Man-vrouw gedoe

Wc met draaiende bril

Ik kwam een supersonisch moderne tegen, zo een waarvan de bril draait als je er naar kijkt. In een restaurant. Daar bedacht ik me ook dat ik er eigenlijk wel klaar mee ben. Want mocht u denken dat ik als toiletblogger alle ontwikkelingen op dat gebied op de voet volg, dan moet ik u teleurstellen. In mijn blogs treft u hoogstens de pot aan als haakje om te fantaseren, associëren en te reflecteren.

Toch maar wel een fotootje gemaakt.

In de gang die toegang gaf aan de ‘dames’ en daarnaast de ‘heren’, stond een meneer te wachten. Ik moest hoognodig. De meneer zei iets in het Portugees: ik weet niet wat. Ik zei iets terug: waarschijnlijk begreep hij niet wat. In ieder geval was duidelijk dat ik niet ging wachten, want de dames was vrij en ik stoof de openstaande wc in. Zo dus!

En daar bedacht ik me dus ook dat ik klaar ben met wc’s. Totdat ik eruit kwam, en tegen een vrouw aanliep die me verschrikkelijk vuil aankeek. Ze richtte haar blik vervolgens schuin naar boven, naar het bordje ‘senhora’. Ze zei niets, maar uit alles wat ze in huis had sprak de boodschap: hoe haal je het in je botte harses en heb je het gore lef om gebruik te maken van deze wc. ‘Kom op zeg, mens!’, antwoordde ik.‘Welkom in 2022. Nooit gehoord van genderdiverse wc’s? Ben je echt zo’n ouderwetse trut, of hoe zit het.’

Ik vervolgde: ‘Gescheiden mannen- en vrouwen-wc’s zijn uit het stenen tijdperk. Hou eens op met dat domme man-vrouw gedoe. Zolang iedereen de boel schoon houdt, is er niks aan de hand en geen reden om wie dan ook toegang tot een toilet te ontzeggen. Bovendien heb je hier ook nog eens een supersonische bril, die alles automatisch schoon maakt, dus opzouten met je moralistische opvattingen uit het jaar nul.’

Maar… dat zei ik natuurlijk allemaal niet. Dat was slechts in mijn gedachten, omdat mijn Portugees tekort schoot, omdat ik niet in Nederland was en omdat ik stom genoeg op zo’n moment altijd te laat ben.

Ik ga toch nog maar even door met mijn toiletblogs.

Where is the bathroom?

Lavazza reclame badWaarschijnlijk zag ik er zoekend uit. ‘Can I help you?’, vroeg een jonge vrouw in de bediening. Ze had het druk, zag er overspannen en breekbaar uit. Ik moest denken aan een zin uit een gedicht van Marieke Lucas Rijneveld: (…) voor wie wel glimlacht maar de snik onzichtbaar en hoog in de keel heeft’. Ik hakkelde iets over het toilet. ‘Outside’, antwoordde ze. ‘The bathroom is outside to the right’. Ik volgde haar aanwijzingen en liep naar buiten. Op het omsloten plein, hartje binnenstad van Faro, trof ik de foto aan van de vrolijke badkuip. Hoe duidelijk wil je een aanduiding voor de ‘bathroom’ hebben?

Gezellig
Van dichtbij herken je de foto als reclame voor een bekend Italiaanse espressomerk. Ik zocht het op, de fotograaf is Elliott Erwitt. Hij maakte de serie ‘Families – portretten rond koffie’. Deze gezellige foto uit 2011 met het koppel in het bad nodigt uit; je zou er bij willen kruipen. Wie inzoomt, ziet via de spiegel nog een vrouw met een hondje. Ze lijkt gezellig aan te schuiven met een kopje koffie. Onmiddellijk moet ik denken aan de uitspraak van Lady Di. ‘There were three of us in this marriage, so it was a bit crowded.’

Engel aan de koffieKalender
Ieder jaar maakt het Italiaanse koffiemerk een kalender en wordt een fotograaf uitgenodigd om een bijdrage te leveren. Verderop – tegenover de ‘bathroom’ – hangt de foto ‘Verliefd worden in Italië’ van Mark Seliger uit 2000. Ook een uitnodigend beeld; je krijgt zin in koffie.

Engel
Ik dacht even dat ik de foto eerder was tegengekomen, in december 2011 in Zuid-Afrika. Als kerstgroet stuurde ik een kiekje ervan naar het thuisfront, met de tekst ‘Heaven is missing an angel.’ Ik zocht terug in mijn archief en zag dat er verliefde stelletjes op de achtergrond scharrelen. Een andere foto dus. Wellicht gaat het om een serie.
Op deze foto in Faro zie je op de achtergrond een meneer een stoel omgekeerd op de tafel zetten. Of haalt hij de stoelen er juist af? Wie zal het zeggen. Is het feest al ten einde en hangt de engel nog als laatste plakker aan de toog? Of moet de dag nog beginnen en is deze meneer met vleugels een vroege klant die zijn eerste koffietje drinkt aan de bar?

Ze zeggen dat één beeld meer spreekt dan duizend woorden, maar soms is het flink puzzelen. In ieder geval vond ik daar in Faro heel snel de ‘bathroom’.

Plassen voor de lekkerste bonen

plassende jongen Anne Claude Philippe de Tubières
Geen Caravaggio, geen Rembrandt, wel een Anne Claude Philippe de Tubières hangt er op mijn toilet. De ets kreeg ik cadeau van Taeke Kuipers, oprichter van Fenix Art Collection. Mijn zwager redt kunst, soms letterlijk van de vuilnisbelt. Als kunstkenner zoekt en vindt hij in kringloopwinkels en Franse bric-à-brac. Hij maakt de kunstwerken schoon, probeert maker en herkomst te achterhalen en zet ze in een mooie lijst. Zo geeft hij vleugels aan de verweesde kunstwerken.

Op een van zijn speurtochten vond hij de ets van Anne Claude Philippe de Tubières (1692-1765). Deze Fransman is driedubbeldik van adel, naast graaf de Gaylus, ook markies d’Esternay en baron de Bransac. Daarnaast was hij archeoloog, kunstverzamelaar, antiquair, een hele goede etser, en schreef hij ook nog eens pikante sprookjes. Kortom, een veelzijdige meneer.

