WC-etiquette rond het kerstdiner. Hoe hoort het eigenlijk?

Stel je moet tijdens het kerstdiner naar de wc. Hoe doe je dat? Wat zeg je tegen je tafelgezelschap. Hoe vraag je aan de gastheer waar de wc is? Zeg je: Sorry, ik moet plassen. Waar kan dat? Excuseer je jezelf. Vraag je om een time out. Zeg je: tante, wil even kijken of ze nog een meisje is. Of noem je het bij de naam. Kunt u mij het toilet wijzen? Of zeg je plee, of wc. Of toch maar: Mag ik gebruik maken van het kleine kamertje? Hoe luiden de etiquette rond het wc-bezoek tegenwoordig?

‘Even mijn neus poederen’, zei laatst mijn collega David toen hij tijdens een vergadering gebruik wilde maken van een plaspauze. Als mijn neef Geert-Jan dat aan de kerstdis zou zeggen, staan we er niet van te kijken als hij even later terugkeert in een jurk. Want deze neef speelt graag leentjebuur bij de dames. En niet alleen in zijn taalgebruik. Daartegenover mijn neef Tim, als die vertelt dat hij z’n neus gaat poederen, wordt hij vast en zeker gevolgd door meer neefjes en nichtjes voor een snuifje witte poeder.
Terug naar mijn collega David. Kennelijk vindt hij het minder erg als het hele kantoor nadenkt over uit welke poederdoos hij gebruikt, dan dat hij hen vertelt over de behoefte die hij gaat doen.

Plassen of poepen
Natuurlijk zijn er tal van manieren om te vertellen dat je naar de wc gaat. De handen wassen, sanitair relaxen, een eitje leggen (Limburgs), even mijn rekoefeningen doen, ik ga regeren op de porseleinen troon, Jan een hand geven, even een krantje lezen. Oké, de een is wat subtieler dan de ander. Wat ze alle gemeenschappelijk hebben is dat het manieren zijn om in minder confronterende bewoordingen te vertellen dat je moet plassen of poepen. Maar ook al is het ene eufemisme het andere niet. Ik hoef niemand te vertellen dat de context waarin je iets zegt, heel wat uitmaakt. Ik bedoel maar. Tijdens een zakenlunch of in de bouwkeet tap je uit een ander vaatje dan tijdens het kerstdiner.

Etiquette-bijbel
Op zoek naar houvast voor aan de kerstdis, gaan we te raden bij de etiquetteregels. Duidelijke regels zorgen er namelijk voor dat iemand zich niet ongemakkelijk hoeft te voelen, ook niet in nieuwe of lastige situaties. Je hoeft je alleen aan de etiquette te houden. Zo simpel is dat.

In Hoe hoort het eigenlijk? geeft Reinildis van Ditzhuyzen allerlei gedragsregels. Van hoe je kip eet, het gebruik van titulatuur, het voeren van conversaties tot rouw- en trouwrituelen. Maar er is niets te vinden over hoe je vraagt naar de wc in deze bijbel van de etiquette.
Het hoofdstuk tafelmanieren vermeldt nog wel dat het belangrijk is als de gastvrouw enige tijd voor het begin zegt: over vijf minuten gaan we aan tafel. Want, ik citeer: ‘Dit is het sein om desgewenst uw handen te wassen of naar de wc te gaan. Tijdens het eten hoort u dit immers niet te doen.’ Tja, zo hoort het dus. Maar bij een avondvullend kerstdiner kom je daar echt niet mee weg.

Gewoon en duidelijk

Inez van Eijk geeft in Eigenwijs, een etiquetteboek voor kinderen wel aanwijzingen wat te zeggen als je naar de wc moet. Na de constatering dat sommige mensen daar niet naar durven te vragen als ze ergens op bezoek zijn, raadt ze kinderen aan gewoon te zeggen: waar is de wc? ‘(…) Je kunt ook vragen: Waar kan ik mijn handen even wassen? Maar dan loop je de kans dat je naar de keuken wordt verwezen of naar een badkamer waar geen wc is. Vraag dus maar gewoon en duidelijk naar de wc. Of naar “het toilet” als je dat leuker vindt.’

Wc of toilet?

Dat is laatste is nog wel een ding. In heel wat etiquette-gidsen wordt opgemerkt dat in adellijke kringen men vrijwel nooit toilet zegt. Hier ga je naar de wc. Of -zoals mijn vriendin Jacqueline weet – naar de plee. Waarom? Waarschijnlijk om zich te distantiëren van de ‘nieuwe’ elite die zich chiquer wilde voordoen door het omfloerste toilet te gebruiken. Zij zeggen liever waar het op staat. Klip-en-klaar. Geen misverstanden.

Ongeschreven regel
Terug naar het kerstdiner. Etiquetteregels krijg je van mij niet te horen. Ik ga er niet over en ben er niet van. Wel heb ik door de jaren heen een paar zaken geleerd. Een daarvan is: mensen vermijden het liefst ongemakkelijke situaties. Die bespaar je jezelf, dus ook elkaar. En al bestaat er dan geen etiquette over hoe je naar de wc vraagt – er is wel één belangrijke ongeschreven regel voor aan de kerstdis: Je valt je tafelgenoten niet lastig met te veel informatie. En roep ook geen beelden op die niemand wil zien. Mijn moeder zei vroeger altijd: even een plasje plegen. De combinatie van het werkwoord ‘plegen’ – je pleegt een delict – en de verkleinvorm ‘plasje’ maakt het geheel vriendelijker en minder onaangenaam. Maar toch. Hoe liefelijk het ook klinkt, je hoort de straal kletteren. Dus – terug naar het kerstdiner – gebruik geen plastische beelden.

Hou het simpel
Maak er weinig woorden aan vuil. Verontschuldig je je eenvoudig. Maar hou het simpel. Zeg zeker niet dat je nodig moet. Dat willen we allemaal niet weten. Al ga je je Whatapp-berichten checken, Wordfeud-puzzeltjes doen of je geld zitten te tellen op de wc. Hou het voor je.
En als je vindt dat je toch wat moet zeggen – bijvoorbeeld omdat je je iets te abrupt onttrekt aan de oeverloze monoloog van oom Henk – zeg dan gewoon dat je naar de wc gaat. Of gebruik het woord ‘toiletteren’, of desnoods de uitdrukking ‘het toilet frequenteren’. Dat klinkt namelijk zo ernstig; je disgenoot vindt het dan vast niet erg dat je even weg bent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *