Op zoek naar de gouden pot

Gouden wc-pot Callelan

U voelt hem al aan komen. Vorige week is de gouden wc-pot van de Italiaan Maurizio Cattelan gestolen uit Blenheim Palace. Het kunstwerk stond pas twee dagen tentoongesteld in het 18de eeuwse Britse paleis waar Winston Churchill werd geboren.

Naast de pot

U begrijpt als toiletblogger verheugde ik me enorm op een bezoek aan deze massief 18-karaats toilet. Dat stond al zo lang op mijn bucketlist. Vorig jaar bezocht ik speciaal het Guggenheim Museum in New York om 3 minuten op die gouden pot te mogen zitten. Maar wat bleek, twee dagen daarvoor was het toilet weggehaald. De pot ging op tournee. En nu is het kunstwerk America opnieuw verdwenen, voorgoed lijkt het, want de pot van 103 kilo goud is wat waard. Met mijn ticket al op zak, begrijpt u mijn teleurstelling. Voor een tweede keer vis ik achter het net, of beter gezegd, pis ik naast de pot.

America

Cattelans werk is niet het eerste sanitair in een museum. Zijn gouden wc wordt ook wel vergeleken met de omgekeerde pisbak waarmee Marcel Duchamp de definitie van kunst in 1917 op zijn kop zette. Cattelan zelf noemt zijn werk een commentaar op de kunstwereld en haar obsessie met het grote geld. Met de naam ‘America’ verwijst Cattelan naar het land van Donald Trump met zijn belofte van gelijke kansen voor iedereen, maar een realiteit van gapend grote verschillen. Saillant detail is dat Trump bij zijn aantreden aan het Guggenheim Museum vroeg om een schilderij van Vincent van Gogh in bruikleen, maar dat verzoek werd afgewezen. In plaats daarvan bood het museum Trump de gouden wc-pot van Cattelan aan.

Amsterdam-Noord

Dat laatste brengt me op een briljant idee. Waarom geen America #2 in Amsterdam. Aan de Zuidas, of beter nog, in Noord. Recent stelde Rob Post, voorzitter van de Veban, de ondernemersvereniging van Amsterdam-Noord, voor om het Van Gogh Museum naar Noord te verhuizen. Dat deel van Amsterdam kan best wat meer toerisme gebruiken, en het ontlast daarmee ook nog eens het centrum. Niet de Zuidas, maar het Buikslotermeerplein moet een iconische trekpleister krijgen, aldus de ondernemers van Noord. Waarom dan geen gouden pot van Cattelan? Na America first, Amsterdam-Noord second. Geheid een succes. Vergeet dat Van Gogh Museum, laat dat maar aan de Zuidas.

Unieke ervaring

Okee, het is een flinke investering, maar die haal je er wel uit met zo’n publiekstrekker. En wie twijfelt omdat het niet gaat om het originele kunstwerk. Ook de pissoirs van Marcel Duchamp doken op in bosjes, daar waren er later ook heel wat van in omloop. Geen punt. Tenslotte gaat het om het concept en de unieke ervaring om eens in je leven op een gouden pot te hebben gezeten.

Ik popel nu al. In ieder geval hou ik me aanbevolen voor een vrijkaartje, meneer Post. Ik kijk uit naar het moment dat ik even mag verpozen op de gouden pot. Ik wil wel wat tijd om een selfie te maken.

Lees ook mijn blog l’urinoir c’est de l’art en Over mijn blogs.

Rolmodel voor toiletzoekers

Gents and Ladies

Precies een jaar geleden: ik was haar eerder tegengekomen die dag. Samen met haar vriendin maakte ze een ritje met de brandnieuwe metrolijn van Zuid naar Amsterdam-Noord. Twee dames op leeftijd, goed gesoigneerd, misschien iets te blond en iets te bruin. Vast uit Zuid of uit Bussum, een dagje uit. ‘Goed idee van je’, zei ze tegen haar vriendin, ‘anders hadden we toch maar de hele dag op onze cavia gezeten.’

En nu zag ik haar hier weer. Zelfverzekerd stevende ze door de lobby van hotel Arena op de damestoilet af. ‘Kan ik u helpen?’, vroeg de hotelmanager. Kennelijk gaf ze toch even de indruk het niet helemaal te weten. Ze herpakte zich snel. ‘Ik wacht op mijn echtgenoot. Zijn vliegtuig is inmiddels geland, hoor ik net. Een vreselijke vertraging. En wilt u mij nu verontschuldigen’.

Ze kwam er mee weg. De hotelmanager wenste haar een fijne dag, en keek haar na.  Met de rug nog rechter en nog zelfbewuster vervolgde ze kordaat haar route richting de ‘dames’. Een topprestatie, groots en voorbeeldig. Een rolmodel voor iedereen die ver van thuis ‘nodig’ moet. Behalve dan dat zitten op die cavia. Dat beeld kreeg ik niet meer uit mijn hoofd. Daar kwam ze niet mee weg. 