Hij bereisde heel Europa en kende alle kunstenaars van zijn tijd. Als etser kopieerde hij grote meesters. Deze ets van het plassende jongetje maakte hij naar een originele tekening van de Italiaanse barokkunstenaar Annibale Carracci (1560-1609). De graaf produceerde de etsen in oplages. Eigenlijk gaf hij zo oude kunstwerken vleugels, net als mijn zwager – maar dan weer anders. Zo kwam een exemplaar van de ets terecht in het kabinet van de Franse koning, ik traceerde een andere exemplaar in de collectie van het Philadelphia Museum of Art, en nu hangt er ook een originele ets op mijn toilet.

Op mijn onderzoek ontdekte ik dat Annibale Carracci ook de schilder is van ‘De boneneter’. Dat schilderij kwam op mijn pad afgelopen november in Palazzo Colonna in Rome. Zeker voor de zestiende eeuw – toen alleen rijken zich op het doek lieten zetten, en dan natuurlijk op hun mooist – is dit een bijzonder alledaags tafereel. Op het schilderij wordt een man betrapt terwijl hij net een hap van de bonen neemt. Het is bijna een foto.

Eigenlijk is het net zoals op de prent van het plassende jongetje. Vol in actie is hij op het papier gezet. Op de achtergrond zien we iemand die zaad strooit over het land, vast het bonenzaad. De plasser lijkt zijn hemd vast te houden, misschien draagt hij daarin ook zaad mee. Misschien werken beiden op het land, en soms moet je dan plassen. Dat kan iedereen gebeuren en is van alle tijden. Wat ook kan, is dat het jongetje met zijn plas de grond bemest. De oma van mijn P. leegde haar ochtendurine altijd onder de bessenstruik, en iedereen in het dorp wist dat dat het geheim was achter haar grote bessen. Dus plassen voor grote, lekkere bonen, is zo raar nog niet. En ook van alle tijden.

Natuurlijk begrijpt u dat ik hier wel nog even reclame wil maken voor mijn zwager. Op 11 en 12 juni is er de jaarlijkse plantenmarkt in Noordwijk-Binnen. Op de ‘Markt onder de Linden’ staat hij met nog veel meer verweesde schilderijen die een thuis nodig hebben. Geen etsen met plassende jongetjes, maar vooral veel bloemenstillevens en landschappen dit keer. Kom langs in Noordwijk!

Iedereen een sleutel voor het privaat

Twee historische figuren, ieder met een sleutel. Mijn zus ontdekte de twee deuren in het Hanzemuseum in het Noorse Bergen. Het museum neemt je mee in het rijke verleden van de stad als onderdeel van de Duitse Hanze. Het museum bevindt zich in een gebouw uit 1704 en geeft een beeld hoe de Duitse Hanze-kooplieden leefden in het middeleeuwse Bergen. Je kan er rondwandelen in replica’s van kamers die de vroegere kooplieden gebruikten. Er is zelfs een nagebouwde herberg met twee wc’s.  Let ook op de kleine bedden, lage plafonds en de geur van kabeljauw, valt te lezen op de site van het museum.

Sleutel
De bordjes Menn en Damer naast de meneer en mevrouw met de sleutel, laten geen twijfel over. Dat was heel wat anders met de sleutel en het sleutelgat uit in mijn allereerste blog. Op zoek naar een wc in een hotellobby in Columbia zag ik een sleutel op de ene en een sleutelgat op een andere deur. Welke neem je dan? Waar identificeer je je mee?

De sleutel steek je ergens in. En het sleutelgat daar moet wat in. Heb ik als man de sleutel in handen? En wil ik me als vrouw zien als een gat waar iets in moet? Seksisme ten top: vrouwen worden gedegradeerd tot een gat en mannen tot een pik, en de hele mensheid gereduceerd tot een voorkant.

Privaat
Met deze twee historische wc-deuren uit Bergen is iets anders aan de hand. Zowel de dame als de heer heeft de sleutel in handen. Naast de aanwijzing voor de dames- of herentoilet, verwijzen de sleutels naar een ruimte die afgesloten kan worden. Niet voor niets noemde men het toilet een ‘privaat’. In het middeleeuws latijn staat dat voor ‘een kamer om je in terug te trekken’. In de tijd van de Hanze-kooplieden waren nog veel mensen voor hun sanitaire behoeften aangewezen op de straat en de goot. Een private toiletruimte was een voorrecht. De sleutel staat symbool hiervoor.

Grijp je kans 
Dus met de Hanze-kooplieden in gedachten, luidt dit keer mijn advies: grijp je kans en pak die sleutel! Koester de ruimte om je even terug te trekken en dat moment voor jezelf. Voordat je het weet, moet je weer die vreselijke buitenwereld in.

Leve Oekraïne!

Met dank aan mijn zus Emmy.

Plassende Rembrandts

Tekeningen Rembrandt plassende vrouw en manIn mijn blog van januari fantaseerde ik over een Caravaggio boven de pot. Maar stel je voor, een Rembrandt op je wc. Hoe fijn is dat. In het Rembrandthuis kwam ik er twee tegen. Op de ‘Dames’ een plassende vrouw en op de ‘Heren’ een plassende man.

Vanwege de groepstentoonstelling RAUW bracht ik een bezoek aan het Rembrandthuis. Dertien kunstenaars van nu geven daar net als Rembrandt toen een realistische kijk op het menselijk lichaam. Etsen van de grote meester vormen de inleiding op het werk van de hedendaagse kunstenaars. Rembrandts grootsheid is misschien nog wel beter te herkennen in zijn tekeningen dan in zijn schilderijen; zijn trefzekerheid in lijnvoering, maar vooral de open en nieuwsgierige blik waarmee hij zijn omgeving bekijkt.

Dat het verbeelden van het menselijk lichaam zoals het écht is, niet vanzelfsprekend is, laat de groepstentoonstelling goed zien. De dertien kunstenaars bieden een ontnuchterend alternatief voor het heersende ideaalbeeld van het menselijk lichaam. Soms zijn de beelden kwetsbaar, soms krachtig, soms confronterend, maar altijd rauw. Het is zeker ook geen toeval, dat twee kunstenaars – Melanie Bonajo en Marlene Dumas – plassende vrouwen als onderwerp kozen. 

Plassende vrouw Melanie Bonajo 3Melanie Bonajo maakte in vijftien jaar ruim 500 foto’s van vrouwen die plassen in de openbare ruimte. We zien veel, heel veel billen. Beelden van vrouwenlichamen met de broek op de hielen, zich in bochten wringend, gevangen op een kwetsbaar moment. In hoge nood, achter een bestelwagen, net te dicht op een menigte. Tussen lage struiken, auto’s en in geheime hoekjes van de stad, zien we vrouwen op zoek naar een plek om te plassen.

