Natte broek ervaringen

 

I, Tonya en Magnolia, in beide films zit een scène waar je het op plasgebied Spaans benauwd van krijgt. In Magnolia doet het wonderkind Stanley Spector mee aan de televisiequiz What Do Kids Know? In de live uitzending verprutst hij het, omdat hij vooraf niet naar de wc mocht. Hij plast in zijn broek. Als kijker voel je de paniek, de schaamte en de natte broek. Je begrijpt waarom hij niet voor de camera wil komen. Na acht weken van gewonnen afleveringen is daarmee zijn kans op een spectaculaire recordverbetering verkeken. Hoe pijnlijk kan je het krijgen.

Ook in I, Tonya verbiedt de knetter ambitieuze moeder haar dochter om naar de wc te gaan. Ze heeft ervoor betaald dat haar dochter op de ijsbaan staat, niet om eraf te gaan om naar de plee te gaan. Na een moeilijke oefening plast Tonya in haar mooie kunstschaatspakje. Tragisch. Het liefst zou je ter plekke samen met de jonge Tonya door het ijs willen zakken.

I, Tonya

Mijn meest gênante ervaring met een natte broek was op de kleuterschool bij de nonnen. Als je naar de wc moest, stak je je vinger op en dan kreeg je een ketting om van grote houten kralen – als een soort Hawaïse bloemenkrans. Er was maar één ketting, en dat zorgde er voor dat iedereen netjes om de beurt naar de wc ging, maar ook dat het vaak dringen was met al die behoeftige kleuters. Ik had vast te laat mijn vinger opgestoken. Toen ik eindelijk de houten kralenketting bemachtigde, was die gang met aan weerzijden al die jashaakjes veel te lang. Voordat ik de wc kon bereiken, plaste ik halverwege in mijn broek.

Houten wc-ketting

Hoe jong ook – 4 of 5 jaar – ik wist dat terugkeren naar de klas met een natte broek geen optie was. Die vernedering zou me niet overkomen. Ik zag het al voor me; de strenge, meewarige blik van zuster Theresa en klasgenootjes die joelend zouden wijzen op mijn natte broek: Lordje heeft in zijn broek geplast. Lordje heeft een natte broeeeek. Nee, dat nooit. Kinderen en nonnen kunnen zo gemeen zijn. Vooral kleine meisjes, en vooral de verschrikkelijke tweeling Ingrid en Wiesje van Haasteren en hun vriendin Margot van der Plas.

Had ik toen maar het autobiografisch werk van de Britse schrijfster Hilary Mantel gelezen. Zij schrijft over meisjes die haar uitlachten op de kloosterschool: ‘Men zegt dat meisjes wreed kunnen zijn, maar met een flinke klap in het gezicht maak je daar snel een eind aan.’

Het enige wat ik kon bedenken was zo snel mogelijk er tussen uit knijpen naar huis, voor een droge onderbroek.

 

Bron foto jongetje met wc-ketting: Tijdschrift van de Algemene Onderwijsbond. Hoe vermijd ik ongewenst wc-gedrag?   

 

 

Hotelier en schilder Frits Schiller en zijn modellen


Het voelde altijd vertrouwd. Op weg naar de wc passeerde je het portret van de donkere jongeman. Een fascinerend portret. Sinds kort hangt het ver weggestopt in een hoek. Frits Schiller schilderde het in de jaren ’30. Het past goed in het decor met de houten lambriseringen. De kunstenaar annex hotelier bleef zijn hele leven beide beroepen combineren. Hij werd de beste hotelier onder de schilders en de beste schilder onder de hoteliers genoemd. Nog steeds zijn 350 van zijn werken te bewonderen in het hotel en café aan het Rembrandtplein.

De grote tijd van hotel-restaurant-café Schiller lag tussen de twee wereldoorlogen. Het was daar een komen en gaan van BN’ers uit binnen- en buitenland, en een trefpunt voor kunstenaars en artiesten. Schrijver Herman Heijermans, de schilders Breitner, Sal Meyer, de beeldhouwers Zadkine en Hildo Krop en toneelspelers Fien de la Mar en Heintje Davids; ze kwamen er allemaal. Ook niet vreemd, want het Rembrandtplein en de straten er omheen was in de jaren twintig en dertig het middelpunt van de theaterwereld en een belangrijk uitgaanscentrum.

Maar wie is nu die zwarte jongeman? In het hotel hangt nog een donkere meneer met gitaar. Kunsthistorica Esther Schreuder schreef het boekje Schiller 1912-2012 en zocht uit wie alle geportretteerden zijn. De identiteit van beide donkere jongemannen is (nog) niet achterhaald. Zwarte modellen waren geliefd bij schilders. Bij de Rijksacademie verdienden ze zelfs meer dan hun witte collega’s. Frits Schiller schilderde vooral bekenden die zijn zaak bezochten.

De amusementssector was de enige branche waar hun afwijkende huidskleur in hun voordeel werkte, schrijft Rudie Kagie in zijn boek De Eerste Neger. Misschien waren beiden jazzmusici. Amsterdam maakte immers in de jaren ’30 kennis met jazz. In Negro Palace om de hoek op het Thorbeckeplein traden de Surinamers Teddy Cotton en Kid Dynamite op, ‘de eersten zwarte jazzmusici met een Nederlands paspoort’. In 1937 sloot burgemeester Van der Vlugt de club, omdat zwarte mannen en jonge blanke vrouwen zich hier zouden ‘mengen’. Kranten berichtten bezorgd over de kwalijke invloed van ‘negers’ en ‘negermuziek’ op blanke vrouwen. En toen moest de oorlog nog uitbreken.

Overigens is het portret in het echt veel mooier dan op mijn overbelichte foto. En café Schiller willen jullie het schilderij weer terughangen op zijn oude plek bij de wc? Veel  beter. Oh ja, en nog even over jullie wc’s. Daar is niks mis mee. Een keurige retro-look met Parijse metrotegeltjes. ‘Netjes’, zou mijn moeder zeggen.

Meer weten over zwart in het Interbellum en Schiller bekijk dan ook de website van Esther Schreuder.

Over een sprookjeskasteel, lesbische barones en een plonsplee

Plonsplee kasteel Ter Haar
Een bevriende fotoverzamelaar merkte eens op dat het ene archief vaak weer de sleutel is tot het volgende archief. Mijn bezoek aan kasteel De Haar bracht me eerst in de greep van de plonsplee en vervolgens raakte ik geobsedeerd door barones Hélène van Zuylen van Nijevelt van de Haar.

Ik dwaalde van kamer tot kamer, door de bediendenvertrekken die sindskort ook te bezoeken zijn. De gids vertelde over de heren Van Zuylen en de vijf laatste baronessen. Maar niks over haar.
Haar man, baron Étienne van Zuylen van Nyevelt van de Haar erfde een ruïne bij Haarzuilens. Gelukkig was de Franse Hélène steenrijk en mede dankzij haar fortuin kon hij zijn droom verwezenlijken: de herbouw van zijn familiekasteel.

Samen gaven ze opdracht tot de grote restauratie. Ze schakelden Pierre Cuypers in, de architect van het Rijksmuseum en Centraal Station. Zijn neogotische bouwstijl grijpt terug op de late Middeleeuwen en dat paste perfect bij het plan van de baron. Cuypers baseerde zich op afbeeldingen van de kasteelruïne uit eind 19de eeuw, en herbouwde op de originele vijfhoekige fundamenten. Hij deed er 20 jaar over, van 1892 tot 1912.

Cuypers deed wel wat consessies aan het Middeleeuwse concept, want het kasteel moest volgens moderne normen bewoonbaar zijn. Er kwam centrale verwarming, een lift en stromend water. Toch werd het een echt kasteel, met kantelen, torenspitsen, een ophaalbrug en een slotgracht aan toe. Zelfs de wc is geïnspireerd op een Middeleeuwse plonsplee. Prachtig woord overigens: plonsen. Vast een onomatopee, een woord wat de klank nabootst die het beschrijft. Je hoort de plons. Men kende in de Middeleeuwen nog geen riolering, daarom was de plee in een uitbouw van de buitenmuur en van onderen open, zodat het aanbod – jawel, u hoort het al – in de gracht plonsde. Cuypers’ exemplaar is een luxe met een houten zitting. ‘Enne, hier valt er niks in de gracht hoor’, stelt de toelichting ons gerust.

Als bezoeker kom je dan wel steeds meer te weten, maar oermoeder Hélène van Zuylen komt er bekaaid van af. Terwijl daar toch wel wat over te vertellen valt. Barones Hélène kwam uit de rijke bankiersfamilie de Rothschild. Haar huwelijk met een rooms-katholiek viel niet in de smaak bij haar joodse moeder. Ze kreeg twee zoons. Ze behoorde tot de eerste drie Franse vrouwen die in bezit waren van een rijbewijs en deed als eerste vrouw mee met de Parijs-Amsterdam- Parijs race. Ze kreeg de bijnaam La Brioche – een zoet luxebroodje – vanwege haar omvang. Tijdens haar huwelijk onderhield ze relaties met vrouwen, onder meer met Renée Vivien. Samen schreven ze poëzie en romans. Na de dood van Renée riep Hélène in 1935 een literatuurprijs in het leven voor jonge Franse dichteressen, de Prix Renée Vivien. In 1947 overleed de barones op vierentachtig jarige leeftijd in Lissabon.

Zou ze in de tentoonstelling 1001 vrouwen in de 20ste eeuw in het Amsterdam Museum te zien zijn? Misschien niet, want ze is geen Nederlandse. Het zou wel moeten; ze zorgde er voor dat Nederland een echt sprookjeskasteel kreeg, met een plonsplee.

 

In of uit de kast

Kasteel Sterkenburg bij BunnikWe hebben het er gewoon niet over. Iedereen doet het, maar niemand heeft het er over. Nee, dit gaat niet over seks.

Vriendin M. vindt dat ik mijn blogs moet aanbieden aan een krant. Volgens haar is het net als met rouwadvertenties; niemand geeft het toe, maar iedereen leest ze.

Wat mij betreft hoeft u niet uit de kast te komen. Blijf er maar lekker in zitten en geniet er van. Ook van mijn blogs.

Het wc-raampje als venster op de wereld

Uitzicht op Grieks eiland
Altijd gedacht dat een moment op de wc een moment voor jezelf betekent. Op je gemak, alleen met je eigen gedachten. In de Griekse oudheid noemden de stoïcijnse filosofen de eigen gedachtenwereld een ‘mentale vesting’, want die kan door niemand ingenomen of bestormd worden. Nog eens versterkt door de beslotenheid van die vier muren, zou je denken, ben je op de wc compleet veilig. Een onneembare vesting.

Althans, dat dacht ik. Totdat ik een bericht las over beroepscrimineel Klaas Otto. Volgens het Openbaar Minsterie is wettelijk en overtuigend bewezen dat hij de autohandelaar Joop M. heeft afgeperst en mishandeld. Lees even mee: ‘(…) Joop M. was volgens officier Van Dorst uiteindelijk zo wanhopig en ten einde raad dat hij op 20 maart 2015 Otto door het wc-raampje van zijn huis in de hals schoot.’

Dus die onneembare vesting blijkt toch inneembaar. Zelfs op je eigen wc zit je niet meer veilig. Aan de andere kant, je moet natuurlijk ook niet omgaan met autohandelaren uit Bergen op Zoom en zeker niet van witwassen, mensen afpersen, mishandelen en intimideren je verdienmodel maken.

Op zoek naar wat details dook ik in het dossier en las nog meer krantenberichten. Maar wat bleek toen, ik had het verkeerd begrepen, niet de verdachte Klaas Otto zat op de wc, hij stond buiten en werd beschoten door Joop M. vanuit het wc-raampje. Dat maakt het toch een heel ander verhaal. Natuurlijk wordt het er allemaal niet beter op. Maar het zorgt wel dat ik voortaan weer iets rustiger in mijn mentale en fysieke vesting zit.

Lo with a viewDit bracht me op het idee voor een oproep. Heb jij een mooi venster op de wereld vanuit je wc-raampje? Stuur dan een foto naar info@lordstoiletblog.nl.

Ter inspiratie de foto hierboven met uitzicht op de Egeïsche zee vanaf het Griekse eiland Kalymnos. Voor de foto met het ronde raam dank aan vriend André B. voor zijn goede kijk.

 

Plassen in design

Het Conservatorium profileert zich als een van de beste designhotels van Amsterdam. Het voormalige Sweelinck Conservatorium werd eind 19e eeuw ontworpen door de architect Daniel Knuttel, die geprezen werd om de manier waarop hij eenvoud aan functionaliteit wist te koppelen. Knap een eeuw later volgde de Italiaan Piero Lissoni zijn voorbeeld bij de herinrichting en renovatie van het gebouw tot hotel.

De architect Lissoni maakte ook naam als ontwerper van design meubelen, keukens, badkamers en zelfs verlichting. Zijn strakke ontwerpen zijn een kruising van modernisme en hedendaagse luxe en in zijn ontwerp voor het Conservatorium Hotel bracht hij oud en nieuw harmonieus samen.

Maar dan de toiletten en vooral de urinoirs! Aanvankelijk was het zelfs even zoeken. Waren dit wel urinoirs? Of zijn het paraplubakken van Kartell. Bestudering wijst uit dat het wel degelijk gaat om twee moderne urinoirs van – daar wil ik van af zijn, ik heb er niet aan gevoeld – bruin rookglas of bruin plastic.
Hoe dan ook. Door het ontbreken van een schaamschotje sta je open en bloot voor zo’n lage bak, met het gevaar dat je je eigen schoenen bewatert. Het is net of je plast in een groot uitgevallen koffiefilterhouder van Melitta.

Is Lissoni echt verantwoordelijk voor het design van deze urinoirs? In een interview zei hij ooit: ‘Een stoel is voor mij even belangrijk als een toren.’ Je zou denken dat we dan toch wel iets beters mogen verwachten van zijn sanitair.

Na deze ontgoocheling laten we het Conservatorium even voor wat het is en gaan voor echte kunst. Op de website valt te lezen: ‘U bent al bij de ingang van het Stedelijk Museum voordat u de naam uit kunt spreken, omdat deze pal tegenover de entree van het hotel ligt’. Op dan maar naar de buren waar het schone beddengoed al buiten hangt.

 

Bekijk ook mijn blog over de tentoonstelling ‘Amsterdam Magisch Centrum’, de nieuwe lulligheid en hoe humor de spruitjeslucht verdrijft.

Humor verdrijft spruitjeslucht

Jeroen Henneman, Stilleven (Royal Flush), 1979

In Nice, New York, in Porto, nergens had ik zin in een expositie over 50 jaar na 1968. Het was de schone was die buiten hing bij het Stedelijk die me het museum in dreef. Onder de noemer ‘Amsterdam Magisch Centrum’ werd me daar een nieuw licht op Amsterdam beloofd. Geen historische tentoonstelling, hier de protestkunstenaar uit de jaren ’60 aan het woord – of beter gezegd in beeld. Amsterdam als centrum van radicale vernieuwingen in kunst en maatschappij. Nieuw licht, verklaringen, magie, inzichten, vernieuwingen. Wat wil je nog meer, dat prikkelt de nieuwsgierigheid.

‘Kunst en tegencultuur 1967-1970’, luidt de ondertitel van de tentoonstelling. Nieuwe stromingen veranderen in de jaren ’60 de blik op kunst radicaal. Het idee, het concept was minstens even belangrijk als het kunstwerk zelf.
Het meest bizarre voorbeeld van conceptuele kunst leverde overigens Piero Manzoni. Hij vulde 90 blikjes met zijn eigen ontlasting. Ieder blik kreeg in 4 talen (Engels, Frans, Duits, Italiaans) het opschrift: Poep van de Kunstenaar. Inhoud: 30 gram netto, vers bewaard, geproduceerd en ingeblikt in mei 1961. Een blik werd verkocht voor de goudprijs van dat moment.

Fountain - Marcel DuchampOok Marcel Duchamp – wiens uitspraak ‘Er is schoonheid te ontdekken in alles wat ons omringt’  nog steeds inspiratie biedt voor mijn blogs – kwam in de jaren ’60 opnieuw in de belangstelling. Zijn originele tentoongestelde pissoir uit 1917 was verdwenen en in de jaren ’60 liet hij – als een echte conceptuele kunstenaar – reproducties er van maken. Overigens bleek recent dat de ware schepper van de Fountain de Duitse Dada-dichteres Elsa von Freytag-Loringhoven is. Duchamp heeft haar pispot gejat. De boef. Hij zal hebben gezegd dat het hem niet ging om die pispot, maar om het idee erachter.

Terug naar Amsterdam en die magische jaren ’60. Na de naoorlogse soberheid kwam dan wel steeds meer welvaart, het bleef droef gesteld met onze culturele vrijheid. Dus de beer moest los. En ging het protest elders in de wereld gepaard met geweld, hier werd ironie en humor ingezet als wapen in de strijd. De bekrompen burgerlijke Hollandse samenleving werd bekritiseerd om zijn ‘spruitjeslucht’. Kunstenaars liepen te hoop tegen Kunst met een grote K. Ludiek en vol ironie werd de truttigheid en de Goede Smaak op de hak genomen. Zij omarmden de nieuwe lulligheid en gebruikten fragmenten uit het Hollandse interieur in hun werk. Jeroen Henneman met zijn toiletstortbak (zie foto hierboven), Ger van Elk met de plint, Pieter Engels deed dat met een ladder en Marinus Boezem hangt het beddengoed uit de ramen. Met een flinke dosis humor eigenden zij zich elementen uit het dagelijks leven toe.

Maar ook al moest er nog heel wat spruitjeslucht worden verdreven en heilige huisjes worden afgebroken, die hippiekunstenaars gaven ons wel wat mee. Ze leerden ons opnieuw kijken naar de wereld en vertelden ons dat kunst niet alleen in musea hangt, maar ook op andere podia te zien is, op straat, in tijdschriften, films, op tv en – jawel – zelfs op de wc.

Ja echt. Dat is pas magisch.

 

Bij Pllek is altijd wat te doen. En de wc is…?

Wat kan ik u meer vertellen?

Op de ‘heren’ bij restaurant Pllek daar is altijd wat te doen.
De rechter is blauw, de middelste rood en de linker groen.

Lees ook mijn blog over geuren en kleuren vrij naar Annie M.G. Schmidt.

Van een treurige schoonheid

foto pleerol Jörg SasseDe foto hierboven van Jörg Sasse hangt in Huis Marseille aan de Keizersgracht. Je moet er twee keer naar kijken; eerst zijn er die blauwe kleurvlakken en dan is daar het besef van dat lege rolletje. In zijn werk isoleert Sasse een deel van de werkelijkheid en brengt dat terug tot een verstild beeld. Haast een schilderij.

Zijn foto’s roepen gevoelens op waarvan je je afvraagt waar ze vandaan komen en die niet altijd even snel te duiden zijn. Misschien is het de eenzaamheid die er uit spreekt, de vergane glorie. Misschien raakt het een diep verdriet en doet het denken aan onze eigen vergankelijkheid. In ieder geval zijn al de foto’s van Sasse van een treurige schoonheid.

foto wastafel Jörg SasseMaar word je overmeesterd bij het zien van zulke droevige beelden: adem dan in, adem uit en put uit de stoïcijnse levenskunst. Die leert ons dat we vaak geen invloed uit kunnen oefenen op een vervelend voorval, zoals een leeg wc-rolletje. Dat is een feit waaraan we weinig veranderen. Waar je wel macht over kan hebben is de houding tegenover het voorval en de betekenis die je er aan geeft.foto Jörg Sasse
Dus mocht je overmand worden door zo’n triest gevoel, denk dan snel aan de schoonheid van dat eenzame lege wc-rolletje.

Overdag een plantenbak en ’s avonds een urinoir

Greenpee Schapensteeg

Het klinkt als een carnavalskraker ‘Weet je wat ik wel zou willen zijn, een bloemetjesgordijn’, maar dat is het niet. Vanaf vorige week is de GreenPee – plantenbak annex urinoir – een Amsterdamse werkelijkheid.

De eerste groene urinoirs staan vlakbij het Rembrandtplein, in de Schapensteeg. Tijdens een telling bleek dat in de steeg iedere nacht 45 keer geplast wordt. Met het experiment van de GreenPee hoop de gemeente wildplassen te verminderen, zonder dat plaskruizen het straatbeeld ontsieren. Overdag kijk je aan tegen een miniplantsoen met bodembedekkers, siergrassen, hortensia’s en geraniums, en tijdens uitgaansnachten staat de bak open als urinoir. Mannen kunnen er hun plas doen, zonder een boete van 140 euro voor wildplassen te riskeren.

Duurzaam en circulair 
Het groene circulaire urinoir is bedacht door Urban Senses. Er kunnen 300 plasbeurten in worden opgevangen. De belofte van een duurzaam ‘circulair urinoir’ doet vermoeden dat de planten groeien op het geloosde vocht, maar dat is (nog) niet het geval. Regenwater zorgt voor de planten. De urine wordt opgevangen in een bak met (geurabsorberende) hennepvezels die na compostering inzetbaar is als  meststof voor het groen in de buurt. Dus ‘circulair’ met een ruime bocht.

Dames
Voor vrouwen met hoge nood wordt een andere oplossing gezocht. Volgens onderzoek is dat hooguit 5 procent van de illegale plasbeurten. U denkt dan vast – net zoals ik: hoe is dat onderzocht? Ik weet dat onderzoek onder Amsterdammers uitwijst dat maar 8% van de vrouwelijke respondenten weleens een toilet in de openbare ruimte gebruikt, tegenover 42% van de heren. Maar onderzoek naar illegale plasbeurten van dames? Het is vast maar een klein percentage dames dat betrapt is, zoals Geerte Piening. En stel je bent bevrijd van je plas op illegale wijze, dan wil je daar niet meer aan worden herinnerd, laat staan dat je een diepte-interview afgeeft voor onderzoek.

Uitschieters
Het onderzoek ‘Wildplas-experimenten in de Schapensteeg’ vanuit Universiteit Twente geeft uitsluitsel. Naast het verzamelen van kwalitatieve data zijn camerabeelden gebruikt om het gedrag van wildplassers te observeren. Het onderzoek richtte zich op de grootste overlastveroorzakers: mannelijke wildplassers. Het aantal vrouwelijke wildplassers is niet goed bijgehouden. Uiteindelijk is ingeschat dat er  1 tot 3 vrouwen per avond wildplassen, met af en toe uitschieters van 4-5 vrouwen per avond.

Greenpee Schapensteeg

Toekomst
Binnenkort – zo kondigt de gemeente aan – komt er een volautomatisch en zelfreinigend toilet voor iedereen op het Rembrandtplein. Gaat het dan toch nog lukken met Amsterdam en de openbare toiletvoorzieningen?
Okee, er is ons nooit een rozentuin beloofd. Maar met deze plantenbak annex urinoir gaan we de goede kant op. Het klinkt in ieder geval hoopvol.
De komst van de nieuwe burgemeester Femke Halsema versterkt dat gevoel. En ik ben niet de enige die er vertrouwen in heeft. Julia Wouters, auteur van De zijkant van de macht, over vrouwen in de politiek, merkt in Het Parool op: ‘Ik weet niet of de burgemeester er over gaat, maar hopelijk gaat ze ervoor zorgen dat er ook openbare toiletten voor vrouwen komen. Ze zal in elk geval niet, zoals een rechter deed, zeggen dat vrouwen maar in een plaskrul moeten gaan’.
Misschien moet Femke haar ambtenaren binnenkort toch eens laten praten met Marian Loth, dé Nederlandse toiletonderzoeker en industrieel ontwerper aan de TU Delft. Want een groene versie van haar damespissoir Lady P. is helemaal geen slecht idee!

Lees meer over het succes en de neergang van het damespissoir. 

Meten is weten. Zie ook de case study naar het beïnvloeden van specifiek probleemgedrag in een uitgaansgebied van Randy Bloeme, ‘Wildplas-experimenten in de Schapensteeg’ (2016) masterscriptie onderzoek vanuit DSP/Universiteit Twente. 

En meer weten over de mogelijke GreenPee’s zie Urban Senses.

Succes en neergang van het damespissoir


Eind jaren ‘90 leek er een frisse wind op te steken op het sanitaire dames front. De Nederlandse industrieel ontwerper Marian Loth ontdekte bij haar afstuderen dat 90% van de vrouwen contact vermijdt met de toiletbril in openbare gelegenheden, en het dus ‘zwevend’ gebruikt.

Lady P.
In 1998 ontwierp zij het damespissoir model Lady P. Het urinoir heeft wat weg van de variant voor heren, maar een langer en spitser opvangbekken en hangt wat lager. Het model werd geadopteerd door De Sphinx. Uiteindelijk produceerde de sanitairfabrikant er een paar honderd. Schiphol was een van de eerste locaties waar vrouwen staand konden plassen. Lady P. heeft Amsterdam nooit bereikt.

In ongenade
Lady P. werd geen commercieel succes. Jaren later legt Loth in een interview voor de website van TU Delft uit waarom het damesurinoir in ongenade raakte. ‘De uitvinding is te snel op de markt gebracht. Mensen begrepen toch niet goed wat ze er mee moesten. Daarbij komt dat mijn idee niet goed is uitgevoerd. Ik wilde de urinoirs van elkaar scheiden met schuine schotten, om wat privacy te creëren. Maar de afnemers zijn verder gegaan dan dat en stopten de Lady P.’s in hokjes. Een deel van het voordeel verdwijnt dan.’


Op de expo in het Cube design museum – waar de Lady P. te zien was – hing een handleiding waarop uitgelegd wordt hoe dames de pissoir moeten gebruiken. Zie links.

Topmodel
De reputatie van haar uitvinding verslechterde nog meer toen de spoeling van een van de damesurinoirs niet goed bleek te werken in een nieuwe Duitse disco die met de Lady P. wilde scoren. ‘Een topmodel, dat voor de inhuldiging van de disco was ingehuurd, stond tot haar enkels in het water.’

Geldkwestie
Ze kan er inmiddels smakelijk over vertellen. Dat er zo weinig openbare toiletten voor vrouwen zijn, is volgens toiletdeskundige Loth vooral een geldkwestie. ‘Zo’n toilet is ingewikkelder om te bouwen dan een plaskrul. Er moet een gebouwtje geplaatst worden, er moet stromend water zijn en het toilet moet worden aangesloten op het riool’, vertelt ze.

Nieuw ontwerp toilet NS Loth promoveerde in 2016 op ‘Hygienic Train Toilet’. ‘Mijn doel is om een hygiënisch toilet te maken waar mensen graag gebruik van maken.’
Vorig jaar augustus presenteerde de NS een nieuwe trein met een door haar ontworpen toilet. Uniek is dat er naast een normaal toilet ook een urinoir voor mannen in zit. Volgens de promovenda, wiens onderzoek deels door de NS is gefinancierd, zorgt de pissoir ervoor dat de toiletpot schoner blijft en het toiletbezoek voor vrouwen en ouderen aangenamer wordt.
De pissoirtrein is de eerste van een reeks dubbeldekkers uit de jaren negentig die nu gemoderniseerd worden. In 2020 moeten 81 van zulke dubbeldekkers met urinoir rondrijden.

Allerlaatste
Dames die de Lady P. nog eens willen uitproberen, moeten daarvoor naar het faculteitsgebouw van Civiele Techniek en Geowetenschappen. Daar staan de allerlaatste twee exemplaren.

 

Discriminatie op het toilet: bevestig je het vooroordeel of niet?

Toilet aanwijzing
Op het publieke sanitaire front wordt flink gediscrimineerd. Thuis valt er meestal niets te kiezen. Maar in de wereld van het openbare toilet – met uitzondering van de genderneutrale wc – wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen dames en heren. Stereotypen en clichés worden daarbij niet geschuwd.

Niet bekeken
Ook wel begrijpelijk. Want vrouwen willen graag droog zitten, niet gestoord door mannen die naast de pot pissen en de wc smerig achterlaten. En mannen gaan – als er dan toch wat te kiezen valt – voor de ‘heren’. Want een urinoir is gemakkelijker en sneller. Bovendien zijn er heel wat die de voorkeur geven aan een afgesloten ruimte. Ze willen niet bekeken worden. Niet door dames, laat staan door andere heren.

Kiezen
Maar als er wat te kiezen valt, moet wel duidelijk zijn waartussen.

Ladies, gents, hombres, mujeres, dames, heren, M of W. De meeste tekstbordjes laten niets te raden over. Die maken de keuze gemakkelijker. De icoontjes van mannetjes en vrouwtjes vragen al wat meer van de gebruiker. Want kiezen betekent uitsluiten en afstrepen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Hoge hak
Ga je voor de een of kies je voor de ander? Stereotypen over mannelijkheid en vrouwelijkheid helpen daarbij. Dames dragen een rok en meneer een broek. Mannen zijn macho’s met brede schouders en vrouwen frêle met wespentailles en pronte boezems. Alle clichés komen voorbij. Waarbij de een wat meer tot de verbeelding spreekt dan de ander. De poes en de haan. De pijp tegenover de schoen met hoge hak. De potloodventer met regenjas en hoed en de dame bewapend met paraplu. De roodgeverfde mond en de snor. Of een tekstballonnetje met weinig tekst en een waar een heel kippenhok achter schuil gaat. Wat doe je dan? Bevestig je het vooroordeel of ga je er dwars tegenin?

Koning, keizer, admiraal, Popla kennen we allemaal


“Er zijn twee dingen die iedereen nodig heeft. Het eerste is het idee hebben dat je een bijdrage levert aan de wereld. En het tweede is wc-papier”, merkt grootvader Isaac Block op tegen een jonge rabbijn in Hier ben ik van Jonathan Safran Foer. Het klinkt als een eeuwenoude Joodse wijsheid. Maar dat kan helemaal niet, want wc-papier raakte pas na de Tweede Wereldoorlog ingeburgerd.

Schrijfwaren
Eind 19de eeuw kocht je toiletpapier bij de kantoorboekhandel. Tussen ‘handels- en dienstenveloppen, de gelijnde en ongelijnde post- en schrijfpapieren, en de verlovings-, huwelijks-, uitnoodigings- en visitekaarten in de nieuwste modellen’ werd volop geadverteerd. Zo prijkt op een advertentiepagina in de Middelburgsche courant van 10 januari 1895 reclame voor ‘Closet papier, best en goedkoopst, bij boekhandel Smits’.

Aambeien
Het Amsterdamse Fabrieksdepot van Papier, Enveloppes, Schrijf- en Kantoorbehoeftes S. Rüdesheim aan het Rembandtplein adverteerde in 1881 als eerste in Nederland met closetpapier. Het luxeproduct was over komen waaien uit de Verenigde Staten en werd gepresenteerd met een medicinaal tintje. Volgens een advertentie in Het Nieuws van den Dag van 2 juli 1883 ontstaan aambeien ‘door het gebruik van oud, beschreven of bedrukt papier; de inkt is schadelijk. Derhalve gebruike men het chemisch zuiver CLOSET-PAPIER, hetwelk tevens nooit verstopping in afvoerbuizen kan veroorzaken. Pakken á 1000 velletjes, gereed om op te hangen, á 50 Cts’.

rol toiletpapierTelefoonboek
Kennelijk was nog niet iedereen overtuigd van het nieuwe alternatief voor kranten en oud papier. Het zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voordat toiletpapier in ieder huishouden vanzelfsprekendheid is geworden. Ik kan me nog herinneren dat er bij onze buurvrouw een telefoonboek uit het wc-raampje hing. Ze kwam dan ook wel van ver voor de Eerste Wereldoorlog. Wij vonden het vooral getuigen van een bedroevende zuinigheid. Dat harde papier leek ons geen pretje, om nog maar te zwijgen van de inktafdruk op je billen.

Popla, zacht toiletpapier
Popla kennen we allemaal. Voor wie dat niet het geval is. Het van oorsprong Nederlands merk toiletpapier werd in 1962 geïntroduceerd door de papierfabriek Page. Het merk werd vooral bekend van de sterreclame waarin op de wijs van het kinderliedje Hoedje van papier werd gezongen: “Popla is, Popla is, een twee drie vier, zacht toiletpapier. Koning, keizer, admiraal, Popla kennen ze allemaal. Een twee drie vier, sterk toiletpapier”.

Voorkeur 
Overigens onderscheiden marketeers in de toiletpapierbranche drie soorten gebruikers. Als eerste de groep pure prijskopers. Die zouden zelfs genoegen nemen met schuurpapier. Op de tweede plaats de groep die waar voor zijn geld wil. Deze groep kiest meestal eenlaags wit papier. De laatste en kleinste groep zijn consumenten die hoge kwaliteitseisen stellen.
En voor wie geïnteresseerd is in nog meer nieuws uit de toiletpapierbranche: de nieuwste trend is toiletpapier met luchtkussentjes en papier met kleur naar keuze, dat past bij het interieur. Dat u het maar weet.

Deze blog is het vervolg op Attributen op en rond de pot. 

 

Lentekriebels, gooi de luiken open en geef je wc een kleur!

workshop wc verven

Tussen alle nare berichten over trollenlegers, nepnieuws en alternatieve feiten speur ik naar positieve geluiden. ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, luidt immers de bekende regel uit het gedicht Mei van Gorter.

Hoop
Het is even zoeken, maar een paar berichtjes van afgelopen week zijn goed voor nieuwe energie. Er stroomt weer water door de Boerenwetering, de Noord-Zuidlijn rijdt (bijna) en de eerste plasticvrije supermarkt opent in Amsterdam. De kunstenaarssociëteit Sexyland organiseert een rustgevende workshop wc verven. En de nieuwe collectie van modeontwerper Bas Koster gaat over hoop. Na de dood van zijn ouders heeft hij daar behoefte aan. Volgens hem is er ook in de samenleving hang naar hoop. Ik denk dat hij daar wel eens gelijk in zou kunnen hebben. O ja, en Femke Halsema wil de verbeelding weer aan de macht. Dat lijkt me sowieso een goed idee.

Pimpelpaars
Dus vooruit, niet zeuren, gooi open die luiken. Laat de wind er doorheen waaien, lucht door die tent. Volg een workshop en verf je wc pimpelpaars of in alle kleuren van de regenboog. Doe een dansje rond de pot, gooi je haar los of scheer het af. Het is lente, tijd voor een nieuw geluid.

Lo with a view

Lees meer over Sexyland en de workshop wc verven in Het Parool.

En heb je nog meer inspiratie nodig? Laaf je dan aan het liedje Zeur niet van Annie M.G. Schmidt.

 

De heilige schrijn van New York en de kunst van het loslaten

Hinsdale urinoirs in Old Town Bar
De oudste en grootste urinoirs van New York bevinden zich in het herentoilet van de Old Town Bar. Dit café in East 18th Street op Manhattan bestaat sinds 1892. Het ligt in de wijk ‘Ladies Mile’ – zo genoemd omdat deze vierkante mijl begin 20ste eeuw hét winkelgebied was voor welgestelde vrouwen. En wanneer hun mannen moesten lozen, deden ze dat in de Old Town Bar. Daar bevonden zich – voor die tijd – ultramoderne Hinsdale’s, ook wel de Cadillac onder de urinoirs genoemd. Niets overtreft deze heilige porseleinen schrijn.

Old Town Bar New YorkVolle omvang
In de Old Town Bar vormen de twee urinoirs nog altijd het middelpunt van een vrijwel ongewijzigd herentoilet. De tijd lijkt hier bevroren, terwijl de hele stad eromheen is veranderd. De mahoniehouten wand strekt zich uit van tegelvloer tot plafond. In de ene hoek bevinden zich twee toiletpotten achter saloondeuren. Schuin daartegenover rijzen de porseinen urinoir-altaars de hoogte in. De spiegel boven hen vat de volle omvang van het moment. Volgens ingewijden zijn dit de twee laatste originele Hinsdale’s aan de oostkust. Kenmerkend zijn hun omvang, hoge randen en een speciale lage ‘spetter-functionaliteit’.

Toilets Old Town BarFelicitaties
In november 2010 bestonden de majestueuze urinoirs 100 jaar. (Geïnstalleerd in 1910, moest het café nog 18 jaar zonder doen.) Dat werd publiekelijk gevierd. Die avond waren ook dames welkom op de ‘heren’. Een champagnetoast werd uitgebracht, een eerbetoon uitgesproken en zelfs een brief met felicitaties voorgelezen van burgemeester Michael Bloomberg.

Sacraal moment
Het is niet de eerste keer dat de Hinsdale urinoirs zijn bezongen. Rodger Welsch: ‘In de eenzaamheid van de Hinsdale komt de mens om zichzelf te vinden. Menig zenmeester zal het serene vermogen van de Hinsdale benijden om de wijsheid te leren dat verlies ook winnen betekent.’
Volgens de restaurantcriticus van de New York Times Pete Wells zijn de Hinsdale’s niet te evenaren. En hij heeft toch wel heel wat heren-wc’s gezien. ‘Ik hou van alle oude urinoirs van Manhattan – die in de Old Town zijn waarschijnlijk de beste. Ik hou van hun diepte. Ze zijn zo groot dat ze de handeling van het urineren veranderen in een sacraal moment.’ Wells is vooral gefascineerd door de wijze waarop de bovenrand het zicht verandert: ‘Ik weet niet of dat is, zodat je kunt zien wat er gebeurt, of dat het was bedoeld om tegemoet te komen aan de vooruitstekende buiken van de officials van het stadhuis die hier driemaal per dag biefstuk aten’.

Hinsdale Old Town Bar Grootsheid
Toch is het meest opvallende aan de urinoirs niet hun omvang, leeftijd of de opluchting die ze bieden als de feestvreugde wegspoelt. De Hinsdale’s worden universeel geliefd, gekoesterd en vereerd omdat ze de tijd even stil zetten. Met het bestijgen van de ver boven schouderhoogte uittorende giganten worden alle mannen gelijk – of het nu een zwerver, arbeider, ambtenaar, baron, een Vanderbilt of een Roosevelt is. De gebruiker treedt in de voetsporen van zijn voorgangers en wordt herinnerd aan zijn plek in de geschiedenis en eigen nietigheid.
Beschermd door de robuustheid van de Hinsdale leert hij de kunst van het loslaten. Want om met de Amerikaanse zakenman en auteur Alan Cohen te spreken: ‘We bereiken vrijheid als we alles loslaten dat onze grootsheid niet weerspiegelt. Een vogel kan niet hoog of ver vliegen met een steen op de rug gebonden. Maar laat de belemmering los en we zijn vrij om naar ongekende hoogten te stijgen.’

 

Lees ook mijn blog De watervallen van New York.