Met het poep- en piesmenuet in mijn hoofd

Manneke Pies

Geregeld overweeg ik om te stoppen met mijn toiletblogs. Dan denk ik: ze zullen wel denken, daar heb je hem weer met z’n wc’s. Natuurlijk wil ik niet te veel geassocieerd worden met verhalen over poep en pis en niet bestempeld worden als dat manneke pis of poep, en zeker niet als pisnicht. Ook als Lord B. moet ik aan mijn (bij)naam denken. Een moment later denk ik: schijt, ik doe mijn eigen ding. Wat kan het mij allemaal bommen.

Bovendien is het ook nog eens zo dat het toilet slechts een kapstok is om over van alles en nog wat te schrijven, en altijd hou ik het poep- en piesmenuet van Hans Dorrestijn in gedachten. Dat lied op muziek van Harry Bannink uit de Stratenmakeropzeeshow luidt als volgt:

He, de woorden poep en pies. Die zijn niet netjes, die zijn vies. Je moet die woorden niet gebruiken, anders ga je d’r naar ruiken.

Zeg rustig hardop siep en soep, maar zeg nooit meer pies en poep. En hoe lollig ze ook klinken. Je kan er best es naar gaan stinken. Nee, de woorden poep en pies zijn erg onnet en erg vies.

En terwijl ik die laatste zin neerpen, moet ik opeens aan mijn moeder denken en aan alles wat ik van haar heb geleerd. Zo jammer dat ze nooit meer mijn blogs heeft kunnen lezen. Ze had er vast en zeker om moeten grinniken. Ze zou hebben gezegd: jij bent geen goede prater, jij kan het beter opschrijven dan er over vertellen. En opeens mis ik haar enorm.

Dus – met mijn moeder in gedachten – ga ik nog even door met mijn blogs. Dan maar een pisnicht.

Plassen met tegenwind

Boog Max Euweplein

 

Ik rij er zo vaak langs en het staat er maar mooi: Homo sapiens non urinat in ventum – een wijs mens urineert niet tegen de wind in. Het is potjeslatijn daarboven op de poort aan de Weteringschans. Het Latijn kent namelijk geen werkwoord urinare.

Zoete wraak

Architect Kees Spanjers ondervond vooral tegenwind bij zijn plannen voor het Max Euweplein. De bouwtijd, amendementen, inspraak en de gemeentelijke bureaucratie, alles bij elkaar nam het acht jaar in beslag. Spanjers moest zoveel aanpassen aan zijn ontwerp dat hij wel ‘zoete wraak’ moest nemen. Toen alle bezwaren waren afgehandeld en de bouw begon, vroeg niemand zich af wat er op de colonnade stond. De entree werd precies gebouwd zoals op de tekeningen stond, inclusief de woorden: Homo sapiens non urinat in ventum.

Natte schoenen

Natuurlijk piest een slim iemand niet tegen de wind in. Je wilt geen natte schoenen. Maar soms moet je zo nodig dat je weer en wind weerstaat. Over tegenwind gesproken en Hollandse stoerheid, altijd als ik daar langs fiets denk ik aan wildplaster Geerte Piening. Een steegje verder, aan de andere kant van de Balie, werd zij in hoge nood betrapt en bekeurd. De rest is geschiedenis. Of misschien toch nog niet helemaal.

Gastvrij, toegankelijk en schoner

Geerte schreef al weer enige tijd geleden een open brief in Het Parool aan burgemeester Halsema waarin ze haar vroeg geld uit te trekken voor meer openbare toiletunits én horeca en winkeliers op te roepen hun toilet – tegen een kleine vergoeding van de gemeente – voor iedereen open te stellen. Daarmee wordt Amsterdam een stuk gastvrijer, toegankelijker en schoner, schrijft ze. Een wijs mens die Geerte. Als je tegen de wind in plast, moet je wel weten uit welke hoek die wind komt.

En graag voeg ik  hier nog een persoonlijke oproep aan toe. Burgemeester Halsema, alsjeblieft geen scenario’s dit keer. Gewoon doen! 

 

Parijse avonturen en oh là là momentjes

Brigitte Macron, echtgenote van de Franse president is populair – zo werd laatst verklaard – omdat de Fransen niet houden van clichématige stellen die in Hollywoodfilms samen eindigen. Frankrijk is het land van ‘oh là là’, van de afwijkende, gedurfde en experimentele liefdes. Nu vraagt u zich waarschijnlijk af, waar gaat dit verhaal naar toe. En inderdaad, precies wat u vermoedt: naar de Fransen, hun wc’s en oh là là momentjes.

Het weekend voordat de Notre-Dame in brand ging, was ik in Parijs. Precies twee jaar geleden kwam ik op het Franse platteland zoveel rare wc-exemplaren tegen en dat vormde de aanleiding voor mijn toiletblogs. Nu weet ik wel dat Parijs geen platteland is, toch hoopte ik op inspiratie. Zo bezocht ik café de Flore waar Jean-Paul Satre en Simone de Beauvoir vaste bezoekers waren. In mijn jeugd speelde ik hen na, gewapend met een opschrijfboekje en een pakje gauloises. De wc viel er tegen, ik kan er geen verhaal van maken en moest er nog voor betalen ook.

Later die dag trof ik een bijzonder 19de eeuws exemplaar aan achter een winkelruit. Toch typisch Frans om je oude spullen zo in de etalage te zetten.
Maar eerlijk is eerlijk, ik moet constateren dat het in Parijs qua wc’s goed geregeld is. Naast de vele publieke toiletten, is binnenlopen in een café of restaurant om naar de wc te gaan, ook als je geen klant bent, geen probleem. Wat dat betreft is Parijs een echte wereldstad.

Op vrijdag lunchte ik nog met uitzicht op de toren van de Notre-Dame. Even overwoog ik P. voor te stellen de kerktoren te beklimmen, maar mijn lief lijdt aan engtevrees. Dus dat ging hem niet worden. Nu niet en later ook niet, want de maandag daarop ging de fik er in.
Enfin, toen ik de wc bezocht van dat restaurant met uitzicht op de toren, besefte ik nog eens goed hoe oeroud Parijs is. De wc bevond zich – zoals op veel plekken in Parijs – in de kelder onder de middeleeuwse gewelven en tussen eeuwenoude muren.

Een dag later bezocht ik een restaurant in de Marais en liep ik in hoge nood automatisch een trap af richting de kelder waar ik de wc vermoedde. Een jongen van pakweg 16 volgde me, dus ik dacht: dat zit wel goed. Beneden bevond rechts de keuken en uiterst links een deur met een bordje ‘private’. Voor me was een wand met deuren en daartegenover eveneens, maar niets daarvan wees op een toilet. De jongen naast me opende kordaat een van de deuren. Ik volgde zijn voorbeeld. De mijne bleek een bezemkast. Ik opende er nog een: ook een opbergkast, een volgende was gesloten. De jongen opende ook nog een deur, maar kwam vermoedelijk niet veel verder. Op dat moment dook er een kok op uit de keuken. Hij riep iets in het Frans en wees naar aan de andere kant. Beiden keerden we ons om. Ik ontwaarde – en hij waarschijnlijk tegelijkertijd – een H en een F. De verlossing was nabij.

Even later toen ik de trap op liep en de middeleeuwse kelder achter me liet, moest ik denken aan het oude Friese gezegde: ‘Wordt de ene deur voor je gesloten, dan gaat de andere weer voor je open’.

En nu denkt u natuurlijk, waar blijft dat Parijse oh là là momentje. Nee, Brigitte Macron kwam niet net uit de dames-wc en haar man was ook niet van de partij, ook het avontuur met die 16-jarige jongen hield daar op. Boven zat mijn lief te wachten met een schotel fruits de mer en een fles chablis. Dat was al opwinding en feest genoeg.

Lees ook mijn avonturen in Italië: Dov’è il bagno a Torino, ofwel tot het gaatje in Turijn en Italiaanse toestanden .


Italiaanse toestanden

Rokende heer me pijp

Het duurde even voordat ik door had dat ‘signori’ en ‘signore’ het meervoud is van ‘signor ‘ en ‘signora’. Gelukkig stonden er tekeningetjes bij. Waar die niet goed voor zijn, dacht ik nog toen ik later die dag in een restaurant zocht naar de juiste deur.

Die aanwijzingen helpen je wel op weg, ook al zijn ze niet meer van deze tijd – zoals hierboven de rokende heer met pijp of het Brigitte Bardot-typetje hieronder.

‘Es ist für gleiche seite’, zei de eigenaresse van het restaurant en ze wees naar een deur waar ‘Toilette’ op stond. Het klonk Duits, toch moest ik er even over nadenken. Mijn talenknobbel werd hier in Toscane flink op de proef gesteld. Italiaans, soms Engels en zelfs af en toe Frans, en nu weer Duits. Het viel niet altijd mee om de vertaalslag te maken.

Die ochtend vertelde de gastvrouw van onze B&B dat ze ‘wiet’ verbouwde. Wat zijn dat nu voor moderne Italiaanse toestanden, het moet niet gekker worden, dacht ik nog. Toen ze verduidelijkte dat het voor de pasta was, begreep ik dat ze het anders bedoelde.

En nu werd ik aangesproken in het Duits. Gelijke zijden? Voor en achter? Van dezelfde kant? En toen viel opeens het kwartje. Ze bedoelde natuurlijk beide geslachten, ofwel genderneutraal. Hoe simpel kan het zijn.

Even droomde ik weg naar Amsterdam en in gedachten zong ik zachtjes mee met Herman van Veen.

Ach zo’n café. Het café met een lage zoldering en geen WC voor dames apart.
Ach, zo’n café. Het café spoedig een herinnering zonder TV, een piano alleen.
Verboden door de wet, met z’n rommelig buffet, z’n pilsjes en z’n pret. En z’n scheve biljart.

Dov’è il bagno a Torino, ofwel tot het gaatje in Turijn

Turijn

Turijn met z’n koninklijke palazza’s van de Savoye en zijn historische koffiehuizen. Je waant je in de negentiende eeuw. Waar Cavour de eenwording van Italië met Garibaldi bezegelde, waar Nietzsche zijn koffietje dronk en waar de tijd lijkt stil te hebben gestaan.

De oudere ober met onberispelijk wit overhemd en kostuum maakt een expresso. Staand aan de bar, drink je zoals de Italianen je eerste koffietje al banco. En dan wil je nog even de wc bezoeken.

Eerst de trap op. Neem je die rechts of links? Wat maakt het uit, beide wegen leiden naar Rome. Of in dit geval naar een wc in Turijn.

Langs de 25 tafeltjes wandel je door de eetzaal en aan het eind verdwijn je door de glas in lood deuren.

Je ziet de tekens al van een dame en heer met een chique zweem uit de jaren 30 en de mondaine wereld van Vermout waar Torino beroemd mee werd.

Vervolgens open je een volgende deur.

En dan komt die stad met al zijn eindeloze elegantie, rijkdom, schoonheid en mondaine allure plotsklaps tot stilstand, met een simpel gat.

Groen denken versus groen doen

Groene wc

Het merendeel van de Nederlanders blijkt zich wel degelijk zorgen te maken over de klimaatverandering, maar een klein deel wil ook echt een bijdrage leveren aan het milieu. Ofwel groen denken is weer wat anders dan groen doen. Auto’s, vliegreizen, vleesconsumptie, elektronische gadgets, gebotteld water: zijn meestal de eerste zaken die worden genoemd als het gaat over het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Maar eigenlijk voltrekt één van de grootste milieurampen zich op de plek waar we dagelijks bovenop zitten: de wc.

Toen ik vorig najaar door het Groningse landschap wandelde, langs eeuwenoude dorpen en over eeuwenoude essen dacht ik: er kan meer, veel meer. Want de hoger gelegen landbouwgronden buiten de dorpen zijn ontstaan door eeuwenlange ophoping van menselijke mest. De haast zwarte gronden blijken ook nog eens uitermate vruchtbaar. De grote vraag drong zich op waarom wij onze poep niet inzetten voor het milieu en als mest gebruiken voor de bloemen- en groententuin.

Hoeveel geld spoelen we weg door het toilet?

Eigenlijk was het oude tonnensysteem waarbij poep opgehaald werd of de gierkelder waarin het verzameld werd, veel beter voor het milieu. Want de poep werd hergebruikt. Hoeveel geld spoelen we nu niet weg door de wc? Waarom doen we niet net zoals vroeger? Dat betekent wel dat eerst onze poep moet worden gecomposteerd – minstens een jaar lang – in verband met het risico op ziekten, bacteriën en wormen, daarna pas kan het als mest gebruikt worden. Maar er zijn zelfs speciale composttoiletten in de handel om menselijke uitwerpselen te composteren. Zo’n toilet heeft geen water nodig en produceert geen stank, maar vraagt wel een extra handeling van de gebruiker. Elke grote boodschap moet worden afgedekt met een paar papieren handdoekjes en vervolgens met een platte ronde stamper worden aangedrukt. De inhoud van het toilet ziet er dan ook uit als een groot pakket papier-maché.

Zelfvoorzienend

Terug uit Groningen bleef het me bezig houden. Nog lang sudderde ik na op het idee om zelfvoorzienend te zijn qua plantenmest en bij te dragen aan een groene en duurzame wereld. Ik wilde er niet alleen over denken, ik wilde ook groen doen. Thuis heb ik de composttoilet in de groep gegooid. Maar huisgenoot P. – zowel een denker als een doener – was niet enthousiast, te lastig om een composttoilet te realiseren in hartje binnenstad. Ik liet het plan varen.

Maar nu telkens als ik weer op mijn spoeltoilet zit, denk ik: daar gaat weer een stukje groen.

Met muziek de pot op

pot met gitaarbril

Als je je bedenkt dat we per week zo’n 50 minuten op het toilet zitten. Dat is 43 uur per jaar en in totaal breng je dan zo’n één tot drie jaar van je leven door op het toilet. Waarom niet proberen die toiletervaring zo prettig mogelijk te maken? Bijvoorbeeld met een muziekje.

Op de toilet van het Amsterdamse restaurant Ron Gastobar kan je op de heren genieten van een voetbalwedstrijd. Ik geloof Nederland tegen Argentinië. En op de dames klinkt een fragment uit Gooise vrouwen. Allebei ook leuk, maar waarschijnlijk vooral bedoeld om de geluiden van gebruikers te maskeren. En stel dat je helemaal niet van voetbal of Gooise vrouwen houdt.

Eigenlijk is het beluisteren van je eigen muziek veel fijner. Er bestaan tegenwoordig handige toiletrolhouder annex radio met Bluetooth. En vast ook iets waaraan je je eigen mobiel kunt aansluiten en dan lekker naar je eigen favorieten kunt luisteren. Bijvoorbeeld de toppers, een opera van Verdi of een medley van songfestivalnummers.

Maar nog leuker is live music op de plee. Bijvoorbeeld spelen op de piano.

piano op wc

Waarschijnlijk is het wel een doe-het-zelf-dingetje. Want er is vast niet snel iemand anders te vinden die je daar komt vermaken.
En geen piano bij de hand? Dan is er nog altijd de pleeborstel die je ter hand kunt nemen om een lied aan heffen.

Pleeborstel met microfoon

“If that’s all there is, my friends, then let’s keep dancing / Let’s break out the booze and have a ball / If that’s all there is…”

Vuile potten geweigerd

Wc-pot op straat

Wat doet deze wc-pot daar eenzaam op de stoep. Het is dan wel geen fiets, toch lijkt de pot fout geparkeerd. Aan de kant van de weg, afgedankt en bij het oud vuil gezet, maar niet op de juiste dag.

Soms tref je een enkele schoen aan op straat. Waar is die andere helft van het paar, denk je dan. Wie verliest er nu een schoen midden op straat, dat moet je toch merken. Zo was het ook een beetje met deze pot. Afgestapt van de fiets, heb ik het eenzame exemplaar wat beter bekeken. Wat deed deze vondeling ‘s avonds laat daar op straat? Wie had de wc-pot afgedankt? Misschien was de pot vervangen voor een nieuwe, vast en zeker door een zwevende waaronder je zo gemakkelijk kan schoonmaken.

Over vuil gesproken, lang geleden las ik bij een supermarkt op de muur: ‘Vuile potten worden geweigerd’. Ik zat net in mijn activistische periode. Wel een andere, een vorige, zullen we maar zeggen. Ik schreef nog geen toiletblogs, maar in die dagen wel op muren flikker je vrij en wij eisen mooi weer. Ja zeker, radicaal maar vol van humor en poëzie. Maar terug naar de tekst ‘Vuile potten worden geweigerd’. Dik verontwaardigd stond ik daar te blazen over die tekst bij de supermarkt. Mijn vriendinnen uitschelden! Daar moesten ze van afblijven.

Het duurde een tijd voordat ik er achterkwam, dat je ook nog mensen had die gewoon vieze glazen jampotten inleveren. Ik zat flink in mijn roze bubbel, en die potten zaten niet in mijn systeem.

De vuile verloren wc-pot daar ’s avonds laat op straat heb ik maar gelaten voor wat het was. Ik ben weer op de fiets gestapt. De pot had overigens wel een gouden deksel.

Wc-pot op straat groot

Kantoortaal en de wc (2)

Je rol pakken

Laatst bezocht ik een studiedag waar Japke d. Bouma als gastspreker vertelde over haar top 10 kantoor-jeukwoorden. De journalist voor NRC-Handelsblad en schrijfster van de boeken Uitrollen is het nieuwe doorpakken en Ga zélf in je kracht staan ontmaskerde en fileerde de jeukwoorden genadeloos. Waarbij ze er lekker op los associeerde. Ze bracht de kantoortaal terug naar de dagelijkse werkelijk, maar bleef wel vaak steken op kruishoogte.

Verboden te swaffelen

Volgens haar wordt kantoortaal vooral gebruikt omdat iedereen erbij wil horen. Maar na het beluisteren van haar verhaal wil je er helemaal niet meer bij horen. Integendeel, je kijkt er wel voor uit om dat kantoorjargon nog langer op de werkvloer te gebruiken. Een voorbeeld: ’Mag ik even iets tegen je aan houden’. Toen Japke dit een collega hoorde zeggen, overwoog ze een bordje op haar bureau te zetten met ‘verboden te swaffelen’. Ook de volgende uitdrukkingen kwamen door haar in een ander licht te staan. ‘Je moet het aan de voorkant regelen’ of ‘volledige transparantie’, en ‘Je moet je rol nemen’. Vooral op de laatste sloeg ik als toiletblogger aan, zult u begrijpen.