Plassende vrouw Melanie BonajoBonajo bracht de foto’s samen in een video die 20.000 keer op YouTube werd bekeken. Het platform haalt de video er herhaaldelijk vanaf. Te aanstootgevend. Volgens de kunstenares zelf – die overigens dit jaar Nederland vertegenwoordigt op de Biënnale van Venetië – omdat ze niet de gebruikelijke ideale voorstelling van het vrouwelijk lichaam toont, maar laat zien hoe het echt is.

Plassende vrouw Melanie Bonajo 2Bonajo weigert de censuur van YouTube te accepteren en blijft het videowerk offline tonen. De kunstenares beschouwt haar foto’s ‘als kleine fonteinen, beelden van teruggewonnen vrijheid voor vrouwen in de stedelijke ruimte.’ Met een ‘Saluut! Aan de dameskont in al haar glorie’, besloot Bonajo laatst een lezing over haar werk. 

De tentoonstelling ‘RAUW. Een realistische kijk op het menselijk lichaam’ is tot en met 22 mei te zien in het Rembrandthuis. Beslist een aanrader. En vergeet niet de wc’s te bekijken en in de hal op giro 555 te doneren.

Leve Oekraïne!

Schuilen in de kast

Museum Albertina toiletLang geleden mocht ik met mijn vader mee naar de film. We brachten een bezoek aan bioscoop Cineac, hartje Den Haag. Waar de film over ging, weet ik niet meer. Wel herinner ik me dat het verhaal zich afspeelde rond een kledingkast. Kledingstukken werden aan de kant geschoven en zo bood de kast toegang tot een geheime kamer waar iemand zich verborg.

We moesten tante van het station afhalen, en konden de film niet uitzien. Het gevolg: heel veel losse eindjes bleven over en jaren later vraag ik me nog steeds af hoe het verhaal is afgelopen. En u weet als je zaken uit het verleden niet of niet goed afrondt, heeft dat zijn doorwerking in het heden. 

In mijn geval is zoiets aan de hand. Ook al ben ik er jaren uit, toch speelt de kast nog steeds een rol in mijn leven. In ieder geval verklaart het mijn bijna obsessieve fascinatie voor verborgen kamers. Vooral de wereld achter boekenkasten, verborgen laadjes, gangen, holle boeken, kistjes met dubbele bodems, noem maar op. Vast en zeker heeft de boekenkast in het Achterhuis meegespeeld waarom het dagboek en verhaal van Anne Frank zo’n enorme indruk op me maakte als kind. Vooral de laatste dagen denk ik vaak aan Anne. De oorlog is opeens heel dichtbij, schuilplekken en schuilkelders behoren niet langer tot het verleden. 

Een paar weken geleden, toen een derde wereldoorlog nog onmogelijk leek, was ik in Wenen. Op zoek naar de wc in het paleis van aartshertog Albrecht – waar het kunstmuseum Albertina is gehuisvest – kwam ik er een op het spoor. Althans, daar hoopte ik op. De wc achter het zoete groene met gouden rozetten versierde behang bleek afgesloten. Weer een kamer – en een wc – die voor me verborgen blijft. 

In de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek kwam ik achter hoge boekenkasten nog veel meer geheime kamers tegen. Een wc vond ik er niet.

De bibliotheek uit 1725 bevindt zich in een vleugel van de Hofburg in het centrum van Wenen en is een van de grootste barokke bibliotheken van Europa. De 20 meter hoge pronkzaal telt meer dan 12 miljoen boeken en behoort tot de fraaiste voorbeelden van historische bibliotheken. Het bevat  bijzondere collecties, waaronder de Atlas Blaeu-Van der Hem, een wereldomvattende verzameling topografische kaarten, tekeningen, manuscripten en gedrukte afbeeldingen uit de 17e eeuw. Ooit diende de pronkzaal als trefpunt voor het hof en Mozart voerde er in 1787 werken van Händel uit.

Je hoeft geen boekenwurm te zijn; deze bibliotheek is overdonderend. In deze tempel van wijsheid, waar de boeken tot de hemel reiken, lijkt de tijd stil te staan. De wereld is op drift en zekerheden zijn niet meer zo zeker, maar hier waan je je veilig en geborgen. Hier wil je schuilen.
Ze zeggen dat je het beest in de bek moet kijken, liever duik ik terug in de kast. Schuilen in een wereld van boeken, dat gun je iedereen.

Leve Oekraïne!

 

Waar is de toiletjuffrouw gebleven?

Publieke toiletten Wenen Afred Loos

Waar is het toiletpersoneel gebleven? Zo’n meneer of meestal een mevrouw in een wit short, achter een tafel met een schoteltje en snoepjes. In het uitgaansleven keren de toiletjuffrouwen en -meneren zeker terug. Maar daarbuiten – in het publieke domein – lijken ze te verdwijnen. Een paar jaar geleden kwam ik er nog een tegen in het café van de Beurs van Berlage. ‘Zal ik een wc-tje voor je schoonmaken?’, vroeg de meneer vriendelijk.

Heren- en dames-wc Graben WenenLaatst was ik in Wenen; om de hoek van de Stephansdom bevinden zich publieke toiletten. In 1905 ontwierp de architect Adolf Loos het ondergrondse complex in opdracht van een toiletfabrikant. Deze publieke sanitaire voorziening was zijn uithangbord en diende als voorbeeld om te laten zien wat er op dit gebied mogelijk was.

Ontwerptekening toiletten Alfred Loos WenenRuim een eeuw later functioneren de publieke toiletten nog altijd. Twee zuilen – ooit gaslantaarns die ook dienden als ventilatiekanaal – duiden op de ingangen op straatniveau, net als bij een ondergrondse metro. Twee gescheiden ingangen leiden naar de ‘Damen’ en de ‘Herren’.

De ondergrondse ruimte oogt als een kathedraal met een hoogte van 3 meter. De wc-cabines met mahoniehouten panelen, deuren van ondoorzichtig glas en de mozaïeken tegelvloer geven een warme chique. Met een ‘Grüß Gott’, verwelkomt de toiletjuffrouw haar bezoekers. Ik mag foto’s maken. Ze vertelt me dat er ooit twee aquariums waren. Via het kantoortje laveert zij tussen het dames- en herendeel, drukdoende met schoonmaken. De urinoirs zijn gratis, maar gebruik van het zitgedeelte kost 50 cent.

