Hotelier en schilder Frits Schiller en zijn modellen


Het voelde altijd vertrouwd. Op weg naar de wc passeerde je het portret van de donkere jongeman. Een fascinerend portret. Sinds kort hangt het ver weggestopt in een hoek. Frits Schiller schilderde het in de jaren ’30. Het past goed in het decor met de houten lambriseringen. De kunstenaar annex hotelier bleef zijn hele leven beide beroepen combineren. Hij werd de beste hotelier onder de schilders en de beste schilder onder de hoteliers genoemd. Nog steeds zijn 350 van zijn werken te bewonderen in het hotel en café aan het Rembrandtplein.

De grote tijd van hotel-restaurant-café Schiller lag tussen de twee wereldoorlogen. Het was daar een komen en gaan van BN’ers uit binnen- en buitenland, en een trefpunt voor kunstenaars en artiesten. Schrijver Herman Heijermans, de schilders Breitner, Sal Meyer, de beeldhouwers Zadkine en Hildo Krop en toneelspelers Fien de la Mar en Heintje Davids; ze kwamen er allemaal. Ook niet vreemd, want het Rembrandtplein en de straten er omheen was in de jaren twintig en dertig het middelpunt van de theaterwereld en een belangrijk uitgaanscentrum.

Maar wie is nu die zwarte jongeman? In het hotel hangt nog een donkere meneer met gitaar. Kunsthistorica Esther Schreuder schreef het boekje Schiller 1912-2012 en zocht uit wie alle geportretteerden zijn. De identiteit van beide donkere jongemannen is (nog) niet achterhaald. Zwarte modellen waren geliefd bij schilders. Bij de Rijksacademie verdienden ze zelfs meer dan hun witte collega’s. Frits Schiller schilderde vooral bekenden die zijn zaak bezochten.

De amusementssector was de enige branche waar hun afwijkende huidskleur in hun voordeel werkte, schrijft Rudie Kagie in zijn boek De Eerste Neger. Misschien waren beiden jazzmusici. Amsterdam maakte immers in de jaren ’30 kennis met jazz. In Negro Palace om de hoek op het Thorbeckeplein traden de Surinamers Teddy Cotton en Kid Dynamite op, ‘de eersten zwarte jazzmusici met een Nederlands paspoort’. In 1937 sloot burgemeester Van der Vlugt de club, omdat zwarte mannen en jonge blanke vrouwen zich hier zouden ‘mengen’. Kranten berichtten bezorgd over de kwalijke invloed van ‘negers’ en ‘negermuziek’ op blanke vrouwen. En toen moest de oorlog nog uitbreken.

Overigens is het portret in het echt veel mooier dan op mijn overbelichte foto. En café Schiller willen jullie het schilderij weer terughangen op zijn oude plek bij de wc? Veel  beter. Oh ja, en nog even over jullie wc’s. Daar is niks mis mee. Een keurige retro-look met Parijse metrotegeltjes. ‘Netjes’, zou mijn moeder zeggen.

Meer weten over zwart in het Interbellum en Schiller bekijk dan ook de website van Esther Schreuder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *