
Ik heb ‘m gevonden in Phnom Penh. Echt waar. De gestolen gouden toiletpot. Daar stond hij opeens in z’n volle glorie.
In 2019 werd de gouden wc van Maurizio Cattelan ontvreemd uit het Britse Blenheim Palace. Het kunstwerk – uitgeleend door het New Yorkse Guggenheim Museum – kon daadwerkelijk door bezoekers gebruikt worden, maximaal 3 minuten per persoon. Pas twee dagen stond de pot tentoongesteld en weg was ie.
Cattelan maakte twee versies van de gouden pot. Hij noemde ze ‘America’, als commentaar op de ongebreidelde rijkdom in de wereld en de excessen van het kapitalisme. ‘Wat je ook eet, een lunch van 200 dollar of een hotdog van 2 dollar, de resultaten zijn hetzelfde, wat de wc betreft’, aldus de Italiaanse kunstenaar.
Cattelan is onder meer bekend van de met ducttape vastgeplakte verse banaan en het beeld van een knielende Adolf Hitler. De ‘America’s’ maakte hij in 2016. Vorig jaar oktober ging een ervan onder de hamer bij Sotheby’s in New York. De 18-karaats, massieve toiletpot van zo’n 100 kilo puur goud bracht 12,1 miljoen dollar op.
De ander, de gestolen pot uit Blenheim Palace, is nooit teruggevonden. Waarschijnlijk omgesmolten. Dachten ze. Tot afgelopen week, want ik heb hem dus gevonden. Nu wilt u natuurlijk weten waar. Maar dat verraad ik niet. Vooruit, een klein tipje van de sluier: het was ergens in Phnom Penh, in een eettentje in een achterafsteeg.
Overmand door emoties en door al dat goud stond ik vastgekluisterd aan de grond. Ik durfde er niet op te gaan zitten. Ik ben blijven staan. Maar wat nu te doen? Een gouden wc van 100 kilo neem je niet zomaar mee onder je arm. Daarbij is het ook nog eens een behoorlijk opzichtig geval. Wil je zoiets wel in je huis? Ik ben geen Trump. Toen hij de Zonnebloemen van Van Gogh wilde lenen van het Guggenheim, bood het museum hem in plaats daarvan Cattelans gouden toilet aan. Trump sloeg het aanbod af, waarschijnlijk omdat hij zelf al een goudkleurige pot heeft.
Maar goed, het duizelde me dus. U begrijpt met de huidige goudprijs rekende ik me rijk. Dit was meer dan een appeltje voor de dorst. Wat was wijsheid? Moest ik contact opnemen met het Guggenheim? Misschien de plek verklappen in ruil voor iets kleins uit het museum? Bijvoorbeeld iets van Van Gogh, een tekening of zo.
In Phnom Penh vormt vastgoed als onderpand de brandstof die de geldmachine draaiende houdt. Alles draait om kopen, doorverkopen en schuiven met geld. En niemand heeft het er over. Zo’n gouden pot is bij uitstek een ideale witwasserij. Letterlijk stop je je geld in een pot.
Uiteindelijk, na zorgvuldige afweging van alle voors en tegens, heb ik een deal gemaakt. Wel moest ik totale geheimhouding beloven. In ruil mag ik zo vaak en zo lang als ik wil terugkomen om de pot te bewonderen. Dat is heel wat meer dan die 3 minuten in het museum. Je mag dus wel zeggen, dat ik er flink wat heb uitgesleept.
Met dank aan vriend D. De volgende keer meer over Cambodja en de publieke toiletten aldaar.
—————————–
Briljant :-)!