Ingang publieke toilet Wenen

Rond de eeuwwisseling was Wenen nog een en al barok en classicisme, tegelijk kwam de Jugendstil op, ofwel Secession zoals ze dat in Oostenrijk noemen. Van beide stromingen moest architect Loos niets weten. Hij verwierp het ornament ten gunste van de zuiverheid van vorm. Zijn afkeer voor ‘nutteloze ornamentiek’ betekent niet dat het Loos ontbrak aan esthetiek; hij zocht het alleen in gebruik van exclusieve materialen zoals natuursteen, messing en hout en niet in versieringen. Met zijn strakke, verfijnde ‘vorm volgt functie’-functionalisme baande hij de weg voor modernisten zoals architect Le Corbusier.

Terug naar Amsterdam. Telkens als ik weer eens voorbij de fietsenkelder kom op het Leidseplein, denk ik: wat een gemiste kans. Dit zou een perfecte plek zijn voor een publiek toilet met personeel. Waarom hebben wij in Amsterdam – in metro’s, op stations of bij parkeergarages – geen wc’s zoals die van Loos? Waarom zijn alle openbare sanitaire voorzieningen met gastvrouw of gastheer uit het straatbeeld verdwenen?

Dat er geen mensen meer te vinden zijn voor de uitoefening van dit beroep, valt te betwijfelen. Jaren geleden wilde De Bijenkorf in Amsterdam een afscheidsfeest organiseren voor de dame die daar 25 jaar de toiletten had schoongehouden. Wat bleek, ze had zelf al een feestzaal in het Amstel Hotel afgehuurd. Kortom, de toiletten-business is lucratief. Een fijne schone wc, goede sfeer, prettig personeel, het verdient zichzelf terug. Voor goede service wil je best betalen.

Toilet Alfred LoosDaarnaast – en dat concludeerde ik daar in Wenen – draagt het personeel bij aan de duurzaamheid van de toiletten. Een praatje en een groet zorgt ervoor dat je terugkomt. Ook de inrichting met duurzame materialen helpt mee aan de bestendigheid. Bovendien creëert het een prettig werkklimaat voor Madam of Monsieur Pipi. Hoe fijn is het om te werken in een mooie, ruime, lichte – onder architectuur gebouwde – toilet.

En waarom mag een toilet er niet goed uitzien, en kan een toiletbezoek niet ook prettig zijn? Amsterdam, kijk naar de Weense toiletten van Alfred Loos. Destijds een voorbeeld, nog steeds een voorbeeld!

Dagdromen over zitcomfort, Caravaggio en het voorjaar

Wc-fauteuille

12 januari – De kerstboom op straat bij het vuil gezet. De kerstballen naar de kelder verhuisd.

20 januari – Blue Monday overleefd. Dry January nog niet. Wachtend op de volgende persconferentie zwalk ik tussen moedeloosheid en hoop. Met magnolia-takken haal ik het voorjaar in huis. Want om de Engelse dichter John Donne te citeren: ‘Geen winter zal beletten dat het voorjaar komt’.

Caravaggio Villa Aurora22 januari – De Romeinse Villa Aurora staat voor 471 miljoen te koop. De enige plafondschildering die Caravaggio maakte, krijg je er gratis bij. In 1597 bestelde kardinaal Francesco Maria del Monte het fresco waarop Caravaggio zijn inzicht in perspectief toont. Hij schilderde de drie piemelnaakte goden van onderaf. De broers Jupiter, Neptunus en Pluto, respectievelijk de heersers van de lucht, zee en aarde, kijken wijdbeens neer op de mensheid. 

27 januari – Tijdens de voorjaarsschoonmaak fantaseer ik over een Caravaggio op het plafond van mijn wc. Hoe heerlijk zou het zijn om vanuit zo’n comfortabele wc-fauteuil daarvan te genieten. Ik stel me voor hoe ik op de rode wc-fauteuil met een schets- en schrijfblok op mijn knieën me koester aan de schoonheid van de Caravaggio, en me laat inspireren. Met zulke dagdromen overleef ik februari ook nog wel. 

29 januari – Gisteren een flinke en fijne wandeling gemaakt met S. Vandaag kan ik van 14.00 uur tot 22.00 uur naar de kroeg, bioscoop en het restaurant. Wat mij betreft, kan het voorjaar beginnen.

PS Met dank aan Willem voor de fraaie rode wc-fauteuil.

Een eenzame paal op de Prinsengracht

Tijdens een van mijn hardlooprondjes, ook al weer een tijd geleden – stuitte ik voor het eerst op de paal midden op de stoep, precies voor de ingang van het voormalig Prinsengrachtziekenhuis. Sinds de herinrichting van de gracht en oplevering van het verbouwde ziekenhuis staat daar opeens een verweesde stenen paal.

Even dacht ik dat het om een kunstwerk ging van Streetart Frankey. Toevallig had ik net op de Apollolaan zijn kauwgomballen-voetgangerspaal gezien. Meestal is zijn werk klein, fijnzinnig, humoristisch en perfect passend in de omgeving. Sterker nog, de knap gemaakte juweeltjes geven je direct het gevoel dat ze er horen. En deze kolossale paal hier midden op de stoep van de Prinsengracht verstoorde de boel flink. 

De vraag blijft: wat doet zo’n verweesde paal daar op het trottoir? Met een wandelwagen of rolstoel moet je moeite doen om er langs te komen. Ik vroeg het na bij oud-collega’s van de gemeente, maar die wisten van niks. Dus de paal is niet alleen verweesd, maar ook onbekend.

De afdeling Monumenten en Archeologie heb ik ook nog lastig gevallen. Ze zochten op oude foto’s en ontdekten dat er in 2015 nog niks stond. Wel zijn op foto’s uit 1934 twee palen te zien aan weerszijden van de hoofdingang. Volgens de afdeling om de uitgang vrij te houden en auto’s te weerhouden daar te parkeren. De huidige paal is – volgens hen – waarschijnlijk een ‘speelse’ referentie aan de verdwenen afscheiding. Speels is het zeker. Maar waarom zo willekeurig midden op het trottoir? Bovendien vreemd dat er slechts één paal staat en geen twee.