Voorgangers of achterhangers

Welke rol dan, vroeg Japke zich af. En zo bracht ze ons bij het dilemma ‘voorgangers’ of ‘achterhangers’, een kwestie waarover in menig huishouden de gemoederen hoog kunnen oplopen. Hang je de rol zo op dat je van de voorkant het papier afscheurt? Of juist met het papier naar de muur toe? 

Toiletpapierpersoonlijkheidstest

Geloof het of niet, Gilda Carle, een Amerikaanse psychologe en relatie-expert, meent dat roloriëntatie iets zegt over de wc-gebruiker zelf. De psycholoog zette een heuse toiletpapierpersoonlijkheidstest op, waarbij ze 2000 Amerikanen vroeg naar hun rolgedrag. Wat bleek? Voorhangers waren vaak dominanter in relaties, assertiever op de werkvloer en een tikkeltje perfectionistisch. Achterhangers zouden onderdaniger zijn, ontspannen en betrouwbaar. Mensen die geen voorkeur aan gaven waren conflictmijdend, flexibel en avontuurlijk. Ok, ik hoor u denken, dat is een Amerikaans onderzoek. Dat gaat voor mij niet op. U heeft gelijk.

De juiste manier

Maar hoe moet het nu echt? Dat legde ene Seth Weeler in 1891 al vast. Volgens hem is er maar één manier die ‘goed’ is. De juiste manier is om het papier aan de voorkant te laten hangen net als hieronder. Best logisch eigenlijk: zo komen er minder bacteriën op je stukje wc-papier te zitten.

Bekijk ook mijn blog Kantoortaal en de wc (1).

Kantoortaal en de wc

‘Transparantie op de werkvloer – een duidelijke weg naar succes’, luidt de titel van een artikel in HR-praktijk. Waarom transparant zijn? Het belangrijkste voordeel is betrokkenheid, legt het artikel uit. Transparantie stimuleert een betere werksituatie doordat de werknemers zich er betrokken door voelen bij het bedrijf en meer inzicht krijgen in de werkprocessen. Als medewerkers kunnen zien hoe hun rol de organisatie helpt en een duidelijk carrièrepad voor ogen hebben, werkt dat motiverend (…). 

Carglass

Transparantie op het werk; hoe erg wil je het hebben. Bovenstaande foto circuleert op Facebook met bijschrift: toilet hoofdkantoor Carglass. Natuurlijk moet je niet alles geloven op Facebook. Vast een goede grap over de autoruit-schade-boer. Want je moet er toch niet aan denken; zoveel openheid op de wc. En zeker niet op het werk.

Taal van de liefde

Relatietherapeut Esther Perel past haar inzichten tegenwoordig ook toe op de verhoudingen op de werkvloer. Want, meldt ze in een interview: ‘Wist je dat 65 procent van de start-ups mislukt omdat het fout loopt tussen de stichters?’. Perel constateert dat, zoals de taal van de business onze relaties is binnen gedrongen, zo heeft de taal van de relaties zijn weg gevonden in de business. We spreken op het werk over vertrouwen, transparantie, verbinden, je veilig voelen, empathie, passie. Steeds vaker beluister je de emotionele taal van de liefde op de werkvloer.

Volledige openheid

Ook al ben ik dan geen relatietherapeut, een ding weet ik wel zeker: volledige openheid of noem het transparantie is nooit goed voor de verhoudingen. En zeker niet op de wc. Niet privé, en niet op het werk.
 

De volgende keer kantoortaal en de wc deel 2 over ‘je rol nemen’. 

Mijn top 5 meest bijzondere wc’s van 2018

Expo Cube Het was een vruchtbaar jaar voor mijn toiletblogs. Er gebeurde veel in 2018. De Maag Lever Darm Stichting sloeg flink op de trom en bood de Tweede Kamer een petitie aan met de titel Help! Waar kan ik naar de wc. De stichting wil een toiletnorm verankeren in de wet, die voorschrijft dat om de 500 meter in winkelcentra en drukke voetgangersgebieden een openbaar of opengesteld toilet moet komen. De Tweede Kamer riep de minister op om samen met de VNG, VNO-NCW en MKB Nederland te zorgen dat die er ook echt komen.

