nog veel meer. Net zoals ik destijds overal stenen bespeurde en het steenmotief herkende, zo zie ik nu – sinds dat ik toiletblogs schrijf – overal wc’s. Zelfs als ze er niet zijn.

In de legendarische ‘O Maris, mag ik plassen waar je bij bent’-scène laat Maris zijn hand bewateren door Albertina: ‘Zonder aarzeling stak Maris zijn hand tussen haar dijen. Hij bespeurde er de warmte en vochtigheid van haar kut, de rug van zijn hand schampte langs een gladde schaamlip, en toen voelde hij de warme urine over zijn hand stromen. Met een zacht geluid viel het vocht op de aarde. Albertina had omlaag gekeken naar zijn hand, en toen ze eindelijk kon plassen, toen het begon te stromen, keek ze verrukt naar hem op.’

Oek de Jong won de Boekenbon Literatuurprijs met deze roman. Volgens de jury moet het werk ‘…beschouwd worden als een toonbeeld van de rijkdom en reikwijdte van de literaire roman’.

Hoe mooi, welk motief je hier ook in terugziet, de fijne sensitiviteit van De Jongs proza, zijn taal geladen met zintuiglijke beelden, maakt dat je meevoelt. Je voelt de warmte van de plas op je handen. En je weet, dit is goed.

Toon me uw wc en ik zeg u wie u bent

Wc-bril met bloemetjesgordijn‘Of er een tuinkabouter staat of welke kleur de bank heeft, zegt meer dan duizend woorden’, vertelde Ivo Niehe over zijn interviews met de groten der aarde. Ook de boekenkast hoor ik vaker genoemd als spiegel van iemands persoonlijkheid. Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent. Variaties hierop zijn er genoeg: de kledingkast, het huis, vrienden. Natuurlijk vind ik dat de wc er aan toegevoegd moet worden. Toon me uw wc en ik zeg u wie u bent. Kleding, boeken, de wc. Het zegt vast iets over de eigenaar. Maar wat? En zegt het genoeg?

Om eerlijk te zijn, de meeste Nederlandse wc’s zijn niet echt spannend. Hoewel eerlijkheid me ook gebiedt om te zeggen, dat ik de laatste tijd alleen nog maar privé-wc’s bezoek. Wel stuit ik daar regelmatig op het ronde witte wc-tonnetje van Philippe Starck, of een kloon daarvan. Maar dan heb je het wel gehad, qua spannendheid. Wellicht zegt dat iets over mijn vrienden en nog meer over hun wooncarrière. Inderdaad, ik bedenk me wel, dat ik laatst twee zwarte wc’s heb gezien. In beide gevallen ging het om vrienden die net een nieuw huis hadden verbouwd.

Behalve dan die twee zwarte blijft het vooral wit wat de klok slaat, met de tegeltjes aan toe. Meestal een hangende pot, zodat er onder gemakkelijk schoon te maken is. Want properheid staat voorop, en gaat boven het design. In Bezem & Kruis – De Hollandse schoonmaakcultuur of de geschiedenis van een obsessie vermoedt Piotr Oczko een verband tussen schoonmaken en protestantisme. In het verleden resulteerde dat in een strak arbeidsethos, huiselijke discipline en verantwoordelijkheidsgevoel. Vast en zeker zien we die Hollandse poetszucht vandaag de dag nog terug in de inrichting van het kleinste kamertje van het huis.

Voorjaar

Afgelopen weekend werd ik overmeesterd door een voorjaarsgevoel. Het begin van een nieuw jaar versterkt de behoefte om op te ruimen, schoon te maken en een frisse start te maken. Net de kerstboom afgetuigd en buiten gezet. De ballen en versiering terug in de doos, opgeruimd en opgeborgen. Buiten was de lucht helder blauw.

Op zoek naar nog meer voorjaar kocht ik op de markt narcissen. Nadat ik de bloemenvrouw de beste wensen had gewenst, gaf ze me nog een advies mee. ‘Zet de bloemen eerst nog even een half uurtje in het papier in het water. Dan komen ze op kamertemperatuur. Zelf zet ik ze altijd in de wc-pot. Maar ik woon alleen, dus dat is dan gemakkelijk’, voegt ze er nog aan toe. Mijn bloemenvrouw is van het type ik-ben-zo’n-gek-mens. Hoe vaak heeft ze me dit advies al niet gegeven. Ik loop naar huis, kijk naar mijn narcissen, denk aan haar wc, en zie in gedachten de lentepracht oprijzen uit haar schone witte pot. Daar word ik vrolijk van.

bloemen in toilet