Recent las ik een interview met de componist Merlijn Twaalfhoven. Volgens hem heeft iedereen iets van een kunstenaar in zich, en is de blik van de kunstenaar nodig om de wereld te redden. ‘Een open houding helpt ons de wereld onbevangen, speels, onderzoekend én scheppend tegemoet te treden. Maar die mindset komt niet vanzelf. Dat vergt oefening en experiment’, aldus Twaalfhoven.

Gisteren tijdens mijn dagelijkse ommetje over de gracht probeerde ik het uit. Ik vroeg me af wat de wereld en in het bijzonder Amsterdam nodig heeft voor een duurzame toekomst. Ik zette mijn kunstenaarsblik op en speurde onbevangen, speels en onderzoekend de omgeving af.

Voor me op Prinsengracht liep een dame met een klein hondje. Net bij de stoeppaal bleef ze staan. Haar hondje deed parmantig zijn achterpoot omhoog en piste tegen de paal. Verdomd – dacht ik – dus toch, het is gewoon een pispaal, maar dan voor hondjes.

Mijn top 5 meest bijzondere wc’s van 2021

Expo CubeNatuurlijk deel ik weer graag mijn persoonlijk jaaroverzicht met opmerkzaam wc-nieuws. Daar gaan we!

Het Gelderse Druten is net als vorig jaar de toiletvriendelijkste gemeente van Nederland, zo blijkt uit jaarlijkse onderzoek. Dat u het maar weet.

Ander  nieuws. Op 19 november ‘Wereld Toilet Dag’ maakten de Maag Lever Darm Stichting samen met Natuurmonumenten bekend dat ze de handen ineen slaan. Door corona was regelmatig de horeca dicht en met een tekort aan openbare toiletten, deed menigeen noodgedwongen zijn of haar behoefte in Wc in aquariumde bosjes. Dus onder de projectvlag ‘When Nature Calls’ komen er nu meer dan dertig natuurtoiletten in en bij drukbezochte natuurgebieden. Daar zijn we blij mee, want – om er ook een woordje Engels in te gooien – Shit Happens. Wel benieuwd hoe deze natuur-wc’s eruit komen te zien.

Ook groot en goed nieuws:  Amsterdam maakt vanaf volgend jaar 1 miljoen vrij voor meer openbare toiletten. Uiteraard zijn we nieuwsgierig naar de plannen. Binnenkort doe ik graag nog wat suggesties. In mijn top 5 hieronder – zie nummer 4 – al een eerste.

Mijn Top 5: 

Wat waren mijn mooiste toiletmomenten dit jaar?

Nummer 1. De schrijn

badkamer Museum CamondoIn november bezocht ik Parijs en Musée Nissim de Camondo. Het stadspaleis ligt in het 8ste arrondissement, naast park Monceau. De joodse bankiersfamilie Camondo woonde hier vanaf 1870 in de wereld van de familie Proust, de gebroeders De Goncourt, de families Ephrussi en Rothschild.

Met Brieven aan Camondo richtte Edmund de Waal – zoals hij dat ook deed in De haas met de amberkleurige ogen – een monument op voor een unieke familie: toonaangevend in hun tijd, maar vermorzeld door de geschiedenis. Toen zijn zoon Nissim omkwam in de Eerste Wereldoorlog, maakte graaf Moïse de Camondo van het huis een gedenkplaats, en dat is het tot de dag van vandaag. In 1942 kwamen zijn dochter, haar man en kinderen om in Auschwitz. Gelukkig maakte Moïse dat niet meer mee.

Dwalend door het huis brengt De Waal aan de hand van de kamers, voorwerpen, meubilair en de kunst het huis en haar bewoners tot leven. Al is het maar voor even, want het 19de eeuwse stadspaleis blijft – tot de badkamers en toiletten aan toe – voor altijd een schrijn.

Nummer 2. Nienkes plantenbak

Wc met cactusAl eerder kwam de wc als plantenbak in mijn blogs voorbij. Smaakvol is anders. Maar deze vondst van mijn nichtje op Curaçao met cactus is noemenswaardig. Hier wil je niet op zitten. Op haar terugvlucht zat nicht-lief overigens in hetzelfde vliegtuig als prinses Beatrix.
Door mijn laatste blog over een koningin die scheetjes laat, kreeg ze het beeld van Bea op het krappe vliegtuig-toiletje niet meer uit haar hoofd. Nienke, sorry dat ik je dit aan deed.
Overigens liep de oud-koningin ook nog eens corona op. Misschien wel op dat wc-tje.

Nummer 3. Diana Spencer

Over beelden en een andere prinses gesproken. Spencer was geen top-film. Er kwamen wel veel wc-scènes in voorbij. Maar een Diana die voortdurend boven de pot hing, was iets te veel drama. Gelukkig beschikte ze over een riante badkamer, genoeg ruimte op de tegelvloer voor haar lange avondjurk met sleep. 

Nummer 4. Openbare toilet park Monceau

parc monceauOm nog even in Parijs te blijven. In het 8ste arrondissement ligt het park Monceau, ooit eigendom van Louis Philippe Joseph d’Orléans, hertog van Chartres. De neef van de koning Louis XVI overleefde de guillotine niet. En het park werd genationaliseerd.

Naast de ingang van het park – in de rotonde uit 1787, het gebouwtje in de vorm van een klassieke Dorische tempel – bevindt zich nu een van de mooiste openbare wc’s. De bovenverdieping, ooit exclusief gereserveerd voor de hertog, biedt een goed uitzicht over het park. Nu verblijft de parkwachter hier.

parc morceau hommesHet 18de eeuwse gebouwtje is een fraai voorbeeld hoe het ook kan. Een openbare toiletvoorziening waar je met plezier gebruik van maakt. Hoogwaardige  architectuur, ingepast in het straat/parkbeeld, geconfisqueerd privé-eigendom hergebruikt als publieke voorziening en ook nog optimaal benut door de combinatie van toilet en woonfunctie.
Amsterdam, doe je voordeel met dit slimme concept! En een tip: Paleis op de Dam voldoet aan alles.

Nummer 5.  Spoorwegmuseum

SpoorwegmuseumMisschien heb ik mijn kleinzoon aangestoken met mijn wc-fascinatie. Laatst bezochten we het Spoorwegmuseum. ‘Een gat in een plank’, zei de kleine bij het zien van de wc. Hij had gelijk, meer was het ook niet. Samen hebben we aan de wc-trekker getrokken en flink lawaai gemaakt.