En we gaan de goede kant op. Het aantal openbare en opengestelde toiletten steeg in het eerste half jaar van 2018 met 633 naar 6.261. Dat is een stijging van 11%. Zo meldde gemeente Den Haag het eerste half jaar van 2018 5 toiletten aan bij de HogeNood app, Amersfoort 6 en Utrecht 8. Amsterdam voegde 9 opengestelde toiletten toe aan de app en Rotterdam 10. De laatste gemeente werd dan ook in 2018 benoemd als ‘Koplopergemeente openbare toiletten’.

Naast deze mijlpalen kwam ik dit jaar ook op mijn eigen pad heel wat knappe en bijzondere wc’s tegen. Graag deel ik mijn lijstje.

Nummer 1. Rainbow Room – Rockefeller Center

Het Rockerfeller Center uit 1933 telt 65 verdiepingen en de toiletten bevinden zich op de topfloor. Het uitzicht op de skyline van Manhattan is daar adembenemend. Midden in de toiletruimte bevindt zich een bijzondere zetel. De huidige bezoeker denkt vast aan een gynaecologisch onderzoek bij het zien van de twee voetsteunen. Maar die zijn er voor de schoenenpoetser, zodat die zijn werk gemakkelijker kan doen. Althans dat was ooit, de schoenenpoetser komt niet meer.

Nummer 2. De heren in de Fruittuin van West

In de Fruittuin van West is van alles te zien, te beleven, te plukken en te proeven, vooral zomers. Hier telen ze op 6.5 hectare twintig soorten fruit. Bezoekers mogen zelf plukken en de eieren van de kippen die in de boomgaard rondlopen zelf rapen. Het hele jaar wordt in de schuur witlof en shiitake geoogst. Er is een winkel en proeflokaal om te eten of drinken, en een dames-wc. Heren kunnen buiten plassen, hoog boven alles uit torend in de openlucht.

Nummer 3. De tuinstoel uit Soedan

Je zou het een vernuftig design kunnen noemen. Slim in zijn eenvoud. Het past in een Nederlandse traditie: de tuinbank Weltevreden met wieltjes die als een kruiwagen met de zon mee kan draaien en de karaf van duo Kaptein Roodnat waarvan de nek kan worden afgesloten met een durex glas. Het is een eerlijk ontwerp. What you see what you get. Maar aan de eenvoud zit ook een andere kant. Het is immers daar in Soedan gebrek aan beter.

Nummer 4. Gezelligheid ten top

Trendwatchers roepen soms maar wat, en verzinnen vaak trends. Deze hiernaast verzin ik echt niet. Steeds vaker zie ik wc’s waar gezelligheid troef is. Twee wc’s naast elkaar, een volledig aangeklede wc of de toiletruimte als verblijfsruimte. Echt waar, ik zie een trend.

Nummer 5. Wc waar muziek in zit


Deze wc voor de overijverige pianoleerling is een krijgertje. Met dank aan Anneke van Cantina Vocaal. Wat wil je nog meer: live music op de plee. Het is wel een doe-het-zelf-dingetje. Want ik vermoed dat als je zelf het pianospelen niet beheerst, er vast niet snel iemand anders te vinden is, die je daar komt vermaken. De beslotenheid van het kleine kamertje is toch net wat anders dan – om maar wat te noemen – het bespelen van de vleugel in de hal van Amsterdam Centraal Station.

Mijn blogs in je mailbox ontvangen? Stuur me dan even een mail, dan krijg je mijn volgende blogs automatisch in je mailbox.

Natte broek ervaringen

 

I, Tonya en Magnolia, in beide films zit een scène waar je het op plasgebied Spaans benauwd van krijgt. In Magnolia doet het wonderkind Stanley Spector mee aan de televisiequiz What Do Kids Know? In de live uitzending verprutst hij het, omdat hij vooraf niet naar de wc mocht. Hij plast in zijn broek. Als kijker voel je de paniek, de schaamte en de natte broek. Je begrijpt waarom hij niet voor de camera wil komen. Na acht weken van gewonnen afleveringen is daarmee zijn kans op een spectaculaire recordverbetering verkeken. Hoe pijnlijk kan je het krijgen.

Ook in I, Tonya verbiedt de knetter ambitieuze moeder haar dochter om naar de wc te gaan. Ze heeft ervoor betaald dat haar dochter op de ijsbaan staat, niet om eraf te gaan om naar de plee te gaan. Na een moeilijke oefening plast Tonya in haar mooie kunstschaatspakje. Tragisch. Het liefst zou je ter plekke samen met de jonge Tonya door het ijs willen zakken.

