De dag voor Koningsdag begon het al. Je struikelde letterlijk in Amsterdam over de plaskruisen. Plotseling stonden ze overal en ook nog eens heel prominent midden op het trottoir. Want je moet er immers van vier kanten bij kunnen. Ik moest denken aan een opiniestuk van alweer enige tijd geleden in Het Parool. Daarin werden alle Amsterdamse plaskrullen naar de schroothoop verwezen. Volgens de schrijver van het stuk, Sanne Middema is de plaskrul een keiharde middelvinger naar de Amsterdamse vrouw en staat het openbare urinoir symbool voor uitsluiting en ongelijkheid. Want als die mannen hun geslacht uit de broek halen, zorgen ze voor onveiligheid van vrouwen in de publieke ruimte, aldus Middema.
Het artikel stond boordevol drogredenen. Onder de douche en in bed had ik al tien ingezonden brieven geschreven. Maar toen ik er voor ging zitten, blokkeerde ik. Er kwam niks uit mijn pen. Zoveel onzin om te pareren. Waar moest ik beginnen.
Geamuseerd
Gelukkig werd ik ingehaald en links en rechts gepasseerd door reacties. Overigens niet van de minsten. Sociologe Tessel Kist, performer Barnaby Savage en historicus Tijmen van Voorthuizen tekenen protest aan tegen de opvatting dat de plaskrul het zichtbare symbool is van mannelijke dominantie in de openbare ruimte. Zij benadrukken dat de klassieke groene krul zowel een praktisch nut als historische en culturele betekenis heeft. Ook Sylvia Witteman gaf in Het Parool op haar eigen humorvolle wijze Middema van katoen. Bij mij stond het schuim nog steeds op de mond, maar zij schreef geamuseerd te zijn.
Uitsterfbeleid
Al best lang hanteert de gemeente Amsterdam een uitsterfbeleid wat betreft de krul. Als er een kapot is of vanwege weg- of kadewerkzaamheden wordt verwijderd, komt er geen terug. Op papier worden ze vervangen door een zogenaamd MVG-toilet, voor mannen, vrouwen en gehandicapten. Maar in de praktijk komt er niets van. De plaskrul voor het voormalig Paleis van Justitie is een goed voorbeeld. De komst van het chique Rosewood Amsterdam betekende een tien jaar lange afsluiting van de Prinsengracht. De dubbele krul voor de deur van het hotel werd weggehaald en door niets vervangen.
Je zou toch denken dat Amsterdam met de enorme inkomsten van de toeristenbelasting snel werk maakt van meer en betere openbare toiletgelegenheden. Maar nee, niets daarvan. Eigenlijk is het nog erger. De spaarzame afsluitbare en voor iedereen toegankelijke wc-units op drukke plekken – zoals het Leidseplein en Rembrandtplein – zijn kapot, gaan niet open, meestal smerig en slecht onderhouden.
Geslachtsdeel
In plaats van een pleidooi voor meer en voor iedereen toegankelijke toiletten doet Middema in haar opiniestuk er nog een schep bovenop. ‘Is het niet vreemd’, vraagt ze zich af, ‘waarom we deze toiletten laten staan – waarmee we mannen uitnodigen op straat hun geslachtsdeel tevoorschijn te halen. Als de stad écht voor iedereen is, houden we ons geslachtsdeel in het openbaar in onze broek.’ Eigenlijk zegt ze: als vrouwen niet kunnen plassen in Amsterdam, dan mogen mannen ook niet. Wij niet, dus jullie ook niet. Lekker puh.
Witteman reageert hierop in haar column: ´Dat vind ik niet constructief of logisch, en ook niet aardig. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet, toch?´
Piemel
Denkt u eens in: met een volle blaas die op springen staat, heb je uiteindelijk die ene nog resterende plaskrul gevonden. Je zet je over de stank heen, je doorstaat de smerigheid en houdt je hoofd koel. Je staat daar achter het schot in de buitenlucht met je gulp open. Vervolgens word je ervan beschuldigd dat je vrouwen een onveilig gevoel geeft en je moet je ook nog eens schamen dat je een piemel hebt. Terwijl je daar uiterst kwetsbaar staat met je ontblote mannelijkheid in je handen.
Volgens Kist, Savage en Van Voorthuizen lijdt Middema aan bekrompen kleinburgerlijk feminisme. Eigenlijk misbruikt ze op een populistische manier het woord ‘veiligheid’ en criminaliseert ze alle plassende mannen.
Terug naar de vrolijkheid van Sylvia Witteman. Haar oplossing is even simpel als geniaal. ‘De ouderwetse krul is niet kapot te krijgen’, schrijft ze. ‘Maar als vrouw heb je er niks aan. Als je daarin hurkt om je mossel af te gieten, ziet iedereen wat je doet en dat is ongemakkelijk voor alle betrokkenen.’ Van haar mag de krul blijven staan, maar stelt ze voor: ´schroef er aan de open onderzijde een extra plaat gietijzer tegenaan en maak een gat in de grond. Wat kan dat nou helemaal kosten?’
Ze heeft gelijk: omarmen die krul.
Symbool
Overigens zat het schotje dat Witteman eraan vast wil plakken, er oorspronkelijk al. Eind 19de eeuw is dat op last van de politie eraf gehaald, zodat die beter zicht had op wat in de krul gebeurde. Tot laat in de vorige eeuw werd het openbare urinoir namelijk gebruikt door mannen om te cruisen. Daarmee staat de plaskrul ook symbool voor homo-onderdrukking.
Inmiddels heeft de queergemeenschap de krul uitgeroepen tot cultureel erfgoed. Inderdaad omarmen die krul. Het groene urinoir mag niet verdwijnen uit het straatbeeld. Zet er nog een naast, die afgesloten kan worden en vrouwvriendelijk is. Bijvoorbeeld Krul 2.0 van ontwerpbureau Studio Selva.
Stinken zal het nog steeds, dat is zeker. Maar om nog eens Witteman te citeren, ´het is tenslotte een openbare wc en geen bloemenkraam, dus niet zeiken.´
Mijn blogpost in je mail ontvangen?
Natuurlijk wil ik graag mijn blogs met je delen. Een toiletblogger bestaat immers bij de gratie van zijn lezers. Om mijn blog automatisch in je mailbox te ontvangen, meld je dan hier aan. Handig voor jou en leuk voor mij.