Tot slot, wens ik u – alle genders – een mooie kerst en een gelukkig en gezond 2022!

En wilt u meer weten over wc-etiquettes tijdens het kerstdiner? Lees hier mijn blog.

Poepen: de grote gelijkmaker

Berlusconi op de potIk weet niet precies waarom, maar het blijft leuk. De koningin die een scheetje laat, een cartoon van Trump met een heel klein piemeltje en Berlusconi op de pot. Misschien zit de lol in het menselijk maken van hoge bomen. Of misschien is het een kwestie van een kopje kleiner maken van grote ego’s.

Over de Italiaan op de pot hierboven gesproken; in een eerdere blog noemde ik al eens Michael Elias, mijn oud-docent Nederlands van de middelbare school. Volgens hem is praten over poepen de grote gelijkmaker. Net als spreken over de dood. Hoog en laag, iedereen moet eraan geloven, aldus Elias in zijn artikel Het scheelt veel wie er poep zegt in het tijdschrift Medische Antropologie.

Natuurlijk was Annie M.G. Smidt er goed in. In haar ik-ben-lekker-stout-poëzie voert zij regelmatig een koning, koningin of hoge Piet op, aan wie niets menselijk vreemd is. Ook Brigitte Kaandorp is een voorbeeld hoe menselijke tekortkomingen kunnen uitmonden in briljante teksten. Neem haar liedje Wat is er lekkerder dan kakken, waar hare majesteit ook in voorbij komt.

Ze zaten aan het staatsbanket. Koningin en alle ministers. De keuken had zich uitgesloofd. En geopend alle registers. Ze aten en ze aten maar. Zoals dat gaat op die gelegenheden. Totdat het er zowat weer uitkwam. Zoals van boven als van beneden. En zij hield zich niet meer in. En toen riep de koningin:

Wat is er lekkerder dan kakken? Een drol uit je anus laten zakken. wat is er heerlijker dan poepen? De stront uit je billen laten floepen. Het is zo fijn om het maar eens zo te zeggen. Om een sigaar in de pleepot neer te leggen.

Vooral kinderen zijn dol op haar lied, vertelt Kaandorp. Niets is leuker om vieze woorden te zeggen en dan ook nog eens heel veel achter elkaar. Scatologie, ofwel strontfolklore, is de neiging om poep tot komisch onderwerp te maken. Een fenomeen dat zo oud is als de weg naar Rome. Hoogleraar Herman Pleij – ook een oud-docent van me – signaleerde het verschijnsel al in middeleeuwse teksten. Pleij brengt de strontfolklore in verband met uitdrijvingsrituelen van boze geesten en de bezwering van onze angsten.

Ook al liggen de middeleeuwen ver achter ons; mensen worden nog steeds geplaagd door demonen. En al hebben ze hele kleine piemeltjes – dictators met grote ego’s zijn er ook nog altijd. Ridiculiseren, omlaag halen, menselijker maken, gelijk maken: het helpt om onze angsten te bezweren. Als je je bedenkt dat zelfs de koningin moet kakken, lucht dat enorm op.


Mijn zus spotte de foto van Berlusconi in café-restaurant Karaat Amsterdam.  Waarvoor dank, Monique. 

Tussen de wijngaarden in de Elzas

Elzas landschap

Met mijn familie – drie zussen, broer, en mijn vader en moeder in een urn – was ik in de Elzas. Op een prachtige plek tussen de wijngaarden hebben we de as van onze ouders begraven.

Mijn ouders kwamen graag in de Elzas. Vooral mijn moeder. Ze had een zwak voor een Pools boertje die ze hielp met druiven plukken. We zijn nog eens met haar terug geweest, op zoek naar hem. Maar we vonden hem niet. Logisch. Want inmiddels moet de arme man minstens 150 zijn.

Ribeauvillé, Riquewihr, Zellenberg, Eguisheim; het ene dorp is nog pittoresker dan het ander. De vakwerkhuizen in licht blauw, groen, geel en zuurstokroze, behangen met geraniums vormen een decor waar Anton Pieck zijn vingers bij afgelikt zou hebben. De novemberzon, de wijngaarden in geel-oranje herfsttinten en de laaghangende nevel boven de dorpen maken het af. Een magische plek.

Dorp Elzas

De zoektocht naar een eindbestemming voor mijn ouders was nog best een exercitie. Ook de uitvoering van ons plan had de nodige voeten in de aarde, want met z’n tweeën waren ze goed voor twee grote potten dode boel. Het idee van uitstrooien hebben we snel verworpen. Teveel as. Dus werd het graven. We waren het met elkaar eens, het liefst tussen de wijngaarden, op een sfeervolle plek, met een mooi uitzicht. Niet voor niets waren we helemaal naar de Elzas gereden. Het moest een plek zijn waar we terug willen komen. Uiteindelijk vonden we de juiste plek met op de achtergrond een wijngaard, er naast een kersenboom en ervoor een bankje met uitzicht op een dorp met een kerk. Mooier kun je het niet hebben.

Met z’n vijven op het bankje hebben we op hen geproost. Als partners in crime keken we terug op de klus die we hadden geklaard. We waren tevreden en gelukkig. Met nog meer warme gevoelens voor onze ouders en elkaar haalden we herinneringen op en dronken we een mooi glas riesling van wijnhuis Jean Sipp.

Want ook al hadden we dit keer wel een hele bijzondere opdracht, een bezoek aan een paar wijnboeren kon niet ontbreken. Jaren geleden maakten we een wijnreis met moeder en bezochten we samen met haar het wijndomein Sipp. Wijnboer Jean Sipp was een charmante man en toen wij hem destijds vertelden dat het gezelschap bestond uit moeder met vijf kinderen, zei hij tegen haar: dat is een hand vol met geluk. Boer Jean kon niet meer stuk, zeker niet bij mijn moeder.

Omdat je tradities in ere moet houden, bezochten we ook nu wijngoed Sipp. Het wijnhuis ligt midden in het dorp Ribeauvillé. Het oude pand dateert uit 1416. Op de binnenplaats bevindt zich een deur met een hart. Daarachter wijzen madam en monsieur Sipp uit een vorige generatie de bezoeker de weg naar de dames- of heren-wc. Hier in de Elzas speelt het verleden nog steeds een rol in het heden.