I, Tonya

Mijn meest gênante ervaring met een natte broek was op de kleuterschool bij de nonnen. Als je naar de wc moest, stak je je vinger op en dan kreeg je een ketting om van grote houten kralen – als een soort Hawaïse bloemenkrans. Er was maar één ketting, en dat zorgde er voor dat iedereen netjes om de beurt naar de wc ging, maar ook dat het vaak dringen was met al die behoeftige kleuters. Ik had vast te laat mijn vinger opgestoken. Toen ik eindelijk de houten kralenketting bemachtigde, was die gang met aan weerzijden al die jashaakjes veel te lang. Voordat ik de wc kon bereiken, plaste ik halverwege in mijn broek.

Houten wc-ketting

Hoe jong ook – 4 of 5 jaar – ik wist dat terugkeren naar de klas met een natte broek geen optie was. Die vernedering zou me niet overkomen. Ik zag het al voor me; de strenge, meewarige blik van zuster Theresa en klasgenootjes die joelend zouden wijzen op mijn natte broek: Lordje heeft in zijn broek geplast. Lordje heeft een natte broeeeek. Nee, dat nooit. Kinderen en nonnen kunnen zo gemeen zijn. Vooral kleine meisjes, en vooral de verschrikkelijke tweeling Ingrid en Wiesje van Haasteren en hun vriendin Margot van der Plas.

Had ik toen maar het autobiografisch werk van de Britse schrijfster Hilary Mantel gelezen. Zij schrijft over meisjes die haar uitlachten op de kloosterschool: ‘Men zegt dat meisjes wreed kunnen zijn, maar met een flinke klap in het gezicht maak je daar snel een eind aan.’

Het enige wat ik kon bedenken was zo snel mogelijk er tussen uit knijpen naar huis, voor een droge onderbroek.

 

Bron foto jongetje met wc-ketting: Tijdschrift van de Algemene Onderwijsbond. Hoe vermijd ik ongewenst wc-gedrag?   

 

 

Hotelier en schilder Frits Schiller en zijn modellen


Het voelde altijd vertrouwd. Op weg naar de wc passeerde je het portret van de donkere jongeman. Een fascinerend portret. Sinds kort hangt het ver weggestopt in een hoek. Frits Schiller schilderde het in de jaren ’30. Het past goed in het decor met de houten lambriseringen. De kunstenaar annex hotelier bleef zijn hele leven beide beroepen combineren. Hij werd de beste hotelier onder de schilders en de beste schilder onder de hoteliers genoemd. Nog steeds zijn 350 van zijn werken te bewonderen in het hotel en café aan het Rembrandtplein.

De grote tijd van hotel-restaurant-café Schiller lag tussen de twee wereldoorlogen. Het was daar een komen en gaan van BN’ers uit binnen- en buitenland, en een trefpunt voor kunstenaars en artiesten. Schrijver Herman Heijermans, de schilders Breitner, Sal Meyer, de beeldhouwers Zadkine en Hildo Krop en toneelspelers Fien de la Mar en Heintje Davids; ze kwamen er allemaal. Ook niet vreemd, want het Rembrandtplein en de straten er omheen was in de jaren twintig en dertig het middelpunt van de theaterwereld en een belangrijk uitgaanscentrum.

Maar wie is nu die zwarte jongeman? In het hotel hangt nog een donkere meneer met gitaar. Kunsthistorica Esther Schreuder schreef het boekje Schiller 1912-2012 en zocht uit wie alle geportretteerden zijn. De identiteit van beide donkere jongemannen is (nog) niet achterhaald. Zwarte modellen waren geliefd bij schilders. Bij de Rijksacademie verdienden ze zelfs meer dan hun witte collega’s. Frits Schiller schilderde vooral bekenden die zijn zaak bezochten.

De amusementssector was de enige branche waar hun afwijkende huidskleur in hun voordeel werkte, schrijft Rudie Kagie in zijn boek De Eerste Neger. Misschien waren beiden jazzmusici. Amsterdam maakte immers in de jaren ’30 kennis met jazz. In Negro Palace om de hoek op het Thorbeckeplein traden de Surinamers Teddy Cotton en Kid Dynamite op, ‘de eersten zwarte jazzmusici met een Nederlands paspoort’. In 1937 sloot burgemeester Van der Vlugt de club, omdat zwarte mannen en jonge blanke vrouwen zich hier zouden ‘mengen’. Kranten berichtten bezorgd over de kwalijke invloed van ‘negers’ en ‘negermuziek’ op blanke vrouwen. En toen moest de oorlog nog uitbreken.

Overigens is het portret in het echt veel mooier dan op mijn overbelichte foto. En café Schiller willen jullie het schilderij weer terughangen op zijn oude plek bij de wc? Veel  beter. Oh ja, en nog even over jullie wc’s. Daar is niks mis mee. Een keurige retro-look met Parijse metrotegeltjes. ‘Netjes’, zou mijn moeder zeggen.

Meer weten over zwart in het Interbellum en Schiller bekijk dan ook de website van Esther Schreuder.