Dames en heren bij Sipp

Met z’n vijven schoven we aan voor een proeverij. Dit keer ontdekten we dat niet alleen wijnboer Jean een charmeur is, ook madam Sipp kan er wat van. Ze legde onder de tafel even haar hand op het bovenbeen van mijn broer, en vroeg of we nog iets wilden proeven. Natuurlijk, antwoordden wij vijven in koor, zeker wilden we dat. En nog eens proostten we op onze ouders en op elkaar. Samen hebben we het goed gedaan.

De wc’s van Berlage


Toilet Beurs van Berlage Stel je bent in de buurt van de Beurs van Berlage en je moet nodig. In vroegere tijden was er dan een publieke toilet aan de noordzijde van de beurs. Helaas heeft die plaats gemaakt voor Tony’s Chocolonely. Ook een goede zaak, maar toch.

Volgens de gemeente zijn meer openbare toiletten (voor mannen, vrouwen en mindervaliden) met een ‘verzorgingsgebied’ van maximaal 250 meter – dat is de toiletnorm – in de Amsterdamse binnenstad niet haalbaar. Die conclusie laat zich lastig rijmen met het sneuvelen van de inpandige door Berlage vormgegeven publieke toilet. Doodzonde.

Deurklinken

Berlage ontwierp eind 19de eeuw de beurs als een ‘gesamtkunstwerk’, waarbij de architectuur en de beeldende en toegepaste kunsten een eenheid vormen. Niet alleen aan de buitenkant, ook binnen is de hand van Berlage te herkennen. Hij bemoeide zich met alles. Hij ontwierp de meubelen, tapijten, telefooncellen, klokken, lampen, kapstokken, zelfs de koppen van schroeven, deurklinken en het hang- en sluitwerk, en dus ook de wc’s.

Kinderen

Wie op zoek naar een wc meer van Berlage wil meekrijgen, probeer dan de andere hoek aan het Beursplein. De ingang van Bistro Berlage geeft toegang tot gecombineerde dames- en herentoiletten. Waar ooit de pisbakken waren, staat nu een houten monumentale bank. Een tijdgenoot, J.F. Staal schreef  over de meubelen van Berlage: ‘Zijn meubelen dragen te zware bedoeling en hebben het uiterlijk van droevig-ernstige kinderen’. Zelf zei hij: ‘een meubel is eigenlijk een gebouw in het klein en een gebouw is een meubel in het groot.’

Chocobrainstorm

Nog meer Berlage meemaken? Loop dan binnen bij Tony’s Chocolonely Chocolate Bar op de andere hoek. Ook al heb je niks met chocolade, de wc is (semi)openbaar.

Tony Chocolonely chocolat barDe toegang zit net om de hoek. Het portaal en trap naar de toiletten ademt nog de grote meester. Beneden is hij nagenoeg verdwenen. Daar bevindt zich nu het ChocoLAB waar je een ‘chocofeessie of chocobrainstorm kunt houden en chocoworkshops kunt volgen’. Als dat allemaal niet jouw ding is, kan je er wel gebruik maken van de wc. Helaas blijft Tony je ook hier lastig vallen met zijn marketing. Maar daar kan je natuurlijk gewoon je rug naar toe keren.

Handmassage

Voor corona zat hier een andere eigenaar, met nog heus toiletpersoneel. Ik herinner me een uitermate vriendelijke en vrolijke pleemeneer die vroeg: ‘zal ik een wc’tje voor je schoon maken’. Ook een handmassage behoorde tot de mogelijkheden en dat alles voor 50 eurocent. Waar vind je nog die speciale aandacht, dacht ik toen.

Wc café Américain revisited


Dé tip uit The 500 Hidden Secrets of New York is de hotellobby. Onder de kop ‘public restroom’ meldt de gids dat er maar weinig publieke wc’s zijn op Manhattan en die liggen ook nog eens ver uiteen. Het advies luidt: profiteer van de wc in een hotellobby. Bezoekers worden er immers niet snel geweigerd. Maar gedraag je wel alsof je er verblijft.
Wellicht ook een gouden tip voor een stad als Amsterdam met te weinig publieke toiletten. Recent heb ik het uitgetest in het Américain aan het Leidseplein. Of eigenlijk moet ik tegenwoordig zeggen: Hard Rock Hotel Amsterdam American. Als het ergens lukt, is het daar. Want naast de hotellobby is er ook nog het mooie grand café Américain.

Mulisch

Al in de jaren vijftig ontmoette de hele Amsterdamse artistieke wereld elkaar hier in het café. Iedereen die er toedeed of wilde doen, liet zich daar zien. Desnoods liet je je omroepen, net als Harry Mulish. Het verhaal gaat dat de schrijver zich regelmatig liet bellen. ‘Telefoon voor de heer Mulisch’. Zo zorgde hij voor zijn eigen promotie.

Schoteltje

Mijn eerste keer dat ik het Américain bezocht, was begin jaren ’80. Net verhuisd naar Amsterdam, en in hoge nood  durfde ik het aan. Geïmponeerd door de draaideur en het Art Nouveau decor herinner ik me een trap naar beneden die eindigde in een lange gang. Aan het begin zat een oude dame in een wit short achter een tafeltje met daarop een schoteltje en een bordje met ’50 cent’ ernaast. Het maakte indruk op me. Dit was de echte wereld. Zoveel geld had ik nog nooit aan een plas uitgegeven. Toen ik terugkeerde van het toilet was de dame weg en ben ik hem gesmeerd zonder te betalen.

Gratis

Na een verbouwing eind 2017 heropende het café. Het Art Nouveau interieur met de Tiffany-lampen, glas-in-loodramen en muurschilderingen met Shakespeareaanse taferelen was gelukkig behouden. Ik herinner me dat ik op de site las: ‘Café Américain combineert historische allure met 21ste eeuwse normen.’ Inmiddels is het café weer in andere handen. Dus, u kunt zich voorstellen: benieuwd hoe dat uitpakte voor het huidige sanitair moest ik op onderzoek uit.

Hard Rock

Eerst heb ik het toilet in de hotellobby uitgeprobeerd. Met de slogan Feel like a star zet het hotel zichzelf in de markt, en als een echte routinee doorkruiste ik de lobby richting de wc. Tot mijn ontsteltenis constateerde ik daar dat ze de boel flink hebben vernacheld. Niets is overgebleven van de originele inrichting.

Herinnering

Gelukkig is dat wel het geval met de toiletten in het café. Na alle wisselingen van eigenaar zijn die bij het oude gebleven. De art deco look lijkt ietwat opgefrist, het glas-in-lood met ‘dames’ en ‘heren’ is nog hetzelfde. Ook de opdrachtgever tot de bouw van het hotel, August Volmer hangt nog steeds samen met zijn vrouw aan de wand. Wel was de gang in mijn herinnering veel langer. Waarschijnlijk was het de hoge nood waardoor die voelde als een eeuwigheid, en natuurlijk vormde de wc-juffrouw nog een extra hindernis.

Tong Picasso

Mulisch, de toiletjuffrouw en het schoteltje zijn er niet meer;  de wc in het café-restaurant is tegenwoordig gratis. Mocht je onverhoeds op weg er naar toe een kelner tegenkomen die vraagt of hij je kan helpen, gedraag je dan als een superstar die verblijft in een van de 175 kamers van Hotel Américain, of pardon: Hard Rock Hotel Amsterdam American. En vertel hem dat je diep teleurgesteld bent omdat de tong Picasso niet meer op de kaart staat.

Plassen op het paleis

Atlas in het paleisToen het werd gebouwd in 1648 was het werelds grootste gebouw. Het ‘achtste wereldwonder’ noemden Amsterdammers het. De hardstenen reus gebouwd op 13.659 houten palen domineert het plein. Nog altijd als je de Dam oploopt, verrijst het paleis imposant in beeld. Wel is het even zoeken naar de ingang en hangt het gouden balkonnetje – een latere toevoeging van koning Lodewijk Napoleon – er als een zielige slinger bij.

Oorspronkelijk gebouwd als stadhuis van Amsterdam nam koning Lodewijk Napoleon van Holland het in 1808 in gebruik als paleis, en dat bleef het sindsdien. Zijn vrouw Hortense de Beauharnais vond het een gevangenis. Ze voelde zich opgesloten in het ‘paleis van de inquisitie’, schreef ze in een brief. Als ze het raam opende rook ze de stank van de Amsterdamse grachten.

Mocht u door de titel van mijn blog denken dat ik op zoek was naar een wc. Inderdaad. Dat klopt. In het centrum waar er zo weinig zijn, is het paleis een uitkomst. Wel je museumkaart meenemen. Want de ware reden van mijn bezoek is de tentoonstelling van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. De prijs bestaat 150 jaar. En is bedoeld om jonge, talentvolle in Nederland werkzame schilders aan te moedigen in hun werk als kunstenaar. Op de jubileumtentoonstelling zijn naast winnaars en genomineerden van 2021 ook oud-winnaars van de afgelopen 25 jaar te zien.

De kunstwerken op de jubileumtentoonstelling Grensverkenners worden gepresenteerd als ‘interventies in het historische interieur. Zo ontstaan prikkelende visuele contrasten, een aanzet tot een dialoog tussen de kunstwerken en het gebouw, interieur en zijn lange geschiedenis’, lezen we in de catalogus. Mooie prietpraat. Ooit hoorde ik architecten over spanningsbogen die elkaar ontmoeten op de brug en gevels die met elkaar een dialoog voeren. 

Maar het werkt. De kunstwerken gaan zeker relaties aan met hun omgeving.  Hoewel sommige volledig weg vallen tussen de overdaad aan mahoniehouten empiremeubelen.

Royal Benching Kaili SmithMet uitzondering van het werk in de Burgerzaal; sterker nog, de marmeren galerij vormt een goed decor voor bijvoorbeeld Kaili Smith met zijn Royal Benching. In zijn verhalende schilderijen reflecteert Smith op een stedelijke jeugdcultuur, alledaagse vriendschappen en verbondenheid. Hij onderzoekt de sociale constructie rond ‘jeugdcriminaliteit’ en laat jongeren zien die opgroeien in een omgeving waar ze vaak te maken krijgen met  criminaliteit om hen heen, en daar tegelijkertijd – als prinsen en prinsessen – kracht en eigenwaarde aan ontlenen.

Royal Benching Kaili Smith

Vooral het figuratieve werk en de groepsportretten doen het goed in de overdadige omgeving, en lijken zich thuis te voelen in het paleis. Uiteraard is dat het geval met The Family van Helen Verhoeven in de Troonzaal. Het schilderij is een fictieve samenkomst van familieleden uit het heden en verleden van de Oranjes, van Willem de Zwijger, Maria Stuart tot en met leden van het huidige koningshuis. Oud-koningin Beatrix in haar rode stola spat als moeder-overste van het doek.

Helen Verhoeven (winnaar in 2008) flirt in haar werk met kunsthistorische tradities en botsende stijlen. Ze is bekend om haar Bijbelse verhalen en onderwerpen, waar ze dan weer een hedendaagse twist aan geeft. Met bijna soap-gehalte en veel blote piemels (bekijk links First Round) schildert en experimenteert ze erop los – soms bewust onbeholpen, soms uiterst precies. Let op de lichtval en hoe ze speelt met het oog van de toeschouwer. 

Ook het werk Lente 2020/Spring 2020 van Mattijs van de Bosch past hier mooi. Op de schilderijen van Van den Bosch zijn altijd gewone, alledaagse activiteiten te zien met werklieden op straat, bouwvakkers, politieagenten, ambulancebroeders, of een barvrouw in een café.

Zijn werk hangt boven de deur, vlakbij het balkon  waar bij troonswisselingen en huwelijken het volk wordt begroet. De vrouwfiguur op het doek staat in het venster en houdt een witte doek in haar hand. Wuift ze ons tegemoet of zeemt ze de ruiten en is ze bezig met de voorjaarsschoonmaak? Zijn werk lijkt een knipoog naar de balkonscène waarin de net afgetreden koningin Beatrix haar zoon en schoondochter aanspoorde met: ‘Even wuiven misschien’.

Toch nog even over de toiletten. In de Burgerzaal vroeg ik aan een suppoost of ik een blik mocht werpen op de wc van de koning en koningin. Helaas. Ze verwees me naar de publieke toiletten een verdieping lager.

Later dwaalde ik nog wat door de vertrekken, keek uit het raam over het plein, en dacht aan de koninklijke pot achter een van de vele deuren, maar vooral aan de eenzame ongelukkige koningin Hortence. ‘Je kunt geen triester woonoord bedenken’, schreef ze aan haar stiefvader keizer Napoleon. In dit paleis zou het voor haar nooit lente worden, en buiten rook ze ook nog eens putlucht.

%d bloggers